Vrijdag 14/08/2020
Delphine Lecompte.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnDelphine Lecompte

Ik besloot om nooit volwassen te worden, het is gelukt

Delphine Lecompte (1978) is dichter, punker, kluizenaar en misfit. Haar jongste bundel heet Vrolijke verwoesting. Deze week verzorgt zij de zomercolumn.

Olga was de kuisvrouw van mijn grootouders. Ze was getrouwd met een bipolaire visser, al weet ik niet zeker of dat adjectief nodig is, laat staan juist. Ik logeerde vaak bij hen. Ik zag er Spartacus voor het eerst en de visser plaagde me graag met zijn blaasbalg, geen metafoor deze keer.

Ze hadden een zwart hondje Titus. Titus was een teefje en toen ze beviel werden drie van haar vier kinderen in de waterput gegooid. Het enige hondje dat genade kreeg, werd weggegeven aan een Bulgaarse laminaatverkoper die het weggaf aan een blasfemische horlogemaker die het weggaf aan een bedeesde zeepzieder die het weggaf aan een mystieke chrysantenkweker die het weggaf aan een necrofiele tegellegger die het de kop insloeg met een broodrooster en de meest gehate man van De Panne werd.

Maar al die andere volwassenen hadden ook geleurd met het hondje, en dus besloot ik om nooit volwassen te worden. Het is gelukt.

Maar Olga was onschuldig. Nadat ze met haar autoportier het leven van een fietsende glasblazer in de kiem had gesmoord begon ze zwaar te drinken. Ze werd nog liever en guller tijdens haar alcoholmisbruik; ze nam me op schoot en kocht waterschildpadden voor mij. Mijn vader die me om de twee weken kwam bezoeken, gooide de waterschildpadden in de tuin van de buren. Iemand had hem verteld dat die buren Holocaust-ontkenners waren.

Mijn moeder die me om de week kwam bezoeken, hing touwtjes aan mijn melktanden en bond de touwtjes vast aan de takken van een boom. Ik moest klimmen in de boom en springen. Ze gierde hyena-achtig en riep: ‘Strange Fruit, Fientje, Strange Fruit!!’

Ik zei tandeloos doch waardig: “Ik heet Delphine, nooit heet ik Fientje. En kende je me beter, dan zou je weten dat ik Spartacus ben. Olga weet het.”

Olga verdween maar in haar plaats kwam de Boeman van de duinen. Hij was weggejaagd uit het dorp omdat hij na het bietenbal van 12 november 1985 het impalamasker van de bloedmooie imkerdochter had gebruikt om in klaar te komen, het zaad stroomde door de ogen en een verwaande blaaschirurg in piratenkostuum had hem betrapt.

Ik hield van de Boeman van de duinen omdat hij een wasbeer en een fagot had, en omdat zijn hut vol lag met filmtijdschriften en suikerwafels. Hij hield van Ingrid Bergman omdat zij het sensuele en het moederlijke zo prachtig wist te verenigen. Ik hield van Lauren Bacall omdat iedereen haar ‘sultry’ noemde, en dat vond ik een magisch bikkelhard woord. Bovendien was ze erin geslaagd de man van mijn leven te veroveren: Humphrey Bogart.

De Boeman van de duinen trok nooit mijn kleren uit, dat deed ik zelf. Zijn wasbeer bevrijdde me van mijn eczeem, en de boeman zelf bevrijdde me van mijn schaamte die begon onder mijn concave navel en pas stopte net boven mijn knieën. Het was een idyllische periode tot de vigilante makelaars en meubelmagnaten ons verstoorden met hun rieken en hun hypocrisie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234