Maandag 21/10/2019

Column Marc Didden

In 1969 – dat herinner ik me wel alsof het gisteren was – scheen de zon altijd

Marc Didden Beeld Bob Van Mol

Vijftig jaar na zijn eerste Tour-zege bekijkt Bozar de triomf van Eddy Merckx door de lens van kunstenaar Jef Geys. Marc Didden een groot bewonderaar van beiden.

Het wonderjaar 1968 liep op zijn einde en in een Londense hotelkamer schreef Serge Gainsbourg wat woorden neer op het handgeschepte briefpapier dat de betere herberg toen nog standaard bij een overnachting leverde. Het ging om een liefdeslied voor zijn nieuwe vlam, Jane Birkin. En de popsong die eruit voorkwam heette officieel ‘Soixante-neuf Année Erotique’.

Hoe erotisch 1969 wel was weet ik zelf nog nauwelijks. Ik had het toen veel te druk met Stella Artois drinken, spaghetti bolognaise eten, uren naar Jimi Hendrix luisteren en dagen in het Filmmuseum zitten om daar naar obscure Poolse films te kijken tot ze ophielden en gevolgd werden door obscure Zweedse films.

Maar ik was wel blij dat Mei ’68 ondertussen een souvenir was geworden.

Van al dat straten opbreken en in stoeten meelopen waar men luidkeels ‘Johnson moordenaar’ moest roepen wordt een mens niet vrolijk. En ik al zeker niet.

In 1969 – dat herinner ik me wel alsof het gisteren was – scheen de zon altijd.

Ze was zo helgeel als de eerste overwinnaarstrui die mijn stadgenoot Edouard Merckx mocht omgorden nadat hij onder zijn pseudoniem Eddy zijn eerste Tour de France gewonnen had in precies 116 uur 16 minuten en 2 seconden. Hij was toen meteen een nationale held en dat is hij vandaag, een hele halve eeuw later, nog steeds.

Van helden gesproken: Jef Geys (1934-2018 ) was er ook zo eentje. Ik heb van hem gehoord via een bijzonder boek van Walter van den Broeck dat helemaal in de geest van die tijd 362.880 x Jef Geys – Een multiepel heette.

Toen ik gisteren met een vriend naar Bozar wandelde en zei dat ik daar een kleine tentoonstelling rond foto’s van Jef Geys ging bekijken zei die: “Jef Geys! De Marcel Broodthaers van de Kempen!” Er zat geen cent ironie in zijn toon. Integendeel, alleen maar bewondering.

En ja, bewondering is wat bij Jef Geys past.

Dat iemand zijn hele leven lang aan een oeuvre bouwt dat tegelijk zonneklaar en ondoordringbaar kan genoemd worden, is op zich al merkwaardig, maar dat hij dat kon zonder in de netten van faam en fortuin te trappen die de kunstmarkt wereldwijd gretig uitspant is nog merkwaardiger.

Hoewel zijn werk overvloedig te zien was in grote galerijen, bij befaamde biënnales en in mondiale musea, vond Geys het nooit nodig zich een hoofd aan te meten dat alleen maar kon ondersteund worden door een dikke nek.

Jef was dus een beetje zoals Eddy. Zo goed als geniaal maar tegelijk zo simpel als bonjour. Een held, ik zei het al.

Eddy Merckx in de Tour van 1969. Beeld Jef Geys/Kazinni and Air Paris

In Bozar, waar Jef al sedert de vroege jaren 70 een graag geziene gast was, komen ze mekaar nu tegen, Jef en Eddy. In een kleine maar fijne foto-expo waar Geys achteloos door de coulissen van de Tour lijkt te lopen en Eddy nog niet weet dat hij Eddy is.

Merckx wint die tour dus op 21 juli 1969. Bijna tegelijkertijd bereikt Apollo 11 de laan en zet de eerste mens daar voet aan een soort van grond.

Het eerste feit geloofde mijn vader, herinner ik me. Over het tweede had hij serieuze twijfels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234