Maandag 21/10/2019
Beeld Bob Van Mol

column

Ik denk niet dat mannen van sub-Saha­raanse oorsprong hun slechte ideeën uit De Druivelaar halen, zei mijn vrouw

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond verscheen bij Pottwal Publishers.

Ik denk niet dat mannen van sub-Saha­raanse oorsprong hun slechte ideeën uit De Druivelaar halen, zei mijn vrouw.

Zij was nog wat dingen aan het na­lezen over die verkrachtings­zaak in Antwerpen – die vier zwarte discotheek­patsers die eerst luidop toegaven dat hun slachtoffers geregeld ‘stop!’ hadden geroepen, maar die nu toch maar in beroep gaan tegen hun lichte veroordeling omdat hun advocaten beslist hebben dat alles in een sfeer van gelijkmoedigheid en wederzijds plezier verliep.

Ik hoor daar zo weinig lawaai over, zei mijn vrouw – en al zeker in de milieus waar de vrouwen­rechten door­gaans met boven­gemiddeld vuur worden verdedigd. Vanwaar de schroom? Dat geboefte heeft in het midden van de nacht nog vrienden opgebeld om te komen meedoen! Als dan zo’n Omar Souidi zegt dat hij niet anders kan dan in hoger beroep te gaan wegens de overduidelijke instemming, dan trek je toch met je vrouwen­clubje naar diens kantoor – je belt een bevriende land­bouwer en je laat die naar Frans voorbeeld zijn beerton in de gang leeg­spui­ten. Nee, ze zitten op hun bureautjes deel te nemen aan het maat­schap­pe­lijk debat over de kalender­spreuken – daarover stonden de snaveltjes wél rood­gloeiend. Terwijl in sommige sub-Saharaanse kringen in Antwerpen de kurken knallen, zit in de kantoren van De Druivelaar een man in een blauwe stofjas verward voor zich uit te staren.

Je kiest je vijanden best met zorg, zei ik.

Dat valt toch niet te begrijpen, zei mijn vrouw, dat je blijft vinden dat in zo’n zaak clementie – om welke bedrieglijke reden dan ook – van groter belang is dan het radicaal en zeer zichtbaar bestraffen van oerwoud­gedrag. Het getuigt van een lafheid die onze samenleving verschrikkelijk veel scha­de berokkent, die ons jaren terug­werpt in de tijd, die de omgang tussen mannen en vrouwen krampachtig en angstig maakt en die exact het tegenovergestelde bereikt van alles wat zogezegd wordt beoogd. Schrijf dáár maar eens iets over.

Doe ik, zei ik, zodra het vuur brandt – mijn werk­kamer heeft alleen een hout­vuur, en naarmate de winter vordert en de kou in de muren trekt, wordt het almaar moeilijker om het er behaaglijk te krijgen – tegen eind januari draag ik binnen een muts.

Het is plezierig om te doen, vuur maken, zei ik toen eindelijk de vlam in de pan zat, het maakt op de een of andere manier de afstand tussen jou en de natuur kleiner. Het is koud, dan moet je wat harder je best doen – dat geldt ook voor de vos in het bos.

Over twee weken beginnen de dagen weer te lengen – dan zie ik van aan mijn tafel hoe aan het eind van elke dag de zon een millimeter meer naar het noordwesten toe achter de heuvels verdwijnt. Je weet dat het nog lang zal duren, maar je weet ook dat het voorjaar onvermijdelijk is. Ik had het die schoonbroer van me nog eens op het hart willen kunnen drukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234