Donderdag 20/02/2020

Column

‘Ik hoor geen tram, geen sirenes, geen enkele rolkoffer. Ik ben ver van mijn vroegere kamer in Amsterdam’

Beeld Damon De Backer

Bregje Hofstede is journalist, columnist en schrijver. Vorig jaar stond haar roman Drift op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. 

Het enige dat beweegt, als ik uit het raam van mijn nieuwe woonkamer kijk, zijn de witte wolkjes uitgeademd door de schoorsteen van een buurman. En een roodborstje, dat wormen komt zoeken in de aarde die ik heb omgespit toen ik tulpenbollen plantte.

Van tijd tot tijd komt er een dorpsbewoner langs. Mijn vriend en ik lopen dan naar buiten om te groeten en de passant uit te nodigen voor de koffie, die we zetten op een wiebelig campinggasje, want de keuken bestaat nog niet.

    Vandaag was het de beurt aan Pierre-Louis, een stevige zestiger die ik van zijn quad plukte toen hij langs het huis reed en nieuwsgierig naar binnen keek. Hij dronk zijn koffie staand, en vroeg zoals iedereen wat we hier kwamen zoeken, ­verdwaalde Amsterdammers in la France profonde. “De rust? Ha! Je zult zien, straks verhuis je terug naar de stad voor een beetje rust. Ik heb land in vijf hoeken van dit dorp, en ik ben dol op maaien. Ik heb de dingen graag ordelijk, ik kan er niets aan doen. Je zult me nog wel horen.” En hij imiteert, voor het geval ons Frans niet reikt, het geluid van een maai­machine.

Die nacht ontwaak ik uit een diepe slaap. Ik stommel de trap af en loop over de koude tegelvloer naar de wc. Dan kruip ik snel terug in bed, waar mijn vriend, ­slapend, tegen me aan schuift en een arm om me heen slaat. Een tijdje lig ik te luisteren naar zijn adem en de geluiden van buiten. 

    De geluiden: helemaal niets. Ik hoor geen tram, geen sirenes, geen enkele rolkoffer. Ik ben ver van mijn ­vroegere kamer aan de drukste straat van Amsterdam, ver ook van het Onze Lieve Vrouwe-ziekenhuis met zijn spoedafdeling. Hier spoedt zich niemand. 

    Soms is er een vlaag regen, die over het raam gaat als vingertoppen over een toetsenbord; een geluid dat me geruststelt, alsof er daarbuiten iemand in mijn plaats aan het werk is, met veel meer talent en wijsheid bovendien.

    Maar net als ik bijna inslaap, hoor ik een merel. Zo vroeg! Het vriest nog, elke ochtend ligt er rijp op het gras. Januari is nauwelijks voorbij, en nu al een merel! Hij is ver weg, maar zijn geluid is onmiskenbaar, het zachte melodieuze stijgen en dalen, de ronde klanken waar ik als kind naar luisterde, iedere lente. Wat heerlijk dat ik weer een vogel hoor, denk ik, en feliciteer mezelf met mijn besluit om te verhuizen naar dit gehucht ver weg van alles.

    Pas nadat ik me uitgebreid verbaasd heb, valt me iets op. De merel zingt alleen wanneer mijn vriend ­uit­ademt. Tussen de trage ademteugen in is de vogel stil. Ik draai mijn hoofd iets naar mijn lief toe, en inderdaad: de merel zit in zijn adem, zit vast tussen zijn neusharen en fluit een klaaglijk liedje over verkoudheid.    

    En toch, denk ik terwijl ik mijn achterste nog steviger inparkeer in de warme holte tussen zijn buik en benen. Toch is het een goed idee om te gaan wonen op een plek die zo stil is dat je zelfs de vogels hoort die er niet zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234