Maandag 16/12/2019
Beeld Bob Van Mol

Column

Ik barstte in tranen uit en vertelde wat er aan de hand was en dat geen enkele dokter me wou helpen

Hilde Van Mieghem, acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld. 

In de lappenmand liggen. Ik vond het altijd al zo’n gezellige uitdrukking. Tot ik er zoals vandaag zelf in lig. Hoestend, proestend, gloeiend maar toch bibberend van de kou en met pijnlijke spieren die niet mee willen. Dat ondervond ik bij de ochtendwandeling met Mr. Wilson, mijn hondje. Wandelen kon je dat moeilijk noemen, strompelen alsof ik door diepe modder waadde is een accuratere omschrijving van hoe ik me voort­bewoog.

Ziek of niet, Mr. Wilson moet nu eenmaal de deur uit. Zijn vrolijke kwispel­staart en dartele tred vandaag in schril contrast met het geslof van zijn baasje. Als Wilson blij is, lijkt hij wel een Lipizzaner-paardje dat sierlijk en licht­voetig over de weg danst en een glimlach op mijn gelaat tovert, hoe belabberd ik me ook voel.

Terwijl we daar zo liepen, troostte het me te weten dat ik niet de enige ben. Bijna al mijn geliefden liggen in hun eigenste lappenmand op dit moment. Zelfs mijn kleindochter Lolija, zoals ze zichzelf sinds kort parmantig noemt.

Ook kinderen van vriendinnen zijn ziek, las ik op Facebook. Eén vriendin vroeg lichtjes in paniek of het wel nor­maal was dat haar dochtertje met 39,4 graden koorts op de bank lag na een in­enting. Het was vertederend om te zien hoe een hele resem vrouwen zich meteen meldden om haar gerust te stellen.

Had ik die geruststelling maar gekregen toen ik in 1986 met mijn jongste in Wenen woonde. Het jaar dat Tsjernobyl smolt, Sandra Kim het Eurosongfestival won en de Rode Duivels de USSR versloegen op het wereldkampioenschap voetbal en vierde werden.

Het was zo eenzaam in Wenen en de mensen waren er zo kil dat ik van de weerom­stuit chauvinistisch werd en te pas en te onpas riep: ‘Ich bin Belgierin! Es lebe Sandra Kim, hoch die Roten Teufel!!’ Niet dat het veel indruk maakte op de nuffige, zelf­ingenomen Weners.

Wat evenmin indruk maakte, was dat mijn driejarige kind griep kreeg en zo­maar even met 41,2 graden koorts in haar bedje lag. Wanhopig was ik. Het was midden in de nacht en ik belde naar alle mogelijke spoeddiensten om een dokter te vinden. Een auto had ik niet, geld voor een taxi evenmin. De dokter moest aan huis komen.

Drie zijn er die nacht langs­gekomen en drie zijn er die nacht weer weggegaan zonder een poot uit te steken, een blik op het kind te werpen, laat staan het te onderzoeken. Nee, eerst wilden ze weten of ik verzekerd was en het tarief van hun bezoek zou kunnen betalen.

En hoewel ik een internationale ziekteverzekering had, vertrouwden ze de papieren die ik hen liet zien niet. Arrogant keken ze me aan, een 26-jarige moeder, zonder man, duidelijk een vreemdelinge, op een niet al te luxueus appartement, nee, zij hadden keinen Bock drauf! Geen zin. En weg waren ze.

Wanhopig belde ik mijn kinder­arts in België. Het was drie uur in de nacht, ik hoorde de telefoon eindeloos lang overgaan en dan ineens zijn stem, lief en vriendelijk zoals altijd.

Ik barstte in tranen uit en vertelde wat er aan de hand was en dat geen enkele dokter me wou helpen. Rustig legde hij me uit dat ik grote handdoeken in ijskoud water moest dompelen, uitwringen en daar mijn dochtertje in moest wikkelen. Dat moest ik blijven doen tot haar koorts gezakt zou zijn tot 38 graden. Om het uur belde hij me terug om te checken hoe het ging.

Na drie uur ploeteren met ijskoude, natte handdoeken die onmiddellijk weer warm werden, kreeg ik haar koorts eindelijk onder controle. De kinderarts vroeg me honderduit over de symptomen die ze al dan niet had. Hij belde op eigen initiatief een collega-kinderarts in Wenen. Ik wist van niets, lag uitgeput te slapen met het zieke kind in mijn armen toen de deurbel ging. Een zwarte man, ook een vreemdeling, stond voor de deur en zei: ‘Ich bin Arzt und ich bin hier um Ihnen zu helfen.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234