Woensdag 22/05/2019
Hans Vandeweghe. Beeld rv

Column Hans Vandeweghe

Ik heb inmiddels een gen ontwikkeld dat vanaf grote afstand reageert op foute bobo’s

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Zaterdag een week geleden reed ik van het voetbal terug naar huis toen onderweg een nogal enthousiaste radioman inbrak in de interviews en ons meenam naar de uiterst spannende eerste wedstrijd in de finale van de volleybalplay-offs, zoals steeds tussen Roeselare en Maaseik. De eerste vier sets waren allemaal op 25-21 geëindigd en elke ploeg had er twee gewonnen.

Er kwam dus een vijfde set en toen de man na het nieuws weer op antenne kwam, leek die belle zo goed als afgelopen. Een vijfpuntenvoorsprong zou Roeselare niet meer uit handen geven. Maar toch, puntje per puntje sloop Maaseik dichterbij en toen stond ik al lang stil onder mijn carport. Niet wetend of die wedstrijd ergens te zien was, ben ik blijven luisteren. Volleybal op de radio, zelfs Peter Vandenbempt maakt daar niks van, maar dit was spannend. Uiteindelijk werd het 18-20 voor Maaseik.

Roeselare-aanvaller Hendrik Tuerlinckx moet voorbij het blok van Maaseik. Beeld BELGA

Ik dacht toen: verdorie, dat volleybal (ooit mijn sport) heeft het toch weer goed voor mekaar, tijd dat ik nog eens ga kijken. In de loop van vorige week belde een oude kennis, van wie ik het spoor wat bijster was. Dat hij nog steeds wat deed in het volleybal en of ik niet eens wilde komen luisteren naar wat hem van het hart moest. Dat kon bij de derde wedstrijd van Roeselare tegen Maaseik (waar de stand toen 1-1 was) en daarna konden we de wedstrijd zien. Graag.

Om een lang verhaal wat korter te maken: het werd een leuke avond, behalve voor Roeselare dat 0-3 verloor en een sterkhouder zag uitvallen. Nu ja, leuk, het werd ook een tegenvaller. Dat het volleybal het goed voor mekaar heeft, daar klopt even niks van. Wel integendeel, ze zitten elkaar in de haren, de nationale bond, de vleugels en ook de Liga. Als het gezond verstand niet snel de bovenhand neemt, zal de sport zelf bloeden en omdat er niet al te veel bloed meer in zit, betekent dat doodbloeden.

Oude frustraties

De trip naar Roeselare werd een trip down memory lane voor de ex-bobo in mij. Oude wonden kun je ze niet noemen. Oude frustraties misschien, omdat het in de sport altijd weer hetzelfde verhaal is: onkundigen die zich opwerken via de cenakels van de sportbesturen tot ze op een zetel terechtkomen van waaruit ze denken god te kunnen spelen. Mix het principe van Peter met machiavellisme, ego en onkunde en je hebt het antwoord op de vraag ‘wat drijft de bondsvoorzitter?’ in de meeste sporten en nu ook in het volleybal, waar ene Guy Juwet de plak zwaait.

In al zijn wijsheid en dat van zijn bondsbestuur (uitdrukkelijk gesteund door de honderd jaar achteroplopende Franstaligen) heeft de nationale volleybalbond besloten dat de tot dan redelijk zelfstandig en naar eenieders goedkeuring opererende Volleyballiga en de clubs dus aan de ketting moeten. In de praktijk: de Liga mag zich alleen met de commercialisering bezighouden. Gevolg: wie in de hoogste reeks mag spelen, zal de Koninklijke Belgische Volleybalbond beslissen. Weg met de minimumcriteria op vlak van zaal, budget en meer in het bijzonder de vereiste dat per club vier spelers een profcontract moeten hebben.

Kamil Rychlicki van Noliko Maaseik. De Limburgers kunnen woensdag kampioen spelen. Beeld Photo News

Stel u van dat laatste niet te veel voor: het gaat om een minimale 850 euro per maand betaald krijgen. Het volleybal is meer nog dan het basketbal getroffen door een onderfinanciering van de commerciële wereld en een onderkenning van de overheden, nationaal en lokaal. Die minimumvereisten moesten juist dienen om de kwaliteit van deze moeilijke en arbeidsintensieve sport op niveau te houden en en passant het zwart geld te bannen. Er is zelfs een officiële CAO, een wettelijke afspraak die het bondsniveau ver overstijgt. Dat belette de bond niet om eenzijdig tegen die CAO in te gaan en de clubs aan te sporen die te negeren, wat hun ongetwijfeld een proces zal opleveren.

Lege doos

Natuurlijk, ik heb één klok gehoord en niet de andere, maar ik verbaas mij al veertig jaar over het wanbeheer in de sportbonden en heb inmiddels een gen ontwikkeld dat vanaf grote afstand reageert op foute bobo’s, nog voor ze zichtbaar zijn. Een bondsvoorzitter van een lege doos (zoals de nationale volleybalbond, die enkel dient voor de internationale vertegenwoordiging) moet voor die lege doos geen speelgoedje willen – in dit geval zeggenschap over hoe het clubvolleybal aan de top wordt georganiseerd.

Hij moet ook niet wat goed is – een zelfstandig opererende Liga – proberen te recupereren in de hoop dat ook het sponsor/subsidiegeld dan zijn kant uitkomt. Zo’n bondsvoorzitter moet met alle middelen tot de orde worden geroepen: dat betekent terug in zijn ceremonieel hok en aan de ketting. Willen alle goedmenende volleybalwijzen alstublieft de koppen bij elkaar steken om dit kluwen uit te klaren? En kan de overheid voor één keer de kop uit het zand trekken en meewerken aan een oplossing?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.