Zondag 16/06/2019

Column

Ik erger mij dood aan maatschappelijke actoren die pretenderen louter objectief te zijn

Joachim Pohlmann. Beeld Bob Van Mol

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn wisselcolumn met Tarik Fraihi verschijnt op vrijdag.

Rond de periode dat mijn aanwezigheid op deze aardkloot zich toewerkte naar een vol decennium, was They Live van John Carpenter mijn favoriete film. Wij hadden die thuis op het techno-archeologisch artefact video en ik had de gewoonte om, zodra de aftiteling was begonnen, terug te spoelen en opnieuw te beginnen. Soms drie, vier keer na elkaar.

They Live biedt alles wat een tienjarige knaap in de nineties nodig had: veel geweld en explosies, de langste knokscène uit de cinematografische geschiedenis – de hoofdrolspeler was een professionele WWF-worstelaar – en coole oneliners (“I came here to chew bubblegum and kick ass and I’m all out of bubblegum”). Uren was ik er zoet mee. Ik kon de dialogen lijn na lijn uit het hoofd opzeggen.

De inmiddels overleden WWF-worstelaar Roddy Piper in ‘They Live’ van John Carpenter uit 1988. Beeld RTL

Maar They Live is meer dan een sciencefictionprent over een anonieme zwerver verwikkeld in een strijd tegen buitenaardse wezens die de aarde controleren. Het is in de eerste plaats een ideologie-kritiek. De buitenaardse wezens hebben een menselijk uiterlijk en bewegen zich tussen ons. Alleen vormen zij – samen met menselijke collaborateurs – een globale elite.

Via verborgen boodschappen in de media sturen zij het menselijke gedrag. De anonieme zwerver vindt een zonnebril die de realiteit zichtbaar maakt. Niet alleen ziet hij de werkelijke gedaantes van de buitenaardse wezens, de bril onthult ook de echte betekenis van de boodschappen die op de mensheid worden afgevuurd: “Consumeer”, “Plant u voort”, “Gehoorzaam”. 

Slavoj Zizek noemde They Live in zijn documentaire A Perverts Guide to Ideology – waarin hij letterlijk in die film kruipt – een van de vergeten meesterwerken van de linkerzijde in Hollywood. Het was een gemaskeerde aanval op het kapitalisme in het Reagan-tijdperk. En hoe dik de Sloveense filosoof het er in de docu ook oplegt, hij heeft gelijk. Wij worden omgeven door ideologie en wij zijn daar vaak onwetend over.

Mijn politieke engagement richt zich op die ideologische component. Ik ben een ideoloog. En ik was dat al als kind, vandaar mijn fascinatie met They Live. Een fascinatie die in mijn studentenjaren leidde tot een persoonlijke politieke crisis. Want wij hebben allemaal een ideologische blinde vlek. Wie wat politiek bewust is, kan met groot gemak de ideologische versluieringen van anderen herkennen. Maar onze eigen ideologie beschouwen we daarentegen als de waarheid zelve.

Een medestudent die een cursus op mijn kot kwam halen, kreeg haast een toeval toen hij daar een Vlaamse Leeuw zag hangen. Dat was allemaal mythologie, een verzinsel van de 19de eeuw om de massa te manipuleren, stelde hij. Toen ik hem enkele weken later op zijn kot wees op de poster van Che Guevara aan de muur, kon hij zich niet inbeelden hoe dat te vergelijken viel met die Leeuw.

Nochtans is de mythe van Che evenzeer een ideologisch instrument om de massa te manipuleren. Maar dat wilde hij niet erkennen. Dat voorval bracht mij ertoe mijn eigen denken af te breken – te deconstrueren, om de terminologie te gebruiken die ons op de universiteitsbanken werd ingelepeld. Alles wat ik meende, trok ik in twijfel. Alle romantiek, alle verhulling, alle manipulatie moest eruit.

Dat was een pijnlijk proces waarbij het Vlaamse, katholieke ideaal waarin ik was grootgebracht in elkaar stortte. Wat na een jaar van destructieve contemplatie bleef de naakte essentie over. Zodra dat punt bereikt was, kon ik met de brokstukken terug een coherente visie op de wereld opbouwen.

Illusie

Sindsdien draag ik voortdurend de zonnebril uit They Live. Ook ten aanzien van mijn eigen ideologie. Mijn visie op de werkelijkheid is slechts een mogelijke interpretatie, naast vele anderen. En ik heb begrip voor ieders ideologische positie – die niet noodzakelijk altijd politiek is – en probeer me er ook in in te leven. Het is uiteindelijk toch de democratie die het oordeel velt.

Maar ik erger mij dood aan maatschappelijke actoren die pretenderen louter objectief te zijn. Een Vlaamse hoofdredacteur vertelde me ooit dat hij noch zijn krant een ideologie heeft. Ik vond dat zowel verbijsterend als ontluisterend. Want dat betekent dat hij ofwel geen enkele gave tot kritische zelfreflectie heeft en zijn mening voor waarheid houdt ofwel de kluit doelbewust belazert.

Als journalist is geen van beide opties lovenswaardig. Als men geëngageerd is, moet men ook de moed hebben om daar voor uit te komen. En wie het publieke debat betreedt, moet zich er rekenschap van geven dat niemand dat waardevrij doet – ook journalisten niet. Dat die illusie toch wordt gekoesterd op sommige redacties is een drama voor de democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden