Dinsdag 31/01/2023
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnLize Spit

Ik wil erkenning krijgen voor de angst die ze me daarnet hebben aangejaagd

Auteur Lize Spit en haar Nederlandse collega Bregje Hofstede, allebei 1988, vertellen beurtelings over hun leven.

Lize Spit

De Semois – een brede, ondiepe rivier die vrolijke kronkels trekt door de vallei, alsof ze werd gekieteld toen ze haar bedding koos. Ik zit op een afgeplat rotsblok in het midden van de stroom met mijn voeten in het water, uit het zicht van het hoger gelegen wandelpad, en probeer het vertrouwen te winnen van kikkervisjes.

Plots klinkt vlak achter me een luide plons. Mijn eerste angst: ik ben hier al die tijd niet alleen geweest. Daarna allerlei beelden van gevaarlijke dieren. Pas in derde instantie volgt de redelijkheid: misschien heeft een vogel een gevangen vis uit zijn bek laten vallen?

Net wanneer ik over de schrik heen ben, klinkt een tweede plons, verder weg. Nu begrijp ik wat er aan de hand is, en meteen volgt een duidelijk bewijs: een derde steen wordt vanaf het pad in het water geworpen. Snel krabbel ik recht, stap over de glibberige rotsblokken terug naar de oever. De vierde steen belandt op twee meter naast me.

In de grote oppervlakte van deze rivier ben ik maar een stip. Wie de opdracht zou krijgen me vanaf het pad te raken zou er vast niet in slagen, maar hier, vanuit deze penibele positie, lijkt de kans reëel dat ik door steniging zal omkomen in Tournavaux.

Ik zou de situatie kunnen oplossen door mezelf kenbaar te maken – hé, kijk uit met jullie stenen, er is iemand beneden, ik namelijk! – maar het lukt me niet te schreeuwen.

Als schrijver kan ik spreken, heb ik alle taal, durf ik een podium te bestijgen, antwoord ik moeiteloos op vragen van een interviewer, maar als ik alleen op blote voeten in een rivier sta, is er geen basis om vanuit te spreken, zelfs niet wanneer ik me onveilig voel. Op onbekend terrein word ik terug gekatapulteerd naar mijn kindertijd, het angstvallige zwijgen om de ander, een ouder, te sparen.

Een vijfde plons. Met mijn handen boven mijn hoofd klim ik omhoog naar het pad, waar inderdaad een jong koppel staat. Ze zijn klaar met stenen gooien, ze kussen, vervolgen hun weg.

Ik wil hen alsnog toespreken, zeggen dat ze in het vervolg beter moeten opletten, wie weet red ik zo anderen – of nee, dat is niet geheel waar, ik wil erkenning krijgen voor de angst die ze me daarnet hebben aangejaagd, ik wil de situatie eerlijk in drie verdelen. Wat zeg je, achteraf: jullie hadden me pijn kunnen doen, willen jullie alsnog sorry zeggen?

Ik loop achter hen aan, op zoek naar een ingang in hun samenzijn, om het toch ter sprake te brengen. Iets knelt vanbinnen, alsof er een ballon in me zit die wordt volgepompt, niet met boosheid, eerder met schaamte om mijn lafheid die blijft voortduren. Ze keuvelen, ze vertragen, de jongen legt een arm om zijn vriendin heen. Inspecterend kijkt hij achterom, naar welke gek hen stilletjes blijft volgen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234