Zondag 22/05/2022

OpinieRoss Douthat

Instagram is net als cognac niet voor kinderen

Sociale media op de smartphone. Volgens een onderzoek draagt Instagram bij tot depressie en angstgevoelens, zelfdodingsgedachten en problemen met het lichaamsbeeld bij tienermeisjes. Beeld Photo News
Sociale media op de smartphone. Volgens een onderzoek draagt Instagram bij tot depressie en angstgevoelens, zelfdodingsgedachten en problemen met het lichaamsbeeld bij tienermeisjes.Beeld Photo News

Ross Douthat is columnist bij The New York Times.

Ross Douthat

Big tech en de sociale media scheppen een reeks lastige en misschien onoplosbare problemen voor de westerse samenlevingen. De immense mediabedrijven van het internet doen zich voor als neutrale platformen, wijzen elke redactionele verantwoordelijkheid af en worden rijk met de inkomsten die ooit het oude mediasysteem in stand hielden. Hun belangrijkste producten zaaien wantrouwen, verdrinken ons in informatie en voeden zowel populistische paranoia als centristische hysterie. Hun leiders gedragen zich als transnationale pseudoregeringen die traditioneel politieke machten uitoefenen – culturele censuur, politieke verbanning, de structurering van enorme markten – zonder politiek aansprakelijk te zijn.

De aanpak van die uitdagingen, de regulering van het internet, is een politiek project van lange adem. Maar we moeten ergens beginnen en dat kunnen we door onze kinderen en pubers beter te beschermen tegen de impact van de sociale media.

The Wall Street Journal bracht onlangs verslag uit over een intern onderzoek van Facebook over de invloed van Instagram, het op foto’s gebaseerde sociale netwerk van het bedrijf, op de geestelijke gezondheid van de ongeveer 22 miljoen Amerikaanse tieners die er elke dag op inloggen. De conclusie van dat onderzoek: de app draagt bij tot depressie en angstgevoelens, zelfdodingsgedachten en problemen met het lichaamsbeeld bij tienermeisjes.

Morele paniek en boosheid

Telkens als zo’n informatie in het publieke debat komt, en dit is lang de eerste keer niet, wordt er op twee manieren gereageerd. De eerste reactie is die van de sceptici, die beducht zijn voor een op hol geslagen morele paniek en de nieuwe technologie een kans willen geven. Zij relativeren het probleem, zoeken alternatieve verklaringen en eisen keiharde bewijzen van het gevaar. De tweede, die van de mensen die overtuigd zijn van de negatieve invloed van de sociale media, is er een van verontwaardiging en boosheid op de techbedrijven die alleen op winst belust zijn en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid weigeren op te nemen.

Zelf vind ik dat geen van beide reacties juist is als het over kinderen gaat. Veel van de problemen die de internetbedrijven hebben geschapen, zijn het gevolg van beslissingen van volwassenen. Amazon dankt zijn succes aan het feit dat miljoenen mensen van comfort en lage prijzen houden. Facebook kan nepnieuws, leugens en roddels verspreiden omdat we allemaal geneigd zijn informatie uit te wisselen die onze vooroordelen bevestigt – en omdat de vrije meningsuiting een grondwettelijk recht is. Misschien kan het algemeen belang vereisen dat bepaalde beslissingen van volwassenen worden bestreden of beperkt, maar in een vrije maatschappij is dat allesbehalve evident.

Maar voor beslissingen van minderjarigen gaat dat argument niet op. Een kind van veertien heeft even weinig grondwettelijke rechten om Instagram te gebruik als om een fles cognac te kopen. Ook in een vrije maatschappij is het volstrekt normaal dat kinderen en tieners geen toegang krijgen tot bepaalde zaken.

De sceptici van daarnet zeggen in feite dat we hier misschien een nieuwe, verslavende technologie hebben die depressie, narcisme en zelfverminking zou kunnen veroorzaken, maar dat we de kinderen daar pas tegen mogen beschermen als er een onweerlegbaar bewijs van een verband bestaat. Dat overtuigt mij niet.

Maar als we bereid zijn om na te denken over oplossingen om de impact van Instagram op tieners te beperken zullen we meer nodig hebben dan collectieve verontwaardiging over de onverantwoordelijke roekeloosheid van Silicon Valley. Ja, het zou ideaal zijn dat de sociale media uit eigen beweging hun gebruik door tieners reguleren. Het is al mooi dat Facebook na zijn slechte beurt in The Wall Street Journal zijn plannen om een specifiek op kinderen gerichte versie van Instagram op de waakvlam heeft gezet. Maar een echte, duurzame zelfregulering komt er meestal pas onder druk van buitenaf, of omdat er een consensus ontstaat over wat je aan kinderen mag verkopen. De mensen die het artikel in The Wall Street Journal hebben gelezen en nu boos zijn op Facebook moeten zich dus afvragen welke consensus ze eigenlijk willen. Welke normen moeten Instagram en de rest hanteren? Welke regels moeten ze naleven?

Algoritmes

Moeten we de sociale media verplichten om een algoritme te bedenken dat geen depressies of angsten in de hand werkt? Dat is geen oplossing, want het belooft een toekomst van eindeloze publieke beloften van aanpassingen van het algoritme, terwijl achter de schermen de druk blijft bestaan om zo hoog mogelijke cijfers te behalen, ongeacht de gevolgen voor de geestelijke gezondheid. (Een toekomst die sterk op ons heden lijkt.)

Nee, als we echt maatregelen willen nemen die de schade van de sociale media daadwerkelijk beperken, hebben we een eenvoudigere en bottere aanpak nodig. Dan moeten we een wereld maken waar de sociale media alleen voor volwassenen toegankelijk zijn, met netwerken die hun leden controleren en hun best doen om kinderen onder de zestien of achttien jaar te weren.

Wat zouden de nadelen zijn? Je zou kunnen zeggen dat de sociale media banden scheppen tussen kinderen, dat ze een uitweg zijn voor tieners die zich geïsoleerd en ongelukkig voelen in hun omgeving van vlees en bloed. (Maar als dat waar was, zou je verwachten dat de geestelijke gezondheid van de tieners in het voorbije decennium verbeterd zou zijn, wat zeker het geval niet is.) Je zou ook kunnen zeggen dat de sociale media jonge mensen de kans geven om creatief te zijn, te experimenteren en zich als kunstenaars of innovators te ontwikkelen. (Maar een medium als TikTok bewijst het tegendeel; het toont alleen dat volwassenen het zelfvertrouwen missen om hun kinderen het verschil te leren tussen kwaliteit en rommel.)

Maar zelfs als die twee argumenten steek hielden, zouden in een wereld waarin Instagram geen vijftienjarigen kan gebruiken om zijn cijfers op te krikken sommige van die mogelijke voordelen van de sociale media nog altijd op het ruimere internet beschikbaar zijn. Ook voor de komst van Twitter en Facebook vond je er allerlei soorten gemeenschappen en creatieve uitlaatkleppen.

Als je het zo bekijkt, is het grote probleem met de sociale media niet hun onlinekarakter maar wel hun grote schaal. Zoals Chris Hayes in een recent essay in The New Yorker uitlegde, maakt het hedendaagse internet de “psychologische ervaring van roem” universeel en “zoekt en gebruikt het alle mechanismen van de menselijke relaties”, altijd op zoek naar meer. En op een netwerk als Instagram, met zijn vele miljoenen gebruikers, gebeurt dat veel ingrijpender dan op een berichtenforum of een chatroom voor specifieke identiteiten of interesses.

Voorkomen dat tieners de grote sociale netwerken gebruiken zou dus niet bedoeld zijn om te beletten dat kleinschalige versies van Facebook of TikTok voor tieners ontstaan. Het systeem zou trouwens nooit echt waterdicht zijn, want er zullen altijd wel kinderen door de mazen van het net glippen. Maar het zou wel een adolescentie mogelijk maken zonder een automatische druk om deel te nemen aan platformen met een publiek van tientallen miljoenen mensen, met een verslavende werking die zelfs veel volwassenen een beetje waanzinnig maakt.

Die volwassenen zijn misschien reddeloos verloren. Maar als we er niet in slagen om onze kinderen te beschermen tegen de ergste ontsporingen van het internet, dan verdienen we de grimmige toekomst die de algoritmen voor ons in petto hebben.

© 2021 The New York Times Company

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234