Zondag 25/08/2019

Column

Iets waar het nooit over gaat: wraak bij dementie. Het komt vermoedelijk voor

Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels en zijn vrouw.

De dame in de kamer naast die van mijn moeder was gestorven. Dat bracht een kleine volks­toeloop teweeg, waarbij het er opvallend alledaags en luidruchtig aan toe ging, waarna het snel weer stil werd.

De familie weigert, hoorden wij op de gang een van de verpleegsters zeggen, waarbij wij besloten dat het om orgaan­donatie moest gaan.

Los van de vraag of er bij zo’n oud moedertje nog veel te rapen valt, is dat toch helemaal niet meer van deze tijd, zei ik, met al die wachtlijsten en tekorten. Dat je zegt: afblijven! Moeder moet krasvrij naar het ­hiernamaals. Ze zouden standaard het recht moeten hebben om te zien of er nog iets bruikbaars bij zit. De samenleving maakt aanspraak op wat er van je overschiet. Niemand merkt er iets van als je nieren niet mee in de urne zitten.

In de cafetaria zat aan een tafeltje een grote oude man, type school­directeur, met een stem als een klok, in gekuist Nederlands zijn echtgenote de levieten te lezen. Het mensje zat, in een peignoir gehuld, angstig en onmachtig de verwijten te aan­horen – dat zij nooit genoeg haar best voor hem had gedaan, dat zij hem ’s nachts te veel wakker had gehouden, een litanie van stout­heden was het.

Misschien was zij vroeger altijd de bazige vrouw, zei mijn vrouw, en vindt hij dat nu zijn tijd is gekomen.

Iets waar het nooit over gaat, zei ik: wraak bij dementie. Het komt vermoedelijk voor. Dat je alle bitterheid en alle ontevredenheid die je in een halve eeuw huwelijk hebt opgebouwd en opgespaard de vrije loop laat, zodra de weerstand is weggevallen. Het zijn niet allemaal knusse, zorgende oude mensjes die elkaar de haren strelen.

Dat moet écht gedaan zijn, hoorden wij de directeur kwaad tegen het geknakte vogeltje zeggen.

Wat hebben wij van oud zijn toch een leugen gemaakt, zei ik toen wij terug bij het bed van mijn moeder zaten. Laatst stond er weer eentje in de krant, een vrouw van honderd-en-zoveel die nog elke dag haar living dweilt. Hoe wij dat verheerlijken! Maakt niet uit of je iets aan je leven had, als het maar heel lang heeft geduurd. Voor elk van die peperkoek etende en één jenevertje per dag drinkende dweilers liggen er duizend anderen naar een rusthuis­plafond te staren, zich afvragend hoe ze ook alweer heetten. Zoals die prof laatst zei: we rekken en rekken het leven maar, we vinden op alles wel íéts, maar onze hersenen zijn niet gemaakt om zo oud te worden. Ze zijn er niet tegen bestand.

En wat heb je eraan? zei mijn vrouw. Aan de oudste zijn? Iedereen is dood, je vrienden, je kinderen vaak, je hebt duizend kwalen en je leeft in een wereld waar je geen snars meer van begrijpt – ík begrijp ’m soms al niet meer. Nee, niets mis met een tijdige, stijlvolle aftocht. Het gebouw uit vóór het cement uit de voegen valt.

Blijf nu toch nog maar even, zei ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden