Woensdag 22/05/2019

Column Hilde Van Mieghem

‘Ik zweer het’, sist de jongen. ‘Als uw hond hier kakt en ge hebt geen zakske bij, dan vermoord ik u’

Hilde Van Mieghem. Beeld rv

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Nu mijn tuin een werf is, moet ik noodgedwongen uitwijken naar het grasperkje met daarop een statige boom tegenover mijn huis voor het ochtendplasje van Mr. Wilson. Vroeger kon dat makkelijk wachten tot een uur of 9, maar het beestje wordt al wat ouder, heeft een lichtjes gezwollen prostaat – dat is normaal bij oudere heren – en moet er om een uur of zeven al even uit.

Half slapend wandel ik om het perkje heen, tot Mr. Wilson klaar is. Ik ben gaan houden van dat ochtendritueel en geniet van de stilte die er dan nog heerst. Nog geen kinderen op weg naar school, hier en daar een vroege vogel die zich naar het werk haast en de bakkersvrouw die aan de overkant haar winkel opent en me begroet.

Meer beweging valt er niet te bespeuren.

Maar vanmorgen zat er een jongeman op de bank die als een gek begon te ratelen toen hij mijn hond zag verschijnen. “Hey hond, van wie zijde gij? Hé? Van wie? Zegt eens iets, stom beest. Durft niet in mijn buurt te komen of ik stamp u ineen” hoorde ik hem roepen terwijl ik nog aan de overkant stond. Toen hij me in de gaten kreeg, ging hij verder. “Ha, is dat wijf uw baas? Ik mag hopen dat ze kakzakskes bij heeft. Ik zweer het, madame, als die hond kakt en gij hebt geen zakske bij dan bel ik de politie en dan kunt ge dokken.”

Ik zie het verwrongen gezicht van de jongeman, zijn witte, droge lippen, zijn panische ogen, zijn zenuwachtige gebaren, onderdruk mijn woede, en laat hem begaan.

Als ik langs hem loop, kijkt hij me razend aan en sist: “Ik zweer het. Als uw hond hier kakt en ge hebt geen zakske bij, dan vermoord ik u.” “Oké,” zeg ik zacht terwijl ik hem vriendelijk aankijk, “deal.”

De jongeman valt even stil, hapt naar adem en ratelt verder. “Ik weet u wonen hè, ik heb u de deur zien uitkomen, dus ge kunt niet ontsnappen als ik de politie bel. En hij hangt niet aan de leiband, hè! Oké, ik hang mijn hond ook niet aan de leiband, maar ik heb mijn moeder zien hangen aan een koord, dood, blauw, daarom kan ik er niet tegen dat mijn hond vasthangt.”

“Wat verschrikkelijk voor je”, fluister ik. “Je moeder zien hangen.”

Weer valt hij stil. Ontwapend. Hij slikt. Friemelt even met de oordopjes die hij al de hele tijd in zijn handen heeft en zegt dan, zachter: “Jazeker is dat erg, mens.”

“Wanneer was dat?” vraag ik. Hij ontwijkt mijn blik, steekt zijn hand uit en aait Mr. Wilson die nu naast hem staat. “Acht maanden en vijf uur geleden. En nu ga ik verder luisteren naar Michael Jackson, oké? Ik weet wel dat die ook niet koosjer is, maar ge kunt niet alles goed doen in het leven, hè? Of wel?”

“Nee,” zeg ik, “dat klopt, ge kunt niet alles goed doen in het leven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.