Zondag 19/01/2020

Interview Wellesnietes

‘Ik voel een morele verplichting om me aan de buitenwereld te tonen zoals ik ben’

Rehm Wittevrongel (l) en Emiel Lenaert. Beeld Bob Van Mol

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: in Gent kreeg een jong homo­koppel rake klappen. Passen holebi’s hierdoor uit angst hun gedrag in het openbaar aan? 

Rehm Wittevrongel: ‘Gaybashing maakt me bang. Ik let echt op wat ik draag’

Voor Rehm Wittevrongel (21), student communicatiemanagement aan de Artevelde­hogeschool, passeerde er geen avondje uit waar­op hij geen homofobe opmerking naar het hoofd geslingerd kreeg. ‘Ik perk me liever wat in, dan dat ik weeral huilend naar huis moet.’

“Waar ik vroeger geen moer gaf om wat anderen van me dachten, heeft de voortdurende nieuws­stroom over gay­bashing me heel erg bang gemaakt. Ik ben bang als ik met een date iets ga drinken op een terras of als ik na een avondje in de Gentse Overpoort alleen naar huis moet wandelen. Als ik nu uitga, let ik echt op wat ik draag. Aan mijn kotgenoten vraag ik voor we vertrekken of ik er hetero genoeg uitzie, gewoon omdat ik niet wil dat mijn homo­seksualiteit opvalt of reacties uitlokt. Ik weet dat ik anders toch maar aangegaapt word. Of dan hoor je het groepje dat naast je staat plots zeggen: wat een faggot. Ik kreeg ook al meermaals een duw.

“Het is opvallend dat het vaak jongens zijn die aanstoot nemen aan hoe ik dans of hoe ik mezelf uitdruk. Omdat dat zo vaak gebeurde, heb ik op een bepaald moment beslist: oké, dan kleed ik me wel wat minder uitbundig. Het was me de energie en de teleurstelling niet meer waard.

“Ik vind het natuurlijk heel jammer dat ik niet compromisloos mezelf kan zijn wanneer ik op café ga, maar thuis of bij vrienden kan dat gelukkig wel. Ik onderdruk mezelf liever een beetje als ik weg­ga, dan dat ik na een uur alweer huilend naar huis moet omdat iemand weer iets heeft gezegd. Want dat verpest de avond niet alleen voor mezelf, ook voor mijn vrienden is het elke keer weer een enorme domper.

“Dus pas ik op wanneer ik ga dansen dat ik geen te uitbundige bewegingen maak. Ik amuseer me nog wel, maar een slut­drop (snelle hurkbeweging met de knieën wijd open, red.) zul je me toch niet meer zien doen in een vol café. Dan wéét je dat er reacties komen.

“Als ik naar huis wandel, ben ik altijd op mijn hoede en hou ik regelmatig een sleutel tussen mijn vingers geklemd, voor mocht het nodig zijn mezelf te verdedigen. Als ik een koptelefoon draag, zet ik geen muziek op, zodat ik het zeker hoor als ik benaderd zou worden.

“Toen ik vernam dat er in Gent weer homofoob geweld was gepleegd, ben ik uit pure onmacht beginnen huilen. Ik doe zelf al vaak mijn best om langs drukke plekken naar huis te wandelen in de hoop dat ik daar veiliger ben. Maar de homofobe aanval van dit weekend gebeurde op het Sint-Baafs­plein. Als het daar al kan gebeuren, is er echt geen enkele plek veilig.

“Ik merk wel dat er een groot verschil is tussen hoe ik me gedraag als ik net nieuwe mensen ontmoet, en wanneer ik hen al wat langer ken. Ik moet altijd wat aftasten of het veilig is om hélemaal mezelf te zijn. Dat is een vorm van zelfbescherming. Ik wil gewoon niet dat mijn homo­seksua­li­teit het eerste is wat mensen opmerken wanneer ze me ontmoeten.

“Ooit werd ik eens aangesproken door twee vrouwen toen ik met een vorige partner hand in hand over straat liep. Ze bedoelden het goed hoor, en zeiden dat ze het moedig vonden dat we onze genegenheid toonden, maar toch had hun reactie het omgekeerde effect. Ik wil helemaal niet het gevoel hebben dat ik iets moedigs doe wanneer ik met de persoon die ik graag zie over straat loop. Ik wil gewoon in het grotere geheel opgaan zonder de aandacht te trekken.” 

Emiel Lenaert: ‘Het is mijn morele plicht om me te tonen zoals ik ben’

Emiel Lenaert (20, student drama aan het KASK in Gent) is non-binair (voelt zich niet thuis in de gendercategorieën man-vrouw) en wil ongecensureerd de buitenwereld trotseren. ‘Ik heb liever dat ze op mijn gezicht slaan dan dat ik moet doen alsof ik iemand anders ben.’

“In het vijfde middelbaar droeg ik al zwarte nagellak, en dat voelde toen aan als een grote overwinning. Ik heb mezelf echt moeten aanleren dat het oké is om uit die traditionele gender­rollen te breken. Dat het oké is om plaats in te nemen.

“Ik weet dat het risico’s inhoudt om mezelf te zijn in deze wereld, maar ik weet ook dat ik onmogelijk gelukkig zou kunnen zijn als ik voortdurend moet oppassen met wat ik doe en hoe ik me kleed. Ik heb evenveel het recht om te doen wat ik wil als iemand anders. Het is wel een moeilijk proces geweest om mezelf die vrijheid te gunnen. Maar hoe hard ik ook op mijn kleding let of hoezeer ik me ook probeer weg te stoppen, er écht bijhoren zal me nooit lukken. Toen ik me dat gerealiseerd heb, dacht ik: ik doe gewoon mijn goesting.

“Natuurlijk begrijp ik ook dat er mensen zijn die bang worden als ze van een zoveelste uiting van homofoob geweld horen. Die angst voel ik óók. De jonge mannen die dit weekend in Gent werden aange­vallen, zijn mijn vrienden. Maar ik weet dat ik twee dingen kan doen met die angst: ik kan me conformeren en doodongelukkig zijn. Of ik kan in mijn roze pant­suit naar de Delhaize gaan en me tenminste een beetje goed voelen over mezelf.”

“Als ik echt wil dat dat gevoel van angst weggaat voor mij en voor anderen, kan ik daar alleen aan bijdragen door elke dag ongecensureerd mezelf te zijn. En ja, we hebben allemaal dagen waarop we moe zijn of geen zin hebben om aangestaard te worden. Maar toch voel ik een soort morele verplichting om me aan de buitenwereld te tonen zoals ik ben. Die verantwoordelijkheid draag ik voor deze generatie, maar ook voor alle generaties die na ons komen.

“Ik krijg heel vaak reacties over hoe ik me kleed. En er zijn ook momenten waarop ik denk: dit is allemaal heel vermoeiend. Maar ik weet dat ik niet in de fout ben, dus doe ik gewoon rustig verder. Omdat ik zo vaak scheve blikken krijg, vallen ze me intussen ook niet meer op. Nu zijn het vaak vrienden die het me vertellen wanneer er mensen naar me zitten te gapen.

“Als ik door een straat loop waar ik me niet veilig voel, stuur ik soms wel een berichtje naar vrienden om te zeggen dat ze hun gsm in de gaten moeten houden. Ik ben op mijn hoede, maar een andere route nemen wanneer ik ’s nachts naar huis wandel, daar wil ik niet aan beginnen.

“Op dit moment heb ik geen vaste romantische partner. Als dat wel zo zou zijn, zou ik gewoon mijn affectie tonen op openbare plekken.

“Met mijn mama had ik er vorig jaar wel een hevige discussie over, nadat een homo­koppel in elkaar was geslagen. Ze vond dat ik voorzich­tiger moest zijn op straat. Maar ik heb echt liever dat ze op mijn gezicht slaan, dan dat ik mijn hele leven moet doen alsof ik iemand anders ben. En dat meen ik echt.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234