Zondag 20/10/2019
Marnix Peeters Beeld Bob Van Mol

Column

Ik vroeg me af of ik het eerst aan haar man zou moeten vragen. En of het de avond niet te somber zou maken

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond  verscheen deze week bij Pottwal Publishers.

Ik vraag me elk jaar toch minstens één keer af waarom ik het mezelf aandoe, zei ik. Dat is nu.

Het was halfvier en ik was klaarwakker.

Omdat je er dol op bent, murmelde mijn vrouw. Omdat het je leven is. Alles komt goed. Dat is één aspect van het ondermaanse bestaan dat ik nog onvoldoende beheers, zei ik. Kunnen zeggen: alles komt goed, en als het niet goed komt, is het ook maar zo. Het rare is: in theorie kan ik het wél. Het is mijn vaste overtuiging, mijn levens­leer: dat het niets uitmaakt. Je danst maar best zo vrolijk en onbezwaard mogelijk door de tuin van Mensen en Dingen. Van alles waar je je ooit zorgen over hebt gemaakt, bleek achteraf immers dat die zorgen totaal onnodig waren.

En toch laat ik die olifant nu en dan weer binnen. Hij klopt aan, ik wéét dat hij me danig in de weg zal staan, en toch doe ik open.

Deze olifant gaat slapen, knorde mijn vrouw.

Ik ben niet de beste organisator, ik heb een slecht geheugen en weinig tucht tussen de oren, en de weken die voorafgaan aan zo’n boekpresentatie zijn moordend. Op willekeurige momenten, vooral ’s nachts, schieten er mij ideeën en vergetelheden door het hoofd, dit nog te doen en dat nog op te schrijven. Tegen de ochtend valt dan het regel­ratje uitgeput weer in slaap. Gelukkig zijn wij niet aan uren gebonden. Waar is de tijd dat de wekker met zijn boze rode duivels­ogen dreigend naast het bed stond te gloeien? zei ik. Dat je de minuten zag verspringen, wetend dat ze je laatste restje slaap opknabbelden, dat je een vreselijke, dreinende, eindeloze dag tegemoet­ging. Files en zo, weet je nog? Vergaderingen?

Mhrb, zei mijn vrouw.

Vermoedelijk heeft iedereen een fase in zijn leven waarin hij probeert serieus te zijn, zei ik. Het is kwestie van die te overleven.

Het is vooral een kwestie van snaveltjes toe, zei mijn vrouw, plots klaarwakker, waarna ik opstond en op mijn laptop naar ‘Het beflied’ ging luisteren. ‘Het beflied’ is een scouts­liedje van Lies Lefever. Zij zong het vorig jaar op de voorstelling van In elke vrouw schuilt haar moeder. Het zou haar laatste optreden worden. Ik wilde de opname deze week op de presentatie van Ik heb aids van Johnny Diamond laten horen. Ik vroeg me af of ik het eerst aan haar man zou moeten vragen. Of het de avond niet te somber zou maken. Of het uit z’n context nog wel grappig zou zijn. Of ik mijn laptop wel op de geluids­installatie zou kunnen aansluiten. Of ik voldoende mensen had uitgenodigd, of net te veel, en of er in dat geval voor iedereen genoeg Cornet zou zijn.

Lies Lefever. Haar laatste optreden was bij de presentatie van Marnix Peeters' vorige roman, een klein jaar geleden. Beeld Familiearchief

Met een hoofd dat zong van de zorgen kroop ik om kwart voor zeven weer in bed.

Alles is mega­goed onder controle, zei ik tegen mijn vrouw, die de slaap der rechtvaardigen sliep en die daarbij overduidelijk niet meer wenste gestoord te worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234