Woensdag 24/07/2019

Column

Ironie en satire zijn de beste vormen van verzet in deze tijden

De Russische punkgroep Pussy Riot wordt hardhandig aangepakt in Sotsji, februari 2014. Beeld AP

Saskia de Coster is schrijver. Haar column verschijnt wekelijks.

"Ik neem rood", zegt ze bij de lunch, en ze bestelt rode wijn en een rood stuk vlees. "Goed, vertel me over Europa."

Aan smalltalk doet ze niet, deze knappe 27-jarige vrouw met gemanicuurde zwarte nagels. Nog niet zo lang geleden werden haar vingers eindeloos doorprikt door de botte naalden van een naaimachine. Tegenover me zit het bekendste lid van de punkformatie Pussy Riot, Nadja Tolokonnikova. Twee jaar heeft ze onder dwang broeken genaaid in de gevangenis. De reden: Pussy Riot protesteerde met een spotgebed tijdens een religieuze dienst tegen de herverkiezing van Poetin en de verstrengeling van Kerk en Staat.

Saskia de Coster Beeld JOHAN JACOBS

Madonna steunt haar, House of Cards gaf haar een gastrol, maar Tolokonnikova vertelt, mild glimlachend om al die westerse aandacht, hoe klein de activistische kunstscene in Rusland eigenlijk is. Activisme is een fulltime job en de meeste mensen zijn lamgeslagen na drie termijnen Poetin.

Poetin en Trump begrijpen elkaar, zegt Nadja. Hun soort Amerikanen en Russen zijn even megalomaan, en ze verlangen zo hard terug naar oude grootsheid, naar veroveringen en autoriteit. Haar kunstformatie wil de schijndemocratie van Poetin blijven uitlachen, porren en uitdagen.

"Ik ben dom", zegt ze. "Let’s drink to stupidity." Haar slanke hand heft een glas in de lucht.

Pussy Riot-lid Nadja Tolokonnikova poseert voor de kathedraal in Moskou. Beeld AFP

"Ik heb geen kleine handen!", riep Trump nadat een Republikeinse concurrent op weg naar het Witte Huis, Marco Rubio, een opmerking had gemaakt over zijn handen. "Ik heb geen kleine handen", herhaalde hij, gespeend van iedere ironie of zelfspot, "en ook mijn andere lichaamsdelen zijn groot, geloof me."

Het eerste hoofdstuk van Tolokonnikova’s net in het Nederlands verschenen boek Zo begin je een Revolutie (Atlas Contact, 2017) heeft de titel ‘Overleven zonder fallus in een fallocentrische wereld’. Met branie en eruditie – in één adem passeren Lacan en de geur van muffe kut – geeft ze haar richtlijnen voor een revolutie: "Mensen wie het etiket ‘fout’, ‘vreemd’ of ‘outsider’ wordt opgeplakt, krijgen kennis van onschatbare waarde over het le­ven: ze leren ironisch om te gaan met normen. … Ze hebben wat witte heteroseksuele mannen vaak niet hebben: een creatieve hou­ding tegenover de regels van de samenleving."

Veel kranten en tijdschriften uit het anti-Trump-kamp hebben zich voorgenomen om de hele duur van Trumps presidentschap verzet te plegen. Ze berichten dag na dag over zijn beleid. Ik merk nu al hoe ik lamgeslagen raak als de superlatieven weer eens uit de kast worden gehaald: ‘een nieuwe blunder’, ‘superarrogant’, ‘horrible show’. Er zullen niet genoeg grote, kwade woorden overblijven. Gelukkig zijn er alternatieven om een kleine revolutie te beginnen. Ironie en satire, samen met het postmodernisme bij het groot vuil gezet, zijn de beste vormen van verzet in deze tijden. De regels op hun kop zetten en machthebbers imiteren zijn slimme, niet-fallische vormen van verzet, als tegengewicht voor Trump met zijn stoere, eendimensionale aanpak, zijn Twitter-tornado’s, zijn grote handen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden