Dinsdag 14/07/2020
Beeld DM

ColumnJulie Cafmeyer

Ik fantaseerde over een leven waarin ik niet langer bang zou zijn voor mijn lichaam

Julie Cafmeyer is columnist.

Toen ik op de eerste warme dag van het jaar iets zomers wilde aantrekken, kwam ik tot de spijtige constatatie dat niets meer paste. Ritsen raakten niet gesloten, knopen sprongen open, alles spande. Er was letterlijk geen een kledingstuk waar ik nog in geraakte. Ik herhaal: geen een.

Ik probeerde dan maar iets uit mijn wintercollectie, maar kwam snel tot de conclusie dat ook de meeste van mijn winterkleren me niet meer pasten. Ik bracht de voorbije weken vooral in mijn jogging door. Een jogging met de nodige stretch, zodat ik me kon uitleven in bananenijs met cashewpasta, slagroomtaarten met frambozen, spaghetti met bergen gruyère, pannenkoeken met siroop, steak tartaar met friet en nog meer van dat soort evenwichtige maaltijden. En dan heb ik het nog niet over de alcohol. Laat ik dat zo houden. Als columniste ben ik me wel degelijk bewust van mijn voorbeeldfunctie. Al mislukt dat wel eens, ook daar ben ik me van bewust.

Toen ik een zesde poging deed om me in een zomerjurk te wurmen waar ik vorig jaar een fortuin aan had uitgegeven, kreeg ik plots een flashback naar een legendarisch winkelmoment in een grote, goedkope winkelketen. Elke onderbroek die ik had gepast – ja, ik pas onderbroeken – was te klein. Ik had de winkeldame gevraagd of er nog grotere maten waren, maar die had met plaatsvervangende schaamte gezegd dat large helaas de grootste maat was. Ze zei het met een air alsof we in de boetiek van het ter ziele gegane Victoria’s Secret stonden en ik door een gebrek aan zelfkennis op de verkeerde plek was beland. “Arm meisje”, hoorde ik haar denken. “Arm, ongedisciplineerd meisje.” Sindsdien word ik nog vaak overmand door het raadsel waar vrouwen die niet aan het graatmagere ideaal beantwoorden hun onderbroeken halen.

Soit, terug naar mijn kleerkast. Toen ik naar de kledij keek die me niet meer paste, mijn hele garderobe dus, kreeg ik een ingeving die me lichtjes opwond: wat als ik al mijn kleren zou weggooien? Wat als ik alles in een zak zou proppen en die aan de eerste de beste voorbijganger zou geven? Alles weg.

Ik keek naar mijn naakte zelf in de spiegel en vond dat ik er gezond uitzag. Er zat een blos op mijn wangen en mijn dubbele kin flatteerde me. Ik fantaseerde over een leven waarin ik mezelf niet langer zou controleren, niet langer bang zou zijn voor mijn lichaam. Een lichaam dat mocht uitdijen, hoeveel het maar wilde. Ik ging op de houten vloer liggen en dacht na over nieuwe outfits. Een nepleren broek, een glittertop en een bloemenkrans op mijn hoofd. Een amulet rond mijn hals. Een zwaard in mijn hand, op mijn schouder een uil. Uit mijn benen komt een zwarte slang. Ik zie eruit als een warrior, een Griekse godin, die zich goed voelt, zo radicaal goed dat het op het eerste gezicht griezelig is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234