Dinsdag 15/10/2019
Hilde Van Mieghem. Beeld Bob Van Mol

Column

Ik vind het treurig, die stervende dennen­bomen op straat

Hilde Van Mieghem, acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld

Het zal wel sentimenteel zijn, maar ik kan het niet helpen, elk jaar opnieuw heb ik er mee te doen. Ik voel altijd een steek van verdriet door mijn hart gaan als ik ze daar zo hulpeloos zie liggen op straat, die eerste week na de kerst­vakantie. De stoepen in de stad liggen er bezaaid mee.

Kerstboom na kerstboom wordt op straat gesmeten. Afgedankt. De meeste zitten nog flink in de naalden, stevig en diep­groen. Soms hangen er frivool nog wat restjes glinsterende slinger­stukjes in of een kapotte kerst­bal. Af en toe nog wat plukjes engelen­haar. Aan hun afgezaagde stammen zie je druppels hars die het levens­sap verraden dat er nog steeds in stroomt. Sommige werden aan een kruis genageld. Ik hoor ze sterven terwijl ik er langs­loop.

Mr. Wilson, mijn hondje, is verbaasd over zoveel groen op straat. Hij besnuffelt ze uitgebreid als laatste eerbewijs. Ik vraag me af wat hij dan precies ruikt. De geur van het bos waar ze gerooid ­werden? De handen van de kerstboom­handelaars die ze omzaagden en naar hun winkels sleurden? De geur van de huizen waarin ze terecht­kwamen? De heerlijke luchtjes van gebraden kalkoenen, veenbessen, gestoofde peertjes en kroketten? Kleverige kinder­handjes die niet van de glinsterende ballen die erin hingen konden afblijven?

Mr. Wilson neemt er zijn tijd voor, alsof het een zaak van leven en dood is en besprenkelt ze uiteindelijk – bij wijze van zieken­zalving, als laatste sacrament – met enkele druppels urine. Ik sla nog net geen kruis­teken.

In alle ernst, ik vind het treurig, die stervende dennen­bomen op straat.

Toch heb ook ik me jarenlang bezondigd aan het hebben van een kerstboom. En wat voor een. Ik woon op een gelijk­vloers waar de plafonds 4,40 meter hoog zijn, dus daar kon wel een joekel van een boom in. Ze waren altijd minstens 3,5 meter hoog. De helft van de meubels in de voorkamer werd ervoor opzij­geschoven. Urenlang stond ik vervaarlijk te zwiepen op een ladder om ze op te tuigen. Honderden kerst­lampjes gingen erin. Oogverblindend waren mijn kerstbomen. De hele straat sprak erover, door de hoge ramen kon men hem zien staan.

Ik troostte me met de schijnheilige gedachte dat zo’n grote boom tenminste vele jaren geleefd had en weigerde hem op straat te gooien na kerst. Bij wijze van boete­doening liet ik de kerstboom staan tot er zo goed als geen naald meer aanhing. Vaak tot begin februari. Verlengde ik daarmee zijn doods­strijd?

Het zorgde voor veel extra poets­werk, want onder de boom werd het tapijt van dorre dennen­naalden steeds dikker en de katten en hond vonden het heerlijk om er in te stoeien en de dorre naalden over het hele huis te verstrooien. Pas als de boom echt niet meer was dan een karkas met ballen, slingers en lampjes, ontdeed ik hem van zijn versiering, sleepte hem door het huis naar de tuin en zaagde hem daar in stukken en liet een jaar later de kurkdroge houtblokken in de open haard opbranden. Of ik gebruikte mijn oude kerstboom voor de barbecue in de zomer. Weinig brandt zo fel als dorre dennen­takken.

Nadat de kinderen het huis uit waren, kwam er geen kerstboom meer in. Tot dit jaar, want nu is er Gloria, mijn kleindochter, die met haar grote, nieuws­gierige ogen de schoonheid van zo’n overdadig versierde boom opdrinkt en er maar niet genoeg van krijgt.

Ik heb een gif­groen sier­dennetje in pot gekocht dat ik samen met haar in de tuin zal planten volgende week.

“Mooie kejst­boom”, was haar oordeel. “Aai kejst­boom.”

Zoals steeds op maandag, was ze bij mij, en nadat ik haar had opgehaald en met de buggy door de straten liep, keek ook zij naar al die stervende dennen­bomen op straat. “Kejst­boom slaapt?” Vragend keek ze me aan. “Wakkej wojden”, riep ze blij en klapte daarbij in haar handjes.

Even leek het of ik een siddering doorheen de bomen zag gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234