Maandag 13/07/2020
Hilde Van Mieghem.Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

Ik heb heimwee naar plekken waar geen zweem van menselijk bestaan te bespeuren valt

Hilde Van Mieghem heeft het druk, maar neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Het leven is weer ingedeeld in werk­weken en weekenden. Het gevoel van die eindeloze tijd in de lockdown­periode, waarin ik vrijuit kon verdwalen, is afgelopen. Voorbij. Weer bekruipt me op zondag het hevige verlangen om de uren te stremmen en de wijzers van de klok stil te laten staan.

Mijn zondagse hoofd zit al half in de werkdag die er onherroepelijk weer aankomt. Ik zucht diep als de avond valt en het donker me vertelt dat ontsnappen niet meer mogelijk is. Er moet weer gepresteerd worden.

Nog heftiger is dat gevoel als ik, zoals vorig weekend, aan zee ben. Het water en de hemel die elkaar aan de einder kussen, betoveren me en scheppen de illusie dat mijn lichaam en geest eeuwigheid in zich dragen. Alsof ook ik een natuur­element ben.

De witte driehoekjes van de zeilen dobberen als orgel­punten op onbekende verten die je met het oog niet kunt ontwaren. Tot de avond valt en de rode majestatische gloed van de zon langzaam overgaat in Pruisisch blauw tot gitzwart, waarin zee en hemel één worden en je enkel nog de door de maan verlichte schuimkoppen ziet van golven die het zand lieflijk aaien en die ruisen als de zoom van een bruids­jurk bij de openingsdans.

Maar dan gebeurt het, dan doemt Las Vegas op. Een muur van verlichte bagger­boten aan de einder verhindert je op te gaan in die zwarte oneindigheid die je als kind deed dromen.

Hemeltergend is het. Ik herinner me hoe ik troost en kracht vond in die onbezoedelde horizon en uit die onpeilbare diepte van de nacht met twinkelende sterren die me in morse­tekens toe seinden: we zien je, je bestaat.

Hoe mijn blik, ongehinderd door obstakels, een vlucht nam in de belofte van onbekende oorden waar het vast veel beter was. Het staren naar de horizon in de hoop een glimp op te vangen van een ander, ongetwijfeld fonkelend bestaan. Het urenlang met voeten en handen in de branding zitten in de hoop dat er dan vliezen zouden groeien tussen tenen en vingers en ik weg zou kunnen peddelen naar daar waar geen mens te vinden was.

Het gemis van het uitgestrekte duinen­gebied. Het warme zand onder mijn blote zigeunerinnenvoeten en het vlijmscherpe prikken van het helmgras in mijn kinderkuiten. Het lege winterse strand waarop ik in huizenhoge letters SOS tekende en uitkeek naar een onbemand zweefvliegtuigje dat me zou weghalen uit mijn jeugd. Hoop deed leven.

Maar nu krijgt zelfs de verbeelding geen kans meer aan onze kust. De horizon werd gebetonneerd tot een muur waarvan de kermis­lichten de sterren onzichtbaar maken. De rode flikker­lampjes van vliegtuigen zijn het enige wat er nog doorheen dringt, maar van natuur is er nauwelijks nog een spoor.

Nee, we moeten zand baggeren om op te hopen wat we door ons menselijk ingrijpen kapot­maakten! Zonder verpozen, dag en nacht!

Ik heb heimwee naar plekken waar geen zweem van menselijk bestaan te bespeuren valt. Niets is zo volkomen en indrukwekkend als een nachtelijke confrontatie met de natuur.

Beeld Jenna Arts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234