Maandag 06/12/2021
Jana Antonissen. Beeld DM/Bart Hebben
Jana Antonissen.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnJana Antonissen

Ik had me paniekaanvallen altijd voorgesteld als hysterisch hyperventileren in een papieren zak, niet iets dat mij snel zou overkomen

Jana Antonissen is journalist. Haar column verschijnt wekelijks.

Ik zit geconcentreerd te schrijven wanneer ik plots een scherpe steek ter hoogte van mijn hart voel. De pijn houdt aan, de druk verspreidt zich, alsof iemand een riem om mijn borstkas gebonden heeft en die langzaam aanhaalt.

Ik bevind me alleen op de bovenste verdieping van mijn schoonfamiliehuis, een voormalige kostschool boven op een heuvel in een Zweeds gehucht. Mijn vriend is die avond de stad ingetrokken.

“Kan het dat ik een hartinfarct heb?”, vraag ik wanneer ik hem aan de lijn krijg.

Door een artikel over gender bias in de gezondheidszorg te schrijven, weet ik dat hartfalen bij vrouwen vaak gemist wordt omdat de symptomen anders zijn. Zweten, een onrustig gevoel, duizeligheid en die drukkende pijn op de borst: ik kan ze allemaal afvinken.

“Misschien moet je kijken of er nog iemand thuis is, samen een dokter bellen”, stelt mijn vriend voor.

Ik verplaats me naar de inkomhal, half hopend dat ik niemand zal tegenkomen.

Verdwijnt de pijn niet na vijf minuten rustig zitten? Aarzel niet en bel meteen 112, lees ik op hartstichting.nl.

In plaats van de ambulance te bellen, maak ik een selfie. Er is iets vreemds aan de hand met de foto, alsof ik naar het portret van een onbekende kijk.

Buiten is het gouden uur aangebroken. De lange schaduwen die de avondzon over het meubilair werpt, lijken onwerkelijk. In films, zo schiet door me heen, is dit het moment waarop de protagonist beseft dat haar laatste uur geslagen heeft.

Misschien moet ik toch maar aankloppen bij de grootmoeder van mijn vriend. Ze is net haar biceps aan het trainen met een woordenboek Zweeds-Engels, zwaait me vrolijk toe.

Mijn plan om zo kalm mogelijk te melden dat ik me niet goed voel, mislukt vrijwel meteen.

Voor ik het goed en wel doorheb, zit ik in een comfortabele zetel met mijn voeten omhoog terwijl drie gepensioneerden zich over me ontfermen. Eén ervan masseert mijn kuiten, een ander neemt mijn temperatuur op en de derde dwingt me vriendelijk een tablet muntchocolade op te eten.

“Je hebt een paniekaanval”, luidt hun conclusie.

Een golf van schaamte overspoelt me. Ik had me paniekaanvallen altijd voorgesteld als hysterisch hyperventileren in een papieren zak, niet iets dat mij snel zou overkomen.

Mijn existentieel gepieker van de voorbije maanden, een vast onderdeel van mijn schrijfproces, eist klaarblijkelijk zijn tol. Evenals de financiële zorgen over mijn onbestaande pensioen en de stijgende huur- én woningprijzen. En de doemgedachten over de onvermijdelijke ondergang van deze planeet.

De volgende dag lees ik dat angstklachten sinds de jaren tachtig exponentieel zijn toegenomen, en dat er een wetenschappelijk bewezen verband bestaat tussen angstgevoelens en het neoliberalisme. Van minstens vier vrienden verneem ik dat ze ook al zo’n aanval beleefden.

Beetje bij beetje ebt de schaamte weg, misschien ben ik toch niet belachelijk zwak. Misschien, heel misschien, schort er ook wel wat aan ons systeem.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234