Zondag 20/10/2019
Joachim Pohlmann. Beeld Bob Van Mol

Column

Ik voel mij een verrader. Ooit zwoer ik plechtig mijn club nooit in de steek te laten. En toch heb ik dat gedaan

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn column verschijnt wekelijks.

Ik dacht: ik ga het over de corruptie in het voetbal hebben, dat schrijft zichzelf. Als je een hele nacht hebt wakker gelegen van een kleine met buikgriep, is dat handig. En als ik ergens nog wat verstand van heb, is het wel voetbal. Ik heb er genoeg tijd van mijn leven in geïnvesteerd.

U kent mijn gelamenteer wel: geld heeft de sport kapotgemaakt. Ik heb het zien veranderen: van het veredelde amateurisme in het pre-Bosmans-arresttijdperk over de race naar ‘professionalisering’ daarna tot het moment waarop makelaars, sponsors en steenrijke eigenaars het overnamen.

Ik stond op de eerste rij. Niet figuurlijk, ik was nooit betrokken in ‘de organisatie’. Want dat werd een club eind de jaren negentig: een organisatie. Het managementjargon deed toen samen met de bedrijfskundige aanpak zijn intrede. We kregen een CEO, een manager en stakeholders.

Far west

Ik stond letterlijk op de eerste rij. Als supporter. Eerst achter een hek, in de gietende regen, op een onoverdekte, betonnen staanplaats. En vervolgens op een verwarmde zitplaats in een hypermodern stadion, waarvoor de organisatie zich diep in de schulden had gestoken.

Op mijn verwarmd zitje aanschouwde ik hoe de ziel uit de sport werd geperst. Van een fanatiekeling voor wie geen uitmatch te ver was, transformeerde ik in een klant. Of erger: in een stakeholder die online enquêtes invulde over supportersbeleving.

Eerst dacht ik: ik word volwassen. Mijn moeder had gelijk gehad telkens ze jammerde wanneer ik op een bus richting een boerengat in de Far West kroop. ‘Zou je je niet beter bezighouden met nuttigere zaken?’ Studeren. Een lief zoeken.
World of Warcraft spelen. Alles behalve die stomme voetbal.

Verraden verrader

Maar ik werd niet volwassen, wel gedegouteerd. En daarna cynisch. En vervolgens apathisch. Tussen naar Zuid-Frankrijk tuffen in een gammele Opel om een hopeloze Intertoto-wedstrijd te bekijken en de vraag ‘wat zit ik op dat verwarmde zitje te doen?’, zit twintig jaar. En toen hield het op.

Ik voel mij verraden. En ik voel mij een verrader. Ooit zwoer ik plechtig mijn club nooit in de steek te laten. En toch heb ik dat gedaan. Al zeg ik tegen mezelf dat ik de organisatie in de steek heb gelaten. U vraagt zich wellicht af hoe een verstandige mens daar zoveel belang aan kan hechten? Wel, ik vraag het me ook af.

Ik zou kwaad moeten zijn. Of zwelgen in leedvermaak. Na al die jaren wordt mijn gelijk bewezen: voetbal is kapot. Maar het interesseert me niet meer. Ik zit ’s nachts in mijn zetel, met een ziek kind op mijn schoot, en vervloek de dag dat mijn vader zaliger me die allereerste keer, dertig jaar geleden, meenam naar het stadion.

Ik ging hetzelfde doen met mijn zoontje, hem meenemen naar het stadion. Juist nadat hij zich bewust zou worden van voetbal, maar nog voor hij onder de groepsdruk van klasgenootjes zou bezwijken voor de verleiding van Club of Anderlecht. Ik ga hem dat niet meer aandoen. Het ventje is al zo ziek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234