Zaterdag 24/10/2020
Hilde Van Mieghem.Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

Ik keek er steeds gefascineerd naar hoe ze zichzelf moedig de dieperik in dronken, elke dag opnieuw

Hilde Van Mieghem heeft het druk, maar neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Tegenover mijn huis ligt een pleintje en daarop een rond plantsoen met in het midden één grote beuk. Om het plantsoen heen, een ronde bank. Op die plaats stond vroeger een hek. En dat leek me wel prettiger voor de boom: geen afval zoals lege blikjes en frietbakjes aan zijn voeten, geen ­plastic zakjes, geen fietsen die op het gras neergesmeten werden of geen lange, zware, ijzeren poutrels die er zoals nu al meer dan een week liggen.

Beuken wortelen oppervlakkig, je kan de wortels zien liggen als aders op een oude mannenhand. Dat maakt ze kwetsbaar. Maar blijkbaar stond de groendienst van de stad daar niet bij stil toen ze het hek verwijderden. ­Niemand staat er bij stil. Ik zie hoe er voortdurend op zijn reuzen­tenen ­gestampt wordt.

’s Ochtends spelen de schoolkinderen tikkertje rond de boom en ’s middags trappen de laatste­jaars hun peuken op zijn wortels uit. Mensen laten er dag en nacht hun honden hun gevoeg doen. De grond is er doortrokken van urine en verdroogde drollen liggen als kwaad­aardige gezwellen op het gras. Veel gras is er niet meer, het zit vol kale plekken en mijn hondje Mr. ­Wilson vindt het plantsoen al even ­onaantrekkelijk als een stinkende ­hondenwei.

Langzaam maar zeker verandert het pleintje tijdens de dag in een kleine stortplaats.

Gelukkig wordt het elke ochtend weer schoongemaakt door de fluorescerende straatveger die, als hij me aan het raam ziet staan, steeds even naar me zwaait, ik zwaai dan blij terug in naam van de boom en bedank hem.

Tijdens de lockdown werd mijn ­majestatische beuk ook niet echt gespaard. Toen alle cafés gesloten waren, werd het pleintje een pleisterplek voor ontheemde drinkers. Als verloren gelopen schapen zochten ze elkaar en zachtjes mekkerend troepten ze samen op de ronde bank.

Op mooie dagen zaten ze er al vanaf de vroege middag en bleven tot laat in de nacht. Met anderhalve meter ­afstand tussen hen in, zoals het hoort. Keurig aan het begin van de dag, dat alles weer vergetend een paar uur later. En ten slotte dansten ze bij nacht dronken de sirtaki, hun armen om ­elkaars schouders heen geslagen.

Ik keek er steeds gefascineerd naar hoe ze zichzelf moedig de dieperik in dronken, elke dag opnieuw.

En toch ontroerde het me ook, hoe ze elkaar elke dag weer opzochten, blij dat ze niet in hun eentje, tussen de vier muren van hun ongetwijfeld smoezelige kamers, de uren moesten zien door te komen. In al die maanden bleven ze daar zonder een dag over te slaan opduiken.

Nu de cafés weer open zijn, zie ik ze overdag niet meer. Maar vanaf één uur ’s nachts, het verplichte sluitings­uur, zijn ze er weer. Onder het gele licht van de straatlantaarn zitten ze dicht bij elkaar, gebogen over hun bierblikjes en elke keer moet ik aan De ­aardappeleters van Vincent van Gogh denken. Diezelfde hongerige, starre blik in de vermoeide gezichten. ­Verstard bij elkaar zittend in hun ­armoedig lot. Samen en toch zo ­eenzaam.

Beeld Jenna Arts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234