Donderdag 25/04/2019

Opinie

Ik heb Jean-Luc Dehaene zelden meer gemist dan in deze week van tranen en sms’jes

Joke Schauvliege en Jean-Luc Dehaene in 2009. Beeld BELGA

Yves Desmet is oud-hoofdredacteur van deze krant.

Na een week waarin tranen en sms’jes plots belangrijker bleken dan de klimaatopwarming zelf, denkt een mens met heimwee terug aan een man die zowel visionair als loodgieter was, en die verkiezingen als een vervelende bijkomstigheid beschouwde.

Een goede tien jaar terug bracht deze krant een reeks ‘Denkers en Doeners’, waarin Belgische politici werden samengebracht met de mensen die hun denken het meest hadden beïnvloed. Oud-premier Jean-Luc Dehaene koos voor Alvin Toffler, een futuroloog die in 1980, nog maar veertig jaar geleden,
De derde golf had geschreven, een boek waarin hij de overgang van een industriële naar een informatiesamenleving had voorspeld. Wat een kunst, denkt u nu waarschijnlijk, maar dat was inderdaad destijds bijzonder revolutionair. Drie jaar eerder had Ken Olson, de stichter van de Digital Equipment Foundation, immers nog gezegd dat er geen reden te bedenken was waarom mensen een computer in hun huis zouden willen.

Er waren in 1980 geen huis- of draagbare computers, er bestonden zelfs geen gsm’s, het internet moest nog uitgevonden worden. Dus werd Toffler in die tijd met zeer veel scepsis en ongeloof ontvangen. Behalve door een jonge kabinetschef van Wilfried Martens, die zich in 1980 eigenlijk diende bezig te houden met institutionele hervormingen.

Yves Desmet. Beeld Yann Bertrand

“Maar ik las dat boek”, vertelde Dehaene twintig jaar later aan Toffler zelf, “en plots begreep ik de fundamentele dingen die in de samenleving aan het schuiven waren en waar ik tot dan de hand niet op kon leggen.” Dat was redelijk visionair, want op dat ogenblik werd de Belgische politiek grotendeels bepaald door twee thema’s: de zoveelste aflevering van de staatshervorming en de sluiting van de mijnen en de staalfabrieken. Want ook toen kon niemand zich voorstellen dat de tot dan voornaamste energiebron van het land ooit zou verdwijnen. Dat de voornaamste industriële activiteit in het zuiden van het land haast volledig zou wegdeemsteren.

Een vervallen site van staalproducent Duferco in Charleroi. Beeld BELGA

Dehaene heeft zijn hele loopbaan gewerkt aan het mogelijk maken van die ingrijpende transitie, zoals alleen visionaire politici dat doen: zorgen dat het onvermijdelijke mogelijk wordt, en zorgen dat zoiets zo weinig mogelijk mensen zo weinig mogelijk pijn doet. Er kwamen reconversieplannen voor de mijnen, waar op geen miljard meer of minder gekeken werd. De sociale zekerheid werd gevrijwaard, speciale tewerkstellingsprogramma’s gecreëerd: het koste veel geld, maar de sociale vrede bleef grotendeels gevrijwaard, de economie paste zich aan, de samenleving met mondjesmaat ook.

Dehaene liet zich daar niet op voorstaan: zorgvuldig koesterde hij zelf het imago van de onbeholpen loodgieter, die de problemen “alleen zou oplossen als ze zich stelden”. Maar als er één ervaren gids dit land door een van de grootste naoorlogse transities heeft geloodst, dan hij wel.

Parallellen

Je kan haast niet anders dan vandaag de parallellen zien. Opnieuw staan we voor een zo mogelijk nog grotere transitie: van een samenleving die van fossiele brandstoffen, plastic en alle andere klimaatbedreigende hulpmiddelen langzaam maar zeker zal moeten overschakelen naar een circulaire economie gedreven door hernieuwbare energie. Dat zal opnieuw gigantische gevolgen hebben op het soort tewerkstelling en de sectoren waarin die gecreëerd worden. Dat zal opnieuw sociale en andere buffers vragen om die transitie te begeleiden zodat die samenleving niet ontploft.

Dehaene beschikte over een netwerk en een middenveld dat hem daarin steunde, en hoefde zich daarom relatief weinig van verkiezingen aan te trekken. Onpopulaire maar noodzakelijke maatregelen kostten je wel een paar procenten, maar daarna deed je rustig verder.

De huidige generatie politici heeft die luxe niet: de grillige kiezer die gelooft dat populisme het antwoord op alle vragen biedt en de definitieve rem vormt op iedere angstaanjagende verandering, beheerst het politieke denken. Dat niet langer gaat over de grote transities op middellange termijn, maar wel over hoe we met het uitspelen van angst de volgende verkiezingen winnen.

Dehaene zei het zelf in dat gesprek met Toffler: “De grootste uitdaging voor een politicus is hoe je een visie op lange termijn moet begeleiden en sturen, terwijl je geconfronteerd wordt met collega’s en een bevolking die nog volledig vastzitten en halsstarrig vasthouden aan het voorbije systeem.”

Ik heb hem zelden meer gemist dan in deze week van tranen en sms’jes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.