Zaterdag 19/10/2019
Beeld Eric de Mildt

Column

Ik kan me niet herinneren dat iemand ooit zo blij was mij te zien, elke keer opnieuw

Hilde Van Mieghem (°1958), acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld.

Dag lieve, oude Paul. Het is zover. Je bent dood.

Er waren tijden dat je je onsterfelijk waande. Je had je vrouw overleefd. Je vijf broers en zussen, terwijl jij toch de oudste was. Je had menig vriend en vijand begraven, allemaal jonger dan jij. Je vroeg me soms, met glunderende oogjes: zou het kunnen dat ik onsterfelijk ben? Je schaterlach was je antwoord.

Zeven jaar geleden leerde ik je kennen. Ik zag je zitten in een restaurantje waar ik wel vaker kom. Je was 83 toen. Zelden had ik iemand van jouw leeftijd gezien met zoveel panache, zoveel levensvreugde, zoveel charme. Ik was net begonnen aan het scenario voor Sprakeloos. Had het boek een tiental keer gelezen en de eerste scenarioversie van de film geschreven.

Impulsief stapte ik op je af en vroeg je of je auditie zou willen doen. Je ogen begonnen te schitteren als spiegelbollen in een discotheek. Je stem schoot een octaaf de hoogte in en kirrend zei je dat je niets liever zou willen. Je had mijn hand gegrepen en liet die niet meer los. “Wat moet ik dan precies doen, zoeteke? En ga jij me dan regisseren? O o o, dat ik dat nog mag meemaken, geregisseerd worden door zo’n mooie vrouw.”

Roet in het eten

Vier dagen later vond ik een brief in de bus. Je nodigde me uit om samen te gaan eten. Een week later spraken we af in hetzelfde restaurantje en dat zijn we zeven jaar lang blijven doen. Auditie heb je nooit gedaan. De film heb je uiteindelijk nooit gezien.

Het was de openhartoperatie die roet in het eten gooide. Na die zware ingreep mocht je van je kinderen niet meer alleen naar zee. Dat is niet zo erg, zei ik, dan neem ik je wel mee. Weet je nog, die eerste keer dat ik je oppikte om naar Oostende te gaan? Daar stond je als een schooljongetje te wachten op de stoep met naast je een klein oud, lederen koffertje. Je had die koffer drie dagen geleden al gemaakt, riep je vrolijk, en de dagen afgeteld.

Omdat je niet goed ter been was, was het niet altijd even gemakkelijk, daar aan zee. Ik bracht je met de auto naar een of ander terrasje, reed dan weer naar het appartement en kwam te voet met Mr. Wilson, mijn hond, naar je toegewandeld. ’s Avonds moest ik je helpen met omkleden, ik moest je helpen met het aantrekken van een pamper en een pyjama. Ik schrok daarvan. Net zoals ik ervan schrok hoe het hoe langer hoe vaker gebeurde dat je dacht dat je vork met eten je mond bereikt had, maar in plaats daarvan op je das terechtkwam. Moedig bleef ik je ouderdom en je aftakeling in de ogen kijken, ook al griezelde ik er soms van.

Ik mis je. Veel meer dan ik me ooit kon voorstellen. Soms, dat durf ik je nu wel te vertellen, ervoer ik onze vriendschap als een last. Omdat ik voelde hoe groot jouw eenzaamheid was en ik er niet altijd kon of wilde zijn voor jou. Soms had ik wel wat beters te doen dan jou gelukkig maken, dacht ik dan wat bozig. Niet boos op jou, maar op mezelf. Geplaagd door schuldgevoelens.

Pas nu besef ik wat jij mij gaf. Ik kan me niet herinneren dat iemand ooit zo blij was mij te zien, elke keer opnieuw. Niemand stond jarenlang bij elke ontmoeting hoffelijk op van zijn stoel om me te begroeten. Niemand keek zeven jaar lang zo verliefd naar mij. Op Mr. Wilson na dan. Was het misschien daarom dat ik onze vriendschap onderhield, omdat ik het fijn zou vinden als iemand later, als ik eenmaal zo oud was als jij, tijd voor mij zou maken?

Je verlangde hoe langer hoe meer naar de dood. Harts­grondig. Wel honderd keer heb je me gevraagd om een woordje te zeggen op je begrafenis. Elke keer heb ik het je beloofd. Als ik naar het buitenland moest voor werk, zei ik voor ik vertrok: niet doodgaan hè, want dan ben ik niet op tijd terug voor je begrafenis. Reken maar dat ik op je wacht, was je antwoord.

Maar het is anders gelopen. Ik denk dat je kinderen het niet vonden passen in de begrafenisdienst die zij voor ogen hadden. Daarom bij deze hier, Paul, lieve vriend. In de krant dan maar.

Ik hou van je,

Hilde

PS: ik hoor je schaterlach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234