Vrijdag 18/06/2021

OpinieKen Lambeets

Ik voel me even een burger zonder land, al klinkt dat aanstellerig in het licht van de geschiedenis

Een verkiezingsbord in Den Haag. Beeld REUTERS
Een verkiezingsbord in Den Haag.Beeld REUTERS

Ken Lambeets woont in Nijmegen en werkt bij universiteitsblad Vox.

Volgende week zijn het landelijke verkiezingen in Nederland. Dat heb ik in de media moeten vernemen, want een persoonlijke uitnodiging heb ik niet ontvangen. Voor het eerst sinds mijn verhuizing naar Nijmegen in 2018 voel ik me een beetje een tweederangsburger. In principe heb ik niet te klagen: ik mocht in Nederland al stemmen voor de gemeente, de Provinciale Staten, de Waterschappen en de Europese verkiezingen. Maar nu het er écht toe doet – beslissen wie de sleutels van het Torentje krijgt – mag ik niet.

Verkiezingspropaganda, debatten en stemtests laat ik aan me voorbijgaan, want die zijn voorbehouden aan mensen met een Nederlandse nationaliteit, iets waar ik ten vroegste over twee jaar aanspraak op maak. Laat staan dat ik dat zou willen, want mijn Belgische nationaliteit wil ik niet opgeven. Daarvoor doen we het voorlopig nog te goed in het voetbal.

Ach ja, België. Moeten we het ook even over hebben. Zonder sneltest en/of verklaring op eer kom ik er voorlopig niet in. Toen de Europese Commissie mijn vaderland onlangs op de vingers tikte over de reisbeperkingen door te stellen dat minder restrictieve maatregelen om de volksgezondheid te beschermen óók mogelijk waren, verlengde België het reisverbod met een paar weken. Dus voel ik me nu even een burger zonder land, al klinkt dat heel verwend en aanstellerig in het licht van de geschiedenis.

Maar elk nadeel heb zijn voordeel. Door de strenge coronamaatregelen heb ik het afgelopen jaar een paar nieuwe plekken leren kennen. Kerstcadeautjes uitwisselen met mijn ouders deden we bijvoorbeeld aan de grensovergang bij Hamont-Achel, na een mooie wandeling over de nabijgelegen Groote Heide. Onderweg liepen we voorbij een reconstructie van de Doodendraad, een elektrische versperring die de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog aanlegden om contact met het vrije Nederland te verhinderen. Goed om even wat dingen te relativeren.

Vooral de streek rond Kanne, het eerste Belgische dorpje ten zuiden van Maastricht, ken ik inmiddels goed. Nooit geweest voor corona, maar wat is het heerlijk wandelen langs de Jeker en op de Sint-Pietersberg op de grens van Vlaanderen, Wallonië en Nederland. Telkens als ik Château Neercanne zie, een 17de-eeuws barokkasteel met terrasvormige tuin, waan ik me in Frankrijk, wat wordt versterkt door de wijnstokken een paar honderd meter verderop.

Tijdens de Europese top van 1991 dineerden twaalf regeringsleiders samen met koningin Beatrix in het restaurant dat bij het kasteel hoort. Terwijl ze hun soep binnenlepelden, hadden François Mitterand, Ruud Lubbers, Wilfried Martens, Helmut Kohl en nog een paar collega’s het onder andere over een gezamenlijke munt en de verdere uitbreiding van de Europese Unie, wat uiteindelijk tot het Verdrag van Maastricht zou leiden.

Dat de nabijgelegen grensovergang dertig jaar later voor de meeste Europeanen tijdelijk gesloten zou zijn, hadden de politieke zwaargewichten wellicht niet voor mogelijk gehouden. Hopelijk kunnen we snel terug naar het Europa van hun geest.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234