Zondag 09/08/2020
Beeld DM/Bart Hebben

OpinieDelphine Lecompte

Ik moet iets bedenken om van het succes af te geraken, en opnieuw irrelevant te zijn

Delphine Lecompte (1978) is dichter, punker, kluizenaar en misfit. Haar jongste bundel heet Vrolijke verwoesting.

Mijn jonge scherpzinnige bloedmooie (we hebben niet dezelfde vader) zus komt me bezoeken in het ziekenhuis. Ze zegt: “Goed nieuws! Je bent nog steeds relevant!”

Ik kijk naar mijn beige plastieken bed met het lelijke gele deken en (sinds deze ochtend) chocoladevlekken op mijn laken (ze zullen denken dat het feces is, en daarom zal ik komende nacht het laken gebruiken om te ontsnappen; twee vliegen in 1 klap: ik ben vrij en ik word niet verdacht van fecale incontinentie), daarna kijk ik naar mijn ziekenhuisbandje (ik ben 0050520521), en tot slot kijk ik naar het gedicht dat ik aan het schrijven ben.

Het is slecht, zeer slecht. Het heet ‘Dragonder met een verstikkingsfobie’. Een belachelijke, prozaïsche, potsierlijke titel, en na de titel wordt het alleen maar erger.

Ik vraag aan mijn zus: “Wat bedoel je?”

Ze zegt: “Je werd afgelopen maand druk vermeld op Twitter.”

Mijn zus is twintig jaar jonger en plaatst haar maaltijden, haar uitstapjes naar Parijs, haar vlechten, haar keeshonden, en haar triomfen op zo veel mogelijk sociale media.

Ze toont me enkele berichten op Twitter die over mij gaan. Het zijn heerlijke liefdevolle berichten van mensen die er prachtig en hip uitzien; ze zagen me niet staan op de speelplaats.

Iemand schrijft (een tikkeltje stout): “De opiniestukken van Delphine Lecompte slaan nergens op, maar ze lezen is zalig!!”

Iemand anders schrijft: “Ik hou van jou.”

Een dubbelganger van Josh Hartnett zegt: “Delphine Lecompte is the bee’s knees!”

Ik glunder en spring op en neer op de institutionele tafel, ik schop een potje salsadip en veertien guimauve Maria’s (mijn persoonlijke voorraad) van de tafel, en trek woest mijn AC/DC-T-shirt van mijn lijf, ik kneed mijn borsten en doe een schizofrene alpacafokker na.

Dan kom ik tot rust en zeg ik domweg tegen het scherm van de iPhone van mijn zus: “Ik hou ook van jullie!”

Mijn zus ziet mijn dwaze euforische zelfgenoegzame blik (ze slaat geen acht op mijn kleine borsten en de makikrankzinnige snuifgeluiden die ik aan het maken ben). Ze zegt streng: “Het kan zo voorbijgaan hoor. Dat heet cancel culture.”

Als enige persoon ter wereld ben ik niet vertrouwd met het begrip, maar mijn zus geeft me een korte lezing, met voorbeelden.

Cancel culture betekent dat ik in een mum van tijd kan worden afgeschreven, zeker wanneer er beelden worden gevonden van mijn pyromanieavonturen in de blindencentra van De Panne en omstreken, of wanneer mijn promiscue periode (van mijn tiende tot en met mijn twintigste) in Gent aan het licht komt, of wanneer ze me zien staan op een kinderfoto naast mijn zes maanden oudere nichtje verkleed als Smokey Robinson (ik wilde ook Smokey Robinson zijn, maar mijn ouders verfoeiden carnaval en gaven me een kapot masker van de gekwelde en gekarikaturiseerde president Richard Nixon).

Ik zeg: “Dat ze mij maar gauw verachtelijk vinden en afserveren. Ik wil heel graag opnieuw irrelevant zijn.”

Een verpleegster met grote groene ogen en weelderige mahoniekrullen brengt me de avondmaaltijd op een plateau: vanillepudding met een dik vlies dat op de alvleesklier van een timide orgelbouwer lijkt, een potje yoghurt, en warm water (geen theebuiltje).

Mijn zus neemt afscheid. Ik trek mijn AC/DC-T-shirt weer aan en omhels haar.

Na haar vertrek breek ik het vlies met mijn lepel en denk ik verder na over de holheid en vluchtigheid van mijn succes.

Het is klein, mijn succes, heel klein. Maar het is nog niet klein genoeg.

Ik moet iets bedenken om van het succes af te geraken, en opnieuw irrelevant te zijn.

Toen ik dertien was heb ik een pijpbeurt gegeven aan een bedlegerige Cobra-schilder. Tegen zijn zin!

Toen ik veertien was heb ik het hart gebroken van een onschuldige landmeter die ’s nachts als hobby paarden openreet en de nobele dieren opvulde met okkernoten. Sprookjesachtig.

Toen ik vijftien was heb ik een charmante ontwapenende witkeelvaraan de stuipen op het lijf gejaagd met een wafelijzer.

Toen ik zestien was heb ik een veelgeplaagde ezeldrijver vernederd met een assegaai.

En toen ik zeventien was heb ik mijn ziel verkocht aan een Bulgaarse laminaatverkoper, maar hij heeft mijn ziel afgewezen. Te smerig, te grillig, te corrupt.

Zo, ik hoop dat ik nu opnieuw irrelevant mag zijn. Samen met de blasfemische pedofiele kannibalistische verschoppelingen, weerbarstige verweerde Aldi-zakken zeulende nomaden, bittere schuimbekkende morbide windhondenfokkers, deerniswekkende winderige macabere pistoolschilders, en lieftallige Cara morsende rabarberstengel zuigende paria’s van Sint Gillis, Brugge.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234