Woensdag 17/07/2019

Column

Iedere dag vraag ik me af hoe orthodoxe, Antwerpse joden naar ons, heidenen, kijken

Saskia de Coster is schrijver. Haar column verschijnt wekelijks.

Saskia de Coster. Beeld JOHAN JACOBS

Fascinerend hoe Margot Vanderstraeten als niet-joodse zes jaar bij orthodoxe joden lesgaf en een inkijk in hun leven kreeg. Iedere dag fiets ik door de Antwerpse jodenbuurt, waar de chassidische kinderen, groot en klein, samen babbelen, buiten spelen, steppen en buggy's voortduwen. Hun ouders fladderen er ook rond, in hun zwart-witte, negentiende-eeuwse kleren op weg naar het huis van hun gezin of van God. 

Iedere dag vraag ik me af hoe zij naar ons, heidenen, in hun ogen ongelovigen, kijken. Als een spiegeling van hoe wij naar hen kijken, ook met wat medelijden om wat de anderen misschien moeten missen? Voor ons lijken zij zo wereldvreemd in hun vrome toewijding aan God en hun kroostrijke gezinnen dat het echte leven hen ontgaat. Wat zouden ze weten van de moderne wereld, die van kapsels, sneakers, pintjes, Callboys en selfies? En wat zouden ze missen?

Prinses Melania

Wie mee is met zijn tijd, maakt selfies en stuurt die de wereld in. Op medium.com gaat Kate Imbach op zoek naar het verhaal achter de redelijk saaie Twitter-foto’s en selfies van Melania Trump. Het zicht op New York vanuit Trump-tower, de delicate hapjes op haar bord, de klatergouden kaders aan de goudbrokaten muren, het is allemaal erg voorspelbaar. 

Haar account biedt een insider’s blik op haar hele mondaine blingblingleven, met flou gemaakte selfies erbij, maar wat opvalt is hoe Melania steeds uit beeld verdwijnt en hoe wereldvreemd haar bestaan zelfs vanuit haar eigen standpunt is. Prinses Melania begeeft zich nooit tussen de gewone mensen, in de echte wereld. Wat ogenschijnlijk een wandeling door Central Park is, blijkt een foto vanuit een auto. Regendruppels die langs de ramen glijden, verraden haar gouden koets of kooi. Eén selfie met Trump post ze. Hij duwt haar ongeveer uit het beeldkader, haar god in wiens schaduw zij leeft.

Vrijdag bracht rapper Kendrick Lamar zijn nieuwe, dadelijk euforisch onthaalde plaat Damn uit. Ware het niet dat hijzelf al nummers over zijn semi-goddelijke status geschreven had, zou hij dat nu wel moeten doen. “This what (being) God feel like”, rapt hij volgens de aloude machistische raptraditie. 

Rappers verstaan de kunst om zo over zichzelf op te scheppen en hun concurrenten zodanig belachelijk te maken, dat zij als enige echte rapgod overblijven. Al even obligaat volgt dan bij diezelfde helden een song of twee over hoe eenzaam en schier onmogelijk het is om een rapgod te zijn, behangen met juwelen van miljoenen bijeengerapte dollars, en tegelijkertijd nog voeling te behouden met de straten waar je overleefde met je oude maten. Hoe modern en hoezeer een it-man Kendrick ook is, hij voelt zich een vreemde in deze wereld.

Wat moet het soms troostend zijn om door een echte God gezien te worden, eentje die niet de naam Donald of Kendrick draagt, maar de onuitspreekbare. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden