Zaterdag 19/10/2019
Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Column

Ik kom langs geen grachten, zei mijn vader

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels zijn vader en zijn vrouw. Op 12/9 komt zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond uit bij Pottwal Publishers.

Mijn vrouw had gedroomd van Belle Perez. Die ging een ruimte­reis maken, samen met haar hond. De hond was kwaad want hij moest alles zelf betalen.

Een nacht later werd ik voor haar ogen meegesleurd door een tsunami. Het was verschrikkelijk, zei ze, maar ze had ook direct gevoeld dat ze me zou terug­vinden in een volgend leven.

Daar kunnen we dan ook weer zeker van zijn, besloot ze.

Mijn vrouw neemt haar dromen nogal ernstig – het is te zeggen: de elementen die haar aanstaan.

Ik had een gemiste oproep van het Wit-Gele Kruis. Mijn vader had zijn noodknop niet opgeladen.

Zijn oog­operatie is mislukt, zijn zicht is slecht, en ondanks het feit dat hij in de maanden na de dood van zijn vrouw echt wel wat opleefde – de last van al die jaren van zorg en bezorgdheid viel hem van de schouders – valt hij nu ten prooi aan somberheid. Zijn zelf­redzaam­heid neemt snel af. Omdat hij vastbesloten is nooit ofte nimmer het schip te verlaten en in een rusthuis te gaan wonen, had de huis­arts hem zo’n noodknop voorgeschreven, die hij op staande voet afdeed als ‘een hoop flauwekul’.

Hij moet hem mee naar bed nemen, en ook op zijn wandelingen, en hij moet hem regelmatig opladen. Hij doet geen van de drie.

Wij gingen bij hem langs.

Ik zei: vader, iedereen wil u helpen om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, er komt elke dag iemand koken en de verpleegsters komen geregeld langs, en wij doen wat we kunnen, maar het moet voor een stukje ook van uw kant komen.

Hij zat kwaad naar zijn noodknop te kijken.

Straks sukkelt ge in een gracht, zei ik, en wat dan?

Ik kom langs geen grachten, zei hij.

Of valt ge van de trap, zei ik. En ligt ge daar uren.

Ik val niet van de trap, zei hij.

Het is een kleine moeite en het zou ons allemaal een geruster gevoel geven, zei ik.

Ge moet niet ongerust zijn, zei hij. Wat zit ge u ongerust te maken?

Het gesprek bleef richtingloos.

Aan de ene kant moet je denken: hij is 87, hij is een autonoom mens, hij doet wat hij wil, zei ik tijdens de rit naar huis. Hij kent de risico’s, hij is wijs genoeg. Aan de andere kant kun je toch niet begrijpen waarom hij zo koppig is – hij is ook wijs genoeg om te weten dat je het voor iedereen onplezieriger maakt als je de hele tijd loopt te bokken.

Hij wil zich niet oud voelen, zei mijn vrouw. Zo’n noodknop: dat is stéén­oud. Hij schaamt zich vast als hij in het bos een bekende tegenkomt met dat ding om z’n nek.

Oud zijn is geen schande, zei ik. Integendeel. En hij kan ’m verstoppen. Hij kan er een grapje over maken. Je kunt er op honderd manieren mee omgaan. ‘Ik kom langs geen grachten’ is mogelijk de onnozelste.

Het is in zekere zin zijn recht, zei mijn vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234