Dinsdag 23/04/2019

Opinie

Integreren moeten we voortdurend allemaal

Luk Vanmaercke Beeld rv

Luk Vanmaercke is hoofdredacteur van ‘Kerk & Leven’ en auteur van ‘Iedereen gelooft’.

Bij elk verkiezingssucces van rechts-radicale partijen, in binnen- of buitenland, laait het debat over de integratie van migranten opnieuw op. Tonnen papier en hectoliters inkt gingen eraan op. Wordt het geen tijd om het integratiedebat eens op een andere manier te bekijken? We vragen mensen met een migratieachtergrond om zich te integreren. Die vraag is terecht en van groot belang. Maar zijn we zelf wel goed geïntegreerd in de moderne samenleving?

De wereld waarin nieuwkomers terechtkomen, is hen vreemd. Dat vergt inderdaad aanpassing. Tegelijk onderschatten we het feit dat onze maatschappij zo snel verandert, dat ze ook voor autochtonen een vreemde plek is waaraan we ons voortdurend moeten aanpassen. De aanwezigheid van mensen met een migratieachtergrond is daarbij slechts één factor van verandering. Net zo goed moeten we ons voortdurend aanpassen aan technologische vooruitgang, ontkerkelijking en secularisering, emancipatiebewegingen, nieuwe gezinsvormen en nu ook klimaatverandering. We moeten ons voortdurend met zijn allen integreren in een samenleving die telkens weer vreemd oogt. Dat valt ons zwaar.

Het klimaatdebat bijvoorbeeld, is in wezen ook een integratiedebat. Het gaat om onze integratie in een samenleving die er zit aan te komen en die we moeilijk kunnen inschatten. Enerzijds moeten we ons aanpassen aan klimaatveranderingen die er hoe dan ook komen, anderzijds moeten we proberen koolstof uit ons leven te bannen om een al te grote ontsporing te voorkomen. We zijn daarbij geneigd die nieuwe samenleving te verwerpen (wat klimaatontkenners doen) of paniek te zaaien (wat sommige klimaatprofeten doen). Integratie betekent ook in dit debat dat we erin slagen ons aan te passen aan de evoluties, noden en behoeften van de tijd, met de mogelijkheden die we hebben of kunnen creëren. Als katholiek vind ik het boeiend om de bijdragen van atheïst Maarten Boudry over de klimaatuitdagingen te lezen. Misschien is zijn geloof in technologische oplossingen te eenzijdig, maar zijn vertrouwen in het potentieel van de mensheid vind ik inspirerend en hoopvol. Het is dat geloof in ons vermogen om ons telkens weer aan te passen dat we ook in het interculturele integratiedebat nodig hebben.

Veel nuttiger dan louter van nieuwkomers integratie te verwachten, is een politiek van algemeen veranderingsmanagement dat alle mensen helpt in hun aanpassing aan onvermijdelijke veranderingen. Dat staat haaks op loze kreten over het gevaar van soumission of op onrealistische pogingen om migranten te assimileren. Niemand vraagt autochtone Vlamingen om zich te onderwerpen aan vreemde culturen. Laten we nieuwkomers ook niet vragen hun eigenheid te verloochenen en onzichtbaar te worden in een geforceerde karikatuur van wat de Vlaamse cultuur moet voorstellen, waarbij we doen alsof Vlaanderen homogeen en onveranderlijk is. Integratie betekent het vermogen om in onze contreien en in deze tijd te functioneren, om de geschreven en ongeschreven regels te kennen en doorgronden, om de taal te beheersen, om een rol van betekenis te spelen.

De jonge generatie met een migratieachtergrond levert vandaag opvallend getalenteerde en mondige mensen op. Dat is een goede zaak, mits we hen de ruimte geven en hen (onder meer op sociale media) niet bedelven onder bagger zodra ze hun hoofd boven het maaiveld uitsteken. Integratie houdt niet op bij de plicht zich aan te passen, maar bevat ook het recht op mondigheid, inspraak en engagement.

Al te veel politici blijven hangen in heilloze slogans. Lokale bestuurders wijzen nochtans de weg. De eerste die aan permanente integratie deed, was de toenmalige burgemeester van Genk, Jef Gabriëls. Toen de steenkoolmijnen dicht gingen bleef hij niet hangen in het verzet, maar durfde hij de mijnwerkers eerlijk te zeggen dat het kolentijdperk voorbij was. Hij gidste hen naar de toekomst, liet hen niet verdrinken in het verleden zoals de PS in het zuiden deed. Tegelijk voerde hij in het veelkleurige Genk een integratiebeleid toen dat woord nog moest worden uitgevonden.

Vandaag zien we nog meer lokale bestuurders die hun bevolking door ingrijpende veranderingen gidsen, zowel de verkleuring van de samenleving als andere metamorfoses. Vooral middelgrote steden, onder meer Leuven, Mechelen of Brugge, lijken dat goed te begrijpen. Veel meer dan nationale politici lijken lokale bestuurders aan politiek te doen vanuit de realiteit van hun gemeente en niet vanuit starre tegenstellingen.

Laten we geen nutteloze tijd en energie stoppen in de clash der culturen. We hebben geen andere samenleving dan die waarin we leven, geen andere planeet dan die waarop we rondlopen. Beide veranderen voortdurend en zullen dat blijven doen. Ons vermogen om ons telkens weer te integreren in de tijd die zich aandient, is bepalend voor de vraag of we de verandering naar onze hand kunnen zetten, dan wel verzuipen in een uitzichtloze strijd om ons grote gelijk uit voorbijglippende tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.