Woensdag 20/11/2019
Beeld rv

Column

Ik ben alleen en toch met twee. A. woont in mij en reist met me mee, waarheen ik ook ga

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven

Een prachtige zomeravond. Ik zit aan tafel bij mijn vriend G. tussen meerdere mensen die ik nog niet zo goed ken en word gedragen door de liefde die zich in Amsterdam bevindt en die mij vol en rustig maakt, mijn mensenschuwheid moeiteloos doet verdampen en de winter in mij vervangt door een verzengende zon waarbij de nacht verbleekt en sterren vervagen. Er is ­alleen maar licht! Feëriek licht.

Nog niet zo lang geleden was het ­buiten, en in mij, herfstig, nat en koud. Tot de dag dat mijn bloed ­sneller, woester, warmer ging stromen, de dag dat ik A. ontmoette en ik wist dat dit voor eeuwig was. Het weer kon niet achterblijven, dit moest ­gevierd worden en van puur jolijt over zoveel menselijke ijdelheid gooide het klimaat er nog een laatste hittegolf bovenop.

Ik ben alleen en toch met twee. A. woont in mij en reist met me mee, waarheen ik ook ga. G. en zijn vrienden kijken verwonderd naar zoveel geluk en scheppen moed, het bestaat dus echt. Kan het hun ook te beurt ­vallen dan? De hele avond wordt er ­alleen maar gepraat over liefde en passie. Af en toe onderbroken door een vreugdekreet van mij als er weer een berichtje van mijn verre lief op tafel neerdwarrelt: ‘Ik hou van Hilde!’

De anderen blijven nog lang zitten terwijl ik in het huis van mijn vriend een bed opzoek en vol verlangen inslaap.

Saudade

Saudade! Verlangen! Het is het thema en de titel van het kunstenfestival in Watou waar G. en ik morgen heen zullen gaan. We hebben het jaren geleden al afgesproken: wat er ook gebeurt in onze levens, altijd zullen we samen naar Watou gaan, zolang het bestaat, zolang wij bestaan.

Ik ben wel uit op een portie weemoed, nostalgie en heimwee, gevat in gedichten of beelden die de snaar van melancholische herinneringen doen trillen en het verlangen naar toekomstig geluk opspant tot het hart bijna barst.

Gulzig stap ik elk huisje binnen in dat dorp dat rustig door blijft slapen, ook al trippelen er vele voeten van gedicht naar gedicht. Saudade. Hoe ik ook zoek, niets raakt me aan. De hitte ­verzengt alles. Hoe warmer het is in mij en om mij heen, hoe flauwer de ­gedichten van Watou! De regels ­druipen van de muren, ze smelten, staan niet meer gebeiteld in steen, zijn slappe was.

Eindelijk aangeraakt

Vilein gemopper borrelt op in mijn hoofd over zo’n totaal gebrek aan ­passie en verlangen, tot ik in een van de laatste huisjes het werk van Laura de Coninck ontdek en eindelijk ­aangeraakt word.

En als ik dan later, in een ander ­kamertje, de woorden van Stijn ­Vranken lees, voel ik een traan over mijn wang rollen. Ik maak een foto en stuur ze door naar A.:

…Nooit zullen wij gaan liggen/ hoe stil wij ook weten te vallen/ de werkelijkheid woedt steeds verder/ door ons heen. Voortdurend/ worden wij herschikt, wordt onze adem/ herverdeeld, de ene waarheid herstemd/ tot de volgende – een einde is iets/ dat alleen mensen zich in het hoofd halen…

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234