Maandag 10/05/2021
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

In mijn hart slaat de bliksem in. ‘Hilde, hij is het. Hij is het, echt. Eindelijk!’

Hilde Van Mieghem neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

‘Alberi alti intaccano molitissimo vento, è cosi!’ Ik vertaalde het letterlijk: hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. Ik vertelde de Senesi’s, de Gibi’s en Bartolino’s die liggen te rusten onder hun marmeren grafzerken hoe het me verging, die paar weken dat ik in België was. Met die zin beëindigde ik mijn lang verhaal.

Ik hoorde gemurmel. Ze begrepen het niet. Ze praatten door elkaar heen, zeiden dat ik me vergiste, dat ik op weg naar huis maar eens goed moest kijken hoe sterk en krachtig hoge bomen blijven staan, wind of geen wind. ‘Come l’ amore vero’, fluisterden ze, ‘die is ook niet omver te blazen.’ Ik hoorde Maria Bartolino giechelen als een bakvis. Ze is gestorven toen ze 15 was, dat verklaart veel. Ik legde hen uit wat de uitdrukking betekent. Het hele kerkhofje barstte in lachen uit. Wat een leuke uitdrukking, kirden ze!

Fris en uitgewaaid kom ik thuis. Ik ben hier nu al twee weken maar voel me nog steeds mentaal uitgeput. Ik steek de haard aan, leg me op de bank en staar in het vuur. ‘Come l’amore vero’, fluister ik, glimlach dromerig en dommel in.

Iets later schrik ik wakker van een ‘ping’. Een bericht. Ik open het: “Zegt de naam Michaël Hoffman jou iets?” Nog voor mijn verstand kan reageren, slaat in mijn hart de bliksem in. ‘Hilde, hij is het,’ brult mijn hart, ‘hij is het, echt. Eindelijk!’

Zou het waar zijn, zou het kunnen?

Lang geleden, ik was 17, ontmoette ik een roodharige jongen. Hij was twee jaar ouder dan ik. Op Kreta. Drie weken lang trokken we op met elkaar, zwommen, lachten, wandelden en dansten. We waren smoorverliefd op elkaar maar spraken dat nooit uit. We beloofden plechtig – eenmaal thuis – elkaar terug te zien.

Bij mij wilde ik hem niet uitnodigen, ik woonde nog thuis en daar ging het er vaak te turbulent aan toe. Ik zocht hem op in Leiden, logeerde op zijn studentenkot, in zijn bed. Hij op een luchtmatrasje op de grond. We lachten en praatten urenlang. Hij raakte me met geen vinger aan. Wat een verademing was dat. Ik had in mijn leven al meer achter de kiezen dan goed is voor een 17-jarig meisje.

De tweede keer dat ik hem bezocht zoenden we voor het eerst, op het perron, voor ik de trein instapte. Ik herinner me die kus nog steeds. Onderweg piekerde ik me suf. Ik was hem niet waard. Ik kon hem mij niet aandoen. Onmogelijk. Ik voelde me besmeurd en zou hem daarmee aantasten. Hij was zuiver, puur en ongeschonden. Te goed voor mij.

Ik beantwoordde zijn brieven niet meer, kwam niet aan de lijn als hij belde. Liet het doodbloeden. Tot hij plots opdook bij mijn ouderlijk huis. Ik sloot me op in mijn kamer. Hij wilde me zien, spreken, wilde me begrijpen. Door de deur heen praatte hij zo lief met me. Ik zweeg, stierf van schaamte over wie ik was. Hij vertrok, diep gekwetst.

“Studeerde hij geneeskunde in Leiden?”, sms ik. Ping: “Ja!”

Een foto. Michaël! L’amore vero.

“Ik heb zo naar hem gezocht. Tevergeefs.”

“Hij sprak ook over jou. Hij heeft 30 jaar in Antwerpen gewoond en gewerkt. Als cardioloog.”

“Nee!”, roep ik. “Ik wil hem terugzien. Hem alles uitleggen. Waar vind ik hem?”

“Michaël is acht jaar geleden overleden.”

null Beeld Jenna Arts
Beeld Jenna Arts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234