Dinsdag 23/04/2019

Column Marnix Peeters

‘Ik vond mijn allereerste verhaal terug. Het is één A4’tje lang en het lijkt nergens op’

Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw.

Als het echt te gortig wordt, doen wij een lenteschoonmaak. Het is vooral een opruiming: twintig procent van de inboedel moet de deur uit. Boeken, platen, prullen, paperassen, je hoopt maar op. We rijden over en weer naar het Altstoffdepot en naar Dabei, dat is een organisatie in Sankt Vith die spullen opknapt en doorverkoopt voor de goede zaak. Er werkt een oud zwart mannetje met een dikke bril van wie wij nog altijd niet weten welke taal hij spreekt. Alles wat wij tegen hem in het Duits of het Frans zeggen, beantwoordt hij met een hoofdknik.

Mijn vrouw is veel minder een hamster dan ik. Ik heb al mijn bonnetjes van 1994 nog. Vliegtickets in een boekje, die je moest uitscheuren. Een restaurantbonnetje van 340 frank. Een cd in de Fnac. Soms roepen die bonnetjes haast tastbare herinneringen op, vaak kan men erom gniffelen. Ze liggen nu allemaal in een container in het Altstoffdepot.

Kijk, zei ik, híér doe ik het voor. Hamsteren. In een oude map vond ik het allereerste verhaal terug dat ik ooit schreef. April 1973, het zal een verregende paasvakantie geweest zijn. Mijn zussen typten en illustreerden, ik schreef. Het heet ‘Jan doet een uitstap’. Het is één A4’tje lang en het lijkt nergens op. Jan Teermuts trekt het bos in en treft daar een mensenetende boef. Maar er is ook een politieman en dus gaat het feest niet door. Jan opgelucht en blij. Ik moest nog acht jaar worden.

Beeld rv

Ik zie jullie bezig, zei mijn vrouw lachend. Met drieën aan tafel.

Er was alleen op woensdagmiddag iets voor kinderen op de tv, zei ik. En aansluitend voor adolescenten. Na dat uurtje moest je weer een hele week wachten op bewegend beeld. Verhalen schrijven en taartdozen verknippen tot huisjes.

Grappig dat die tent een raampje heeft, zei mijn vrouw. En de schurk heet Zoutflap. Je had toen al iets met namen. Over vier jaar ben je officieel een halve eeuw schrijver.

’s Namiddags vond ik in de kelder een krat Orval terug, botteljaar 2002. Ik liet ooit goede bieren rijpen, maar deze was ik merkwaardig genoeg uit het oog verloren. Zeventien jaar leek me te lang om goed te zijn. Bij de degustatie twijfelden wij allebei. Pas toen wij op een gespecialiseerde trappistensite lazen dat het bier na bijna twee decennia werkelijk naar natte walnoten, groene banaan, kaas, leder, aarde en tabak hoort te smaken, en dat er met gemak vijftien euro voor zo’n oud flesje wordt betaald, vonden wij hem ook overheerlijk.

Proef plots die aarde, zei mijn vrouw lachend.

Hoe gemakkelijk je van twijfel naar overtuiging springt, zei ik. Eén bellenblazer die naar steenfruit en wilde gist verwijst, en de lipjes worden gepunt, de pinken worden gestrekt en de wenkbrauw schiet de hoogte in.

Men voelt zich kilo’s lichter, als men na zo’n groveborstelweekend, dat ook weer wat schatten aan het licht heeft gebracht, in een proper huis rondkijkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.