Woensdag 24/07/2019

Column

'Ik ga het bos in', zei mijn vader. Toen moest ik ingrijpen

Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw. In elke vrouw schuilt haar moeder is zijn recentste boek.

Wij waren drie dagen in mijn ouderlijk huis gaan logeren, bij mijn vader, die geopereerd moest worden. Dat was geen lachspel. Mijn vader was nerveus. Wij moesten slapen in mijn oude jongensbed in mijn oude jongenskamer, waar het naar vroeger rook en waar mijn moeder in de loop der jaren rommel was gaan opslaan – dozen met breigoed, een strijkplank, knutselwerkjes van de kleinkinderen. Zoals dat altijd is met plekken waar je sinds je jeugd niet meer bent geweest, was de kamer fel gekrompen.

Het huis wordt bijna opgeslokt door de rododendrons. Ooit begonnen als struikjes, zijn zij jarenlang ongemoeid gelaten, en nu is er geen gras meer te zien.

Het huis is in verval. Mijn vader was er altijd erg zuinig op, maar tien jaar geleden begon hij “het heeft niet meer aan” te zeggen, dat is Limburgs-Kempens voor ‘het heeft geen zin meer, het is toch zo goed als voorbij’. Verf bladdert af, er staat mos op de dakpannen.

Ook over zijn operatie had hij gezegd dat het niet meer aan had voor een mens van 87.

Maar hij was goed op weg om blind te worden. Doordat mijn zieke moeder al die jaren met alle aandacht was gaan lopen, hadden wij er geen erg in gehad, en nu is het bijna te laat. Als hij de baan wil oversteken, staat hij minutenlang te luisteren. Als hij denkt dat de kust veilig is, steekt hij zijn paraplu de lucht in, zoals oude mensen dat doen, en stapt dan de weg op. Het is hartverlammend om te zien.

Amai, gij hebt niet veel voor uw leeftijd, zei de verpleegster die in het ziekenhuis zijn kwalen moest afvinken, waarbij hij fier ‘nee’ had geantwoord op allerlei hart-, long- en suikervragen. Helaas ook geen geld, zei hij, maar het lachen was hem al een poosje vergaan.

De dag na de operatie, toen bleek dat hij het er goed van had afgebracht, werd hij arrogant. Ik hoorde ’s ochtends vroeg lawaai in de keuken. Ik ben goed van aannemen, ik kan al goed het huishouden doen, zei hij, de glazen vuil in de kast zettend. Hij at een boterham met Luikse stroop. Ik leef sober, zei hij, ik word met gemak honderd jaar. Vervolgens trok hij zijn jas aan. Ik ga het bos in, zei hij. Toen moest ik ingrijpen. Hij heeft geen dieptezicht, zijn rechteroog is tijdelijk helemaal uitgeschakeld, en de dokter had streng gewaarschuwd voor ongevallen. Mokkend zat hij in de zetel naar TV Limburg te luisteren.

Er worden even geen banen overgestoken, zei ik. Hij deed alsof hij sliep.

Ik heb in drie dagen meer over je vader geleerd dan in de voorbije zeven jaar, zei mijn vrouw. Je lijkt op hem. Je zet je zinnen op dingen. Je klaagt niet snel. Maar het mag allemaal wel wat minder koppig, straks, als jij aan de beurt bent.

Ik ga mijn best doen, zei ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden