Vrijdag 24/05/2019

Column

Ik zeg haar zo meegaand mogelijk: “Sorry. Echt, sorry”

Julie Cafmeyer Beeld RV Jitske Nap

Julie Cafmeyer is columnist bij De Morgen

Ik zit in de wachtzaal van het stadskantoor in Antwerpen om mijn identiteitskaart te vernieuwen. Ik heb een papiertje in mijn handen met nummer 35. Onder het nummer staat: 'Niemand wacht graag.' Ik vind het een mooie empathische boodschap. Niemand wacht graag, maar het hoort erbij. Iedereen wacht constant: op een kus, een omhelzing, een vakantie, een sherry, de zon of een beetje seks.

Ik lees verder: 'Word vandaag nog orgaandonor en red acht levens. Vraag ernaar aan het loket.'

Het is nu aan nummer 35 en op weg naar het loket besluit ik acht levens te redden.

Heel verveeld en geïrriteerd zegt de loketbediende: "Pasfoto alstublieft."

Ik zie op haar naamkaartje dat ze Katrien heet en merk aan haar apathische gezichtsuitdrukking dat ze op deze dag minder wereldverbeterende ambities heeft dan ik.

Ik zoek de pasfoto in mijn portefeuille. Op een toon van een Griekse klaagzang zegt ze: "Een recente pasfoto hé. Recent!"

Ze probeert de witte randjes van de pasfoto te knippen, maar het lukt haar niet. Ze kan elk moment instorten. Ze zegt me verwijtend - alsof ik zonet haar leven heb verwoest - "Het ambeteert me. Dit ambeteert me echt." Ik zeg haar zo meegaand mogelijk: "Sorry. Echt, sorry voor de witte randjes aan de pasfoto."

Ik ben ondertussen maar met één ding bezig: mijn organen. Kijk, ik wil gerust mijn organen doneren, maar dan verwacht ik wel een minimum aan dankbaarheid. En ook een minimum aan goede sfeer. Het is sowieso al niet makkelijk om mijn sterfelijkheid ter sprake te brengen. Ik bedoel: binnen enkele decennia lig ik op een bed onder witte lakens in een mortuarium.

En het is nog helemaal niet zeker dat ik tegen dan mijn ambities zal hebben waargemaakt. Ik heb nog zoveel te doen. Ik moet nog naar Mexico. En een gedichtenbundel uitbrengen. Eventueel honing leren maken. Koraalriffen, vulkanen en magische wouden ontdekken. Tantrales volgen. Een religie vinden, misschien een openbaring. Mijn liefde verklaren. En mijn liefde beantwoord zien. Ja, vooral dat laatste zou leuk zijn.

Ik zeg: "Katrien, ik zou graag dat contract tekenen om mijn organen te doneren."

Er verandert iets. Haar blik wordt zachter.

Ik zeg: "Het is een rare gedachte dat mijn organen ooit in een ander lichaam zullen belanden. Mijn longen, mijn nieren, mijn hart." Ze moedigt me aan: "Het klinkt misschien luguber, maar het is een goede daad."

Ik sta nu buiten met een kaart waarop staat 'orgaandonor'. Ik moet die status nog wel waarmaken. Momenteel zit er teer in mijn longen, whisky in mijn bloed en een pijnstiller in mijn lijf.

Aan mijn acht nabestaanden: "Sorry. Ik weet ook niet waarom."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.