Zaterdag 20/07/2019
Hugo Camps voor online. Beeld rv

Column Hugo Camps

Ik heb het gehad met dit festival van de slechte smaak. Wat heet, ik ben nu een Songfestival-hater

Dissidentie mag ook, onder die vlag vaart Hugo Camps elke donderdag. 

Gooi het kot vol met Miles en Aretha Franklin, met Chet en Lily Castel en je hoort me drie dagen niet. Dat zijn liedjes, deuntjes, muziek. Soms een schreeuw, soms een lach, maar altijd vanuit de binnenkant. Een lied van Schubert mag natuurlijk ook. Muziek is de echokamer van de ziel.

In principe zou ik dus fan kunnen zijn van het Eurovisiesongfestival. Ik ben het zelfs ooit geweest, toen Udo Jürgens won en later Gigliola Cinquetti. De jaarlijkse liedjeskermis was als Kerstmis: vader, moeder en de kinderen dicht bij elkaar op de bank, borrelnootjes, glaasje prik. Ik mocht die avond één sigaret roken. Het Songfestival zorgde voor muzikale ontsluiting van Europa in het lichte genre en was tegelijkertijd een familiefeestje. De smartlappen gooiden de avond vol weemoed en de schaars geklede dames brachten de verbeelding op hol. Het was zo’n avond dat goedkoop sentiment was toegestaan.

Ik heb het gehad met dit festival van de slechte smaak. Wat heet, ik ben nu een Songfestival-hater. Met muziek heeft dit tv-spektakel niets meer te maken. Amusement? Voor zwakzinnigen, misschien. Het is een commerciële hellhole waar de dans geleid wordt door exoten. Vroeger door een vrouw met baard, nu door IJslandse shockrockers die een sm-act hebben bedacht. Eigenlijk kunnen we beter van een genderfestival spreken. 

Klaagzangen van Palestijnen

De warme band tussen homo’s en het Songfestival is sinds de eerste editie in 1956 vanzelf gegroeid. In de eerste jaren was het een heteroseksueel evenement, maar vandaag wordt het Songfestival ook de Gay Olympics genoemd, of de Champions League voor homo’s. Verrassend is dat niet. Op het podium mogen mannelijke performers kwetsbaar zijn. Ze werven niet alleen met hun stem, maar ook met hun stoere torso. Het lichaam is mede inzet voor een finaleplaats. Gevoel voor ballet is dan een pre.

Diversiteit was lange tijd het visitekaartje van het Songfestival, maar inmiddels is het een containerbegrip dat Europa misbruikt. Wat moeten Australië, IJsland, Servië en San Marino op dit festival? Hun cultuur is niet Europees. Het is patronage van willekeurig nationalisme, haal er dan ook de Krim bij. Het Songfestival moet kleiner, afgeslankt worden, zoals Europa zelf. Het is ontaard in numerieke megalomanie.

Riskant was ook de keuze van Tel Aviv voor dit vermeende zangfestijn. Laat eerst de Palestijnen zingen voordat Israël de kans krijgt om het Songfestival te kapen tot eigen eer en glorie. De enige gezangen die in dit land moeten gehoord worden, zijn de klaagzangen van Palestijnen.

Vogelverschrikker

Onze Belgische vriend Eliot is reeds uitgeschakeld voor de finale. Piepjong en lief, maar zijn zang was matig en zijn podiumvastheid catastrofaal. Hij stond er als een instant vogelverschrikker. Bang van zichzelf. Dan rolt een commerciële moloch van het type Eurovisiesongfestival als een pletwals over je heen.

Het gepatenteerde Songfestival is toe aan herdenking. Het waterhoofd moet weg, de muziek moet beter en je kiest niet voor een locatie vanwaaruit raketten worden afgevuurd.

 Het oude Europa is trouwens muzikaal zat. Met dank ook aan zigeuners.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden