Donderdag 17/10/2019
Sabrine Ingabire. Beeld Bob Van Mol

Column

Ik zal de verhalen over verloren momenten, verloren mensenlevens niet lezen, omdat zulke verhalen voor mij te vaak aanvoelen als trauma porn

Sabrine Ingabire (23) is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

“Denk je er soms aan?” vraagt mijn oma.

Het is zaterdagavond in Brussel. Zij zit in een eenpersoonszetel in haar woonkamer, ik zit bovenop, op de hoofdsteun, haar hoofd tussen mijn benen. Ik doe een beetje water in haar haar, een beetje haarproduct, ik kam het, ik maak kleine vlechtjes. Enkele ogenblikken daarvoor had ze toegekeken hoe ik mijn ritueel had toegepast op mijn eigen haar voor het slapengaan. Ik had toen naar haar opgekeken, en gevraagd: “Tu veux que je te fasse des bitutas?”

Ze had geknikt. Dus ben ik haar haartjes beginnen vlechten.

“Mijn kleine zus deed dit vroeger”, vertelt ze. “Mijn haar verzorgen. Bitutas voor het slapengaan.”
“Welke zus was dat?”
“Haar naam was Blandine.”

Ze blijft even stil.

“Ze is gestorven tijdens de oorlog”, vervolgt ze.
“Hoeveel zussen en broers had je?”
“Ik had zes zussen en één broer. Drie van mijn zussen zijn gestorven door de oorlog.”
“De hoeveelste was je?”
“De voorlaatste.”

Ik besef plots dat ik dit, op mijn drieëntwintigste, voor het eerst verneem. Ik besef dat ik niet wist dat ze zeven broers en zussen had, of dat zij de jongste overlevende was. Er is een groot deel van mijn familiegeschiedenis dat ik niet ken, en misschien nooit zal kennen, omdat vragen hierover stellen zo ongemakkelijk is, omdat vragen hierover beantwoorden zo pijnlijk is.

Terwijl ik mijn oma’s haar liefdevol behandel, denk ik aan die ene keer dat we voor school een stamboom moesten maken. Voor de meeste klasgenoten was het een gemakkelijke oefening – gewoon even denken aan de ooms en tantes en neefjes en nichtjes. Bij mij was het moeilijker: ik kende mijn ooms en tantes en neefjes en nichtjes niet allemaal. Sommigen leefden in Rwanda en had ik nooit ontmoet. Anderen waren in delen van de wereld die ik nog niet had bezocht, omdat je tijdens een oorlog vlucht naar waar je kan. Anderen, velen, waren gestorven.

Met de onschuld van een kind dat niet heeft nagedacht over de omstandigheden waarin ze is geboren, had ik aan mijn tante gevraagd om mij te helpen bij mijn taak. Ze hielp één minuut en vroeg me dan om ze zelf af te maken. “Ik praat niet graag over het verleden”, had ze me kortaf gezegd. Ik begreep toen de emotionele zwaarte van wat ik haar vroeg niet. Ik was boos op haar – ik wilde gewoon mijn taak maken.

“Denk je er soms aan?” vraagt mijn oma.

Ik hoef haar niet te vragen waar ze het over heeft. Ze bedoelt de genocide. ‘Er’.

“Ja.”
“Maar je praat er nooit over.”
“Nee.”
“Maar je denkt er wel aan?”
“Ja. Dat is de reden waarom we hier zijn. Waarom we alles hebben verloren.”

Ze knikt.

“We hebben echt alles verloren. En iedereen.”
“Denk jij er vaak aan?” vraag ik, het antwoord kennende.
“Iedere dag.”
“Praat je er vaak over?”
“Telkens als we met Rwandezen onder elkaar zijn. Het kan niet anders. Het heeft alles veranderd. Alles verwoest.”

Deze maand herdenken we, 25 jaar later, de Rwandese genocide. Er zullen, net als altijd, talloze stukken verschijnen. Veel van die stukken zullen persoonlijke verhalen zijn. Verhalen zoals wat ik hierboven vertel, over ontheemding, vluchten, versnipperde families, verwoesting. Over oorlogen die 25 jaar later nog steeds levensbepalend zijn. Verhalen over verloren momenten, verloren mensenlevens, gruweldaden.
Ik zal ze niet lezen, omdat zulke verhalen voor mij te vaak aanvoelen als
trauma porn. Een mogelijkheid voor mensen om de pijn en de trauma’s van mensen te kunnen observeren, zoals een ramptoerist die pervers urenlang naar een brandend huis staart om één lijk te kunnen zien. Een lijk dat blootgelegd wordt door journalisten die het bekijken als een ‘hot item’, en niet als het hartverscheurende onderwerp dat het werkelijk is.

Nu, ik begrijp dat sommige mensen hun verhaal kwijt willen – dat moet ook kunnen. Zo’n trauma openlijk bespreken kan helpen om te helen.

Maar ik hoop – weliswaar naïef – dat naast zulke persoonlijke verhalen, men ook de oorzaken van de burgeroorlog en genocide zal deconstrueren. Dat men daarbij ook zal praten over de externe omstandigheden waarin het allemaal plaatsvond – over de kolonisatie, de manipulatie, de inmenging en de bevordering door de westerse mogendheden. Dat, wanneer men het heeft over de tragische consequenties, men niet stopt bij de persoonlijke gevolgen, maar men ook de structurele gevolgen aanhaalt. Laat het een groter verhaal zijn over hoe België sindsdien omgaat met de Rwandese diaspora hier, over het racisme en de alomtegenwoordige discriminatie. Laat dit een moment zijn om efficiënte politieke maatregelen te nemen om dit tegen te gaan. Laat dit een moment zijn om als land beter te zijn.

In de tussentijd hoop ik op een helende maand voor de diaspora.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234