Vrijdag 22/11/2019
Hilde Van Mieghem. Beeld Bob Van Mol

Column Hilde Van Mieghem

Ik val nog net niet flauw, mijn hart slaat een paar keer over, mijn mond is kurkdroog

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven

Het zomert in de lente. Op een van die mooie avonden, verleden week, lopen ik en Mr. Wilson, mijn hondje, naar het pleintje vlak bij mijn huis. De laatste wandeling van de dag. Het is al laat maar het pleintje barst uit zijn voegen, de terrasjes zitten stampvol, ook al is het bijna middernacht.

Het standbeeld van Willem Elsschot wordt omringd door een dertigtal jongeren die lachen, brullen en dansen op de muziek die uit een gettoblaster knalt.

Ze hebben enkel oog voor elkaar. Ik ben niet meer dan een schim voor hen. Ik kijk naar al dat jonge geweld en moet glimlachen om hun uitzinnige vreugde.

Ik zie mezelf, 42 jaar jonger. Het regent pijpenstelen. Ik zit droog op het terras van een café en zie in de verte een man staan. Op datzelfde pleintje, toen nog zonder Elsschot. Het water druipt uit zijn krullen, de oliejekker die tot aan zijn kuiten reikt, glimt.

Hij lijkt wel een standbeeld. De David van Michelangelo verbleekt bij de imposante man die hij is. Hij heeft smaragdgroene ogen en even kruisen onze blikken elkaar. We kijken elkaar net iets te lang aan. Bam! Love at first sight.

In de weken die volgen zie ik hem af en toe, in het café vanwaaruit ik hem die eerste keer zag, maar we spreken elkaar nooit aan. Tot we op een avond, dankzij te veel alcohol, onze verlegenheid overwinnen. Die nacht brengen we samen door. Vurig, hartstochtelijk. ’s Ochtends vertrekt hij, naar zijn vrouw. Verweesd blijf ik achter. Razend, omdat ik me bedrogen voel.

Zes maanden later. Ik heb hem in al die tijd niet meer teruggezien. Samen met enkele klasgenoten van de toneelschool duik ik lachend, brullend, zingend het acteurscafé in, aan datzelfde pleintje.

Daar staat hij, aan de toog en ik val stil. Weet me geen blijf. Hij wenkt me. Ik loop met knikkende knieën naar hem toe.

“Ik kom me verontschuldigen voor die ochtend toen ik zo botweg vertrokken ben”, zegt hij, bijna zakelijk. “Ik ben niet eerder gekomen omdat ik mijn leven eerst op orde wilde hebben. En dat is nu het geval, ik ben niet langer samen met de vrouw met wie ik was, ik wil jou leren kennen, je bent geen dag uit mijn gedachten geweest.”

Ik val nog net niet flauw, mijn hart slaat een paar keer over, mijn mond is kurkdroog.

Tien jaar en twee kinderen later gaan we uit elkaar. Ons contact verwaterde de laatste jaren een beetje. Maar nu, nu we een kleindochter hebben, zoekt hij me op als Gloria bij me is. Samen lopen we naar het park, het kleinkind tussen ons in, één knuistje om zijn pink geklemd, het andere knuistje om mijn duim. Afwisselend duwen we de schommel waarop zij zit. Soms, als hij het niet merkt, kijk ik naar hem, hij is 72 ondertussen. Ik geniet van de ietwat ongemakkelijke intimiteit die er is, nu Gloria ons weer samenbrengt.

Hij is altijd mijn grote liefde gebleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234