Vrijdag 18/06/2021
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

In die ‘Euh..?’ van Ursula von der Leyen zit verbazing en onmacht verscholen

Hilde Van Mieghem neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Het is niet zozeer het beeld van Ursula von der Leyen op de sofa dat me ­verbijsterde, het was haar ‘Euh..?’ ­terwijl ze met haar rug naar de camera stond, die er bij me inhakte. Het herinnerde me aan de vele ‘Euhs..?’ die ik al uit mijn mond liet ontsnappen elke keer dat ik tegenover een man of mannen stond die me met de vanzelfsprekende zelfingenomenheid hen eigen, zonder verpinken, opzijschoven.

In die ‘Euh..?’ zit verbazing en onmacht verscholen. Het is een retorische euh! Het verwacht geen antwoord. Er ligt in besloten dat je als vrouw voor een ­voldongen mannelijk feit staat waarbij je je hebt neer te leggen. Je bent niet van belang. Maar je mag al meedoen! ­Yiehaa! Wat een vooruitgang!

Wel, als het kan vanop de tweede of de derde rij. Een vrouw op de eerste rij werkt op de mannelijke lachspieren.

Niet dat ze het kwaad bedoelen, hoor. Het is ingebakken, met de paplepel ­ingegeven. Jongens zijn belangrijk, ­meisjes staan ten dienste. Zeker mijn ­generatie werd dat zo geleerd. Ursula von der Leyen is net zoals ik van 1958. Het zal bij haar niet anders geweest zijn.

Nadat ik op mijn zestiende een tiental scholen van het katholiek onderwijs versleten had waarbij ik er van acht ­afgegooid werd omdat ik te rebels was en te veel vragen stelde, mocht ik ­eindelijk naar een gemengde stadsschool. Spannend! Daar ondervond ik pas echt het verschil in rangorde.

Een simpel voorbeeld: de turnles. ­Meisjes en jongens gescheiden. Wij ­kregen de flauwste oefeningen terwijl de jongens lekker wild uit de bol ­mochten gaan. Zo was er de oefening met de plint en de bok. Wij meisjes moesten óp een niet te hoge plint ­springen en dan pas er weer áf. Jongens mochten óver de bok springen.

Over iets heen springen was blijkbaar enkel weggelegd voor jongens.

Hoe ik ook vroeg om het te mogen ­proberen, het werd geweigerd. En toen ik op een keer, iedereen was al naar de kleedkamer, een flinke aanloop nam en moeiteloos over diezelfde hoge bok sprong, werd ik betrapt door de ­gymleraar en kreeg ik strafstudie.

Ook bij mij thuis ging het er zo aan toe. Ik zie mijn één jaar oudere broer nog zitten met zijn vrienden. Palaverend over van alles wat ook mij interesseerde. Kunst en politiek. Er werd meewarig gelachen toen ik een opmerking maakte en er werd me neerbuigend ­gevraagd om even wat drank voor hen te halen uit de keuken. O ja, en ook een asbak en als ik lief was dan mocht ik een lucifer afstrijken en hen vuur geven. Dat was toch een hele eer!

Net zoals Charles Michel strekten mijn broer en zijn vrienden daarna even de benen, draaiden hun konten nog eens lekker diep in de zachte kussens en ­gingen verder met hun gesprek. Ze ­gunden me geen blik meer waardig. Zo was het hen geleerd.

Ik gaf hen vuur.

Ik neem aan dat het anders is nu, dat jonge vrouwen nu zeggen: Heren, wat is het plan? Of beter nog, misschien zijn de jongeheren ondertussen dermate geëvolueerd dat zij recht springen en hoffelijk hun stoel afstaan tot er een derde bijgeschoven wordt.

Vorige woensdag ben ik 63 geworden. Ursula wordt dat op 8 oktober. Het wordt verdomme tijd dat we op onze leeftijd nooit nog ‘Euh..?’ moeten ­zeggen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234