Vrijdag 15/11/2019

Column

Ik sla een onzichtbare loden cape om wanneer ik deze mannen moet passeren, een pantser waarmee ik mezelf bescherm tegen hun blikken

Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven. Vandaag: Lize.

Er is veel over geschreven, sinds Sofie Peeters er in de documentaire Femme de la rue haar licht op liet schijnen: de samenscholende mannen die er een sport van maken vrouwen aan te klampen in de ­openbare ruimte. In de Brusselse buurten waar toen gefilmd werd, is er nog niet veel verbeterd. Nog steeds loop ik na valavond over de Anspachlaan, passeer de rokende mannen die op bankjes zitten met mijn blik strak naar de stoeptegels gericht om niemand de indruk te geven naar iets op zoek te zijn.

Ik heb moeten leren om hun avances van me af te doen glijden, zonder dat ik me er onbeleefd door voel – wie zelf niet om aandacht heeft gevraagd, hoeft er ook niet voor open te staan. Het is alsof ik een onzichtbare loden cape omsla wanneer ik deze mannen passeren moet, een pantser waarmee ik mezelf bescherm tegen hun blikken.

Na meer dan tien jaar gewenning, en omdat ik zelf persoonlijk nooit grote incidenten heb meegemaakt, vind ik de aanwezigheid van deze mannen doorgaans niet zo bedreigend meer. Ze vervelen zich of zijn eenzaam. Eigenlijk verwachten ze al afgewezen te zullen worden, ze hebben er weinig bij te verliezen, ze zijn systematisch knullig.

De mannen die ik daarentegen niet knullig of ­onschuldig vind, de mannen die me elke keer weten te ontregelen, zijn de tegenliggers die je kruist op straat en die je iets toefluisteren net nadát je hen gepasseerd bent. Je loopt ze nietsvermoedend voorbij, al dan niet met je blik naar de grond gericht, en in je dode hoek wordt nog snel iets gesist over je kont, klinkt daar een smakkend geluidje bij, een sappige ‘baiser?’, net luid genoeg opdat je het kan horen, om je aandacht te trekken. Het gaat te snel, de dader is al lang ver achter je, hij weet dat je het gehoord hebt en dat maakt je machteloos: je kan niet boos ­omkijken want dan geef je hem de aandacht waarnaar hij verlangt, maar als je gewoon ­doorloopt neem je het complimentje ­automatisch in ontvangst, hij heeft het als een sticker op je bil gekleefd – die loden, afwerende cape blijkt plots de snit te hebben van een ziekenhuisgewaad, een soort schort die achteraan op je rug vastgeknoopt zit met één touwtje, je loopt met je billen en rug bloot, en ­precies daar, op die kwetsbare strook huid, op die zwakke plek, heeft hij je te pakken gehad.

Het is onmiskenbaar, dat deze dode-hoekfluiters ­vervelender zijn dan de knullige aanklampers. Met de aanklampers kun je tenminste iets, je kunt ze negeren, je kunt ze een doodse grimas toewerpen, je kunt ze met één repliek doen krimpen.

De nafluiters, de mannen die het achter je rug doen, dat zijn de machtsbeluste lafaards die uit zijn op ­ongelijkheid, het zijn zij die niet het risico nemen zich te laten afwijzen.

Foto: Damon De Backer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234