Woensdag 24/07/2019

Column

Ik heb nog eens een boek van Michel Houellebecq ter hand genomen

Joachim Pohlmann. Beeld Bob Van Mol

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn wisselcolumn met Tarik Fraihi verschijnt op vrijdag.

Na jaren van desinteresse en teleurstelling heb ik nog eens een boek van Michel Houellebecq ter hand genomen. Deels omdat het mij gevraagd werd en ik niet nee kan zeggen, deels uit nieuwsgierigheid naar de nieuwste pennenvrucht van een auteur met wie ik de afgelopen twee decennia een haat-liefderelatie heb onderhouden. Zij het dat die geheel van één kant kwam.

Nu staan de geschriften van Houellebecq erom bekend bij verschijning de nodige controverse uit te lokken. En dat is bij Sérotonine, het boek waarover ik het hier heb, niet anders. Dat deel van Houellebecq valt onder het luik ‘haat’, want al die stampij in de media dient eerder een commerciële dan een literaire logica. Houellebecq doet het er om, daarin aangevuurd door zijn uitgever.

Ultieme offer

Ondanks alle heisa over bestialiteit en pedofilie ontsnapte evenwel een element uit Sérotonine aan de maatschappelijke verontwaardiging, met name dat van de symbolische zelfmoord: mensen die zich van het leven benemen, niet uit wanhoop maar als statement. Hun dood moet een boodschap overbrengen of een hoger doel dienen.

U denkt wellicht aan zelfmoordterroristen of kamikazes, maar die vallen er buiten. Een symbolische zelfmoordenaar beoogt een punt maken door zijn persoonlijk en ultieme offer. Bij zelfmoordterroristen is het veroorzaken van zoveel mogelijk menselijk leed de boodschap. Hun zelfgekozen einde is daar enkel het instrument toe.

Vooraleer u mij verdenkt van morbide voorkeuren, moet u er zich rekenschap van geven dat een van de – weliswaar eroderende – fundamenten van onze cultuur een symbolische zelfmoord is. Christus stierf voor onze zonden aan het kruis. Het is misschien geen zelfmoord in de strikte betekenis, maar Christus koos zeer bewust voor dat einde en sloeg alle aangeboden vluchtroutes af.

Een dergelijk geval beschrijft Houellebecq in
Sérotonine. Aymeric d’Harcourt-Olonde is een oude jeugdvriend van het hoofdpersonage. Een telg uit een oud Normandisch adellijk geslacht, die na zijn studies landbouwingenieur niet kiest voor het comfortabel bestaan in het multinationale bedrijfsleven – in zijn geval bij Danone – maar voor het landelijke en harde bestaan van de boerenstiel.

Het idealisme van Aymeric botst echter op de realiteit van de moderne agro-industrie en het Europese landbouwbeleid. Een beleid dat er volgens de roman vooral op gericht is om het aantal landbouwers drastisch te laten dalen. Een voor een worden ze naar het faillissement of naar de zelfmoord gedreven. En niet de symbolische variant, maar wel degelijk als wanhoopsdaad.

Ook Aymerics landbouwbedrijf komt onder druk en zijn poging om de onderneming via agrotoerisme rendabel te houden, draait op niets uit. Zijn vrouw laat hem zitten voor een pianist van internationale faam die verbleef in een van hun aangebouwde bungalows en trekt met de kinderen naar het mondaine Londen. Aymeric blijft berooid en uitgeblust achter.

Het verzet van Aymeric en zijn collega’s leidt tot de blokkade van een verkeersas, die het focalisatiepunt was van de mediahype die gepaard gaat bij elke verschijning van een nieuwe Houellebecq. Het werd gekaderd in de mythe van “Houellebecq de profetische ziener” die ditmaal het protest van de gele hesjes al voorzag.

Die paranormale gaven van Houellebecq zijn niet zo uitzonderlijk. Franse boeren grendelden al lang voor de gele hesjes supermarkten en fastfoodrestaurants met tractoren en pikdorsers af. Houellebecq moest dus geen beroep doen op zijn glazen bol, al zit er enige voorspellende waarde in het buitensporige staatsgeweld en de dodelijke slachtoffers die dat eist.

De blokkade in het boek is een last stand, de laatste daad van verzet van een groep mensen die weten dat de strijd verloren is en ze al verslagen zijn. Hoewel Aymeric sterft in een fusillade van de politie – en het dus evenmin een zelfmoord volgens de gangbare definitie is – duidt Houellebecq hem niet als slachtoffer, maar als martelaar. Aymeric koos bewust voor zijn fatale lot.

Aanklacht

Zijn dood is een aanklacht tegen politici die nog wel strijden voor abstracte ideeën zoals vrijhandel, vrijheid of gelijkheid, maar niet meer voor concrete mensen. Mensen waarover alleen nog kan worden gesproken in minachtende termen en die geen perspectief wordt geboden om aansluiting te vinden bij nieuwe tijden.

Zij zijn de deplorables, de retrogaden en achterblijvers die niet langer bruikbaar zijn maar wel gebruikt worden. Aymerics offer helpt hen in niets vooruit. Het politieke effect van zijn daad ebt snel weg en hij wordt vergeten; net als degenen voor wie hij het opnam. Als symbool heeft de dood geen waarde, niet in deze wereld.

Wie vragen heeft over zelfdoding kan terecht op het gratis nummer van de Zelfmoordlijn, 1813 of op www.zelfmoordlijn1813.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden