Donderdag 20/02/2020
Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

Ik ren naar buiten, zak op mijn knieën tussen de stipjes: ‘Wat een wonder zijn jullie!’

Hilde Van Mieghem heeft het druk, maar neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Het zijn hectische dagen. Ik ben nu twee weken terug uit mijn dood­stille kluizenaars­hol in Italië en ik heb het gevoel dat ik ononderbroken op een achtbaan zit die van de ene diepte tergend langzaam naar de top kruipt om dan in sneltreinvaart naar beneden te roetsjen met om me heen het gegil van de mensen die in de karretjes zitten.

Die achtbaan staat niet in een of ander pretpark in het groen maar in een grijze stad waar de muren soms zo dicht op mijn huid zitten dat ik een licht-claustrofobische aanval krijg. Om nog te zwijgen van de zwaar verontreinigde lucht die we doorklieven en waardoor mijn ogen prikken, mijn neus verstopt zit en mijn keel pijnlijk aanvoelt, en nee dat is geen inbeelding, de lucht is hier onverantwoord vervuild!

Het publiek in de wagentjes bestaat uit journalisten die me al roetsjend een interview afnemen over mijn documentaire Als je eens wist..., die aanstaande dinsdag uitgezonden wordt op Canvas, maar ook uit familie­leden, die zich zorgen maken over wat ik nu weer ga vertellen, en uit getuigen die meewerkten aan de documentaire, en die ondanks hun moed ook hun hart vasthouden over wat het effect zal zijn op hun omgeving!

De documentaire gaat over geheim geweld op kinderen binnen het gezin. Ik zou echt alles doen om de term kindermishandeling te vermijden, want die wekt alleen weerstand op, zo is mijn ervaring.

Als de achtbaan de goedheid heeft om even halt te houden en ik er voor een korte tijd mag uitstappen, sta ik te tollen op mijn benen, mijn handen trillen onbeheersbaar door de stress en het duurt even voor ik mijn evenwicht terugvind. Dan verschuil ik me in mijn huis en zit ik een beetje afgepeigerd naar mijn tuin te staren.

Er is tijd of een wonder nodig om weer helder te kunnen denken en om bij mijn positieven te komen.

Dat wonder geschiedde.

Ik heb pas mijn huis laten renoveren, alles voor het milieu, en de kers op de taart was de aanleg van de tuin. Ik had er een heuse tuin­architecte voor aangesproken. Ik herinner me dat ze me lachend afremde toen ik vol overgave opsomde wat ik allemaal in mijn tuin wilde: ‘Hilde, het is een stads­tuintje, geen voetbalveld.’

Ik wilde veldbloemen, heel veel klaprozen, krokusjes, sneeuwklokjes, paasbloemen, tulpen, rozen, seringen, rode beuken, rododendrons en kruiden.

Ze zou er wel iets van maken waar ik blij mee zou zijn. Je moet wel geduld hebben tot de lente, had ze me gewaarschuwd, dan pas zul je zien wat er allemaal uit de grond barst.

Starend naar mijn tuin zie ik kleine witte stipjes. Ik ren naar buiten, zak op mijn knieën tussen de stipjes. Het zijn sneeuwklokjes, frêle witte bloemetjes die als klokjes naar beneden hangen van een kaars­recht groen stengeltje.

Ik glimlach en fluister de sneeuwklokjes toe: ‘Wat een wonder zijn jullie! Laat de volgende achtbaan maar komen, nu kan ik het leven weer aan!’

‘Een kinderhand is gauw gevuld’, fluisteren ze terug.

Beeld Jenna Arts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234