Zondag 25/07/2021
null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Column

Ik wist: nu niet storen want dan breek je binnen in iets intiems, iets heiligs

Schrijfster Lize Spit vertelt over haar leven.

Het bosje van dertig tulpen dat de uitbaatster van de bloemenkraam op de Zuidmarkt elke zondag in stug bruin papier wikkelt zodat de knoppen niet van de ­stengels knakken in de wind, met dat beschermde boeket op je arm naar huis wandelen, iedere keer dankbaarheid voelen, tegenover die tulpen, tegenover het leven zelf, dat het zo gul is geweest voor jou, dat het je in staat stelt op zondag verse tulpen uit te pakken en ze in een vaas te zetten, dat je vervolgens kan volgen hoe ze in zeven dagen tijd opbloeien en verwelken en dat een week ­wellicht zeven dagen duurt om die reden.

De baobabboomzaadjes die ik van de buurvrouw kreeg om te planten, die plots uit de potgrond omhoogschoten, met een groeisnelheid die bijna tastbaar was, die uit te drukken moest zijn in getallen zonder ­decimalen – x aantal mm per dag. Dat er nu drie kleine baobabbomen, in staat eeuwenoud te worden en een metersbrede stam te ontwikkelen, in een dessertschaaltje van tien centimeter doorsnede op mijn vensterbank staan.

De portretfoto van mijn metekindje die B. me met de post vanuit Frankrijk opstuurde, en dat ze in het ­begeleidende kaartje haar gemis omschreef met: ‘Covid is erger dan Cerberus!’ en dat ze daarbij haar hond met drie koppen had getekend.

Dat beneden in de straat een auto geparkeerd stond waarvan de lak op zo’n manier beschadigd was geraakt dat het leek alsof er rijmplekken op stonden, stervormige troebele figuren, en dat ik een halve seconde verbaasd dacht: ‘oh, het vriest weer!’ tot ik de daken van alle andere geparkeerde wagens zag.

Zover kwam ik, nadat ik mezelf de opdracht had gegeven een week lang alles te noteren wat me gelukkig maakte. Ik was op het idee gekomen nadat ik op Radio 1 de positieve nieuwsuitzending hoorde van tien voor tien, terwijl ik in de badkamer ­glimlachend de was stond te sorteren.

Ik kwam niet verder dan enkele punten. Dat lag niet aan het feit dat er de verdere week niets positiefs meer gebeurde. Nee, ik staakte op dag twee met notities maken, omdat toen het allermooiste van die week al plaatsvond en ik daar gerust de rest van de week optimistisch van kon blijven.

Ik zag de wagen met de ogenschijnlijke rijmvlekken. R. zat op dat moment te schrijven aan de keukentafel, met zo’n concentratie dat ik wist: nu niet storen want dan breek je binnen in iets intiems, iets heiligs. Pas toen hij klaar was met zijn getokkel, en hij met enige ­voldoening naar zijn tekst zat te kijken, nam ik hem mee naar het raam, om de auto aan te wijzen. R. boog daarop zo enthousiast en gretig naar voren om de straat goed te kunnen zien, dat hij met zijn voorhoofd hard tegen het raam botste, alsof hij had verwacht zich gewoon door het glas heen te kunnen buigen.

Dat was mijn dierbaarste moment van de week: dat een schrijver zo kan opgaan in zijn eigen universum, zo intens de architect van zijn eigen wereld kan zijn, dat hij in de minuten daarna nog steeds vergeet dat er zoiets als de werkelijkheid bestaat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234