Vrijdag 29/05/2020

ColumnLize Spit

Ik mis alle mensen van wie ik hou, en ik vind het zo erg dat ook zij daar zo eenzaam zullen rondzweven

Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei °1988, vertellen beurtelings over hun leven. Deze week: Lize.

Ongeveer vijfennegentig procent van mijn tijd slaag ik erin het idee te verdringen dat ik, net als iedereen, ooit zal moeten doodgaan. Ik vergeet het, zoals je spullen kunt vergeten die voor lange tijd opgeborgen zitten in een doos in de kelder: je kunt je de precieze inhoud van de doos pas weer herinneren wanneer je ze opdiept en opent.

In periodes met veel onrustwekkende berichtgevingen in de media kruist de dood vaker mijn gedachten. Ik ben vroeg wakker en lig in bed door mijn Twitter-tijdlijn te scrollen en plots bedenk ik me: over driekwart eeuw zijn al deze mensen er niet meer.

Niet doen, zeg ik tegen mezelf, sta op, onderneem iets leuks, denk er niet te diep over na – maar het is al te laat, de doos werd geopend.

Hoe ik me de dood concreet voorstel: als een muisstille, zwarte, onmetelijke vloeibare massa, precies zoals Jonathan Glazer ze heeft vastgelegd in Under the Skin, (voor wie deze stemmige film niet gezien heeft: de scène wordt gebruikt als eindbeeld vlak voor de aftiteling in de officiële trailer die je op YouTube kunt vinden). Je ziel – een dun doorzichtig vlies dat nog steeds de vorm van je lichaam heeft – zweeft in die massa rond als een in koud water wekend gelatineblaadje. Het is niet zo dat die massa vergeven is van andere doden, dat er miljarden gelatineachtige zieltjes in rondzweven die babbeltjes slaan of in kolonies samentroepen, nee, allemaal zweven we in onze eigen onmetelijke massa rond; stilzwijgend, vederlicht, zonder het besef dat we ooit bestaan hebben.

Ik heb mijn gsm weggelegd. Als verlamd lig ik in bed, naar de postkaartjes te staren die ik aan mijn muur heb opgehangen, de zijde met tekst naar voren. Ik mis, met vooruit­werkende kracht, alle mensen van wie ik hou, en ik vind het zo erg dat ook zij daar zo eenzaam zullen rondzweven, buiten ­reikwijdte van m’n armen, en dat ze niet meer zullen weten hoeveel ik om hen heb gegeven.

Gezien vanuit het leven is de dood het zwarte frame aan het einde. Gezien vanuit de dood is het leven één ultrakorte scène in een nooit eindigend zwart beeld. Het is die perspectiefwisseling die verlamt – waarom eigenlijk nog opstaan, waarom je ergens druk over maken, waarom nog iets willen ­verwezenlijken.

Op een of andere manier krabbel ik toch recht, sta ik op, meteen kantelt het perspectief weer – uit mijn rommelige sokkenbak vis ik twee dezelfde exemplaren, ik kies een broek en trui in kleuren die bij elkaar passen zodat op straat niemand vreemd opkijkt, met een ­potlood werk ik m’n wenkbrauwen bij, ik zet koffie in mijn lievelingskopje (dat met de afbeelding van een ­zeemeerman), ik stofzuig het huis, ik herschrijf een paar honderd woorden van mijn nieuwe roman, retweet een grappig filmpje, naai een losgekomen knoop van m’n jas weer vast, ga de deur uit, wandel door mijn buurt waar voorbereidingswerken aan de gang zijn voor de bouw van een nieuwe metrohalte, koop een doosje eieren, schuif opnieuw aan bij de kassa omdat ze me voor dat doosje te veel aanrekenden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234