Donderdag 11/08/2022

OpinieMarieke Geijsels

Huisartsentekort? Zo lossen we het op

Een huisarts onderzoekt een patiënt. Beeld Joris van Gennip
Een huisarts onderzoekt een patiënt.Beeld Joris van Gennip

Marieke Geijsels is huisarts in groepspraktijk te Edegem. Binnen haar huisartsenkring Regio Mortsel leidt ze een werkgroep rond het huisartsentekort. Ze is Senior Arts Expertisedomein Praktijkorganisatie van Domus Medica, en schrijft uit eigen naam.

Marieke Geijsels

Honderden inwoners van Tongeren zijn momenteel op zoek naar een nieuwe huisarts. Door een jammerlijke samenloop van omstandigheden, weten vele patiënten plots niet meer waar naartoe met hun eerstvolgende medische probleem. Het is een doemscenario waar vele huisartsenkringen al langer voor vrezen. En het is er een wat in de toekomst mogelijks nog vaker zal voorvallen.

Tijdens de Dag van de Jonge Huisarts, georganiseerd door Jong Domus tien dagen geleden, raadde minister Vandenbroucke de aanwezige huisartsen alvast aan om “in te zetten op een betere organisatie en samenwerking, binnen en tussen de lijnen”. Ik hoor het hem graag zeggen. Het is een visie waar veel huisartsen zich al langer voor inzetten. Maar het gaat niet enkel om samenwerking, we moeten ook kritisch durven kijken naar de taken die momenteel door huisartsen uitgevoerd worden. Want in tijden van schaarste, moet je extra hard nadenken over waar je je schaarse middelen (de huisartsen) voor gaat inzetten.

Wat zijn taken die enkel door een huisarts uitgevoerd kunnen worden? Wat zijn taken die gedelegeerd kunnen worden aan bijvoorbeeld een verpleegkundige in de eerstelijns praktijk? En welke taken zijn zinloos en kunnen geëlimineerd worden?

Hoeveel meer patiënten zouden we kunnen helpen per dag, als we geen zinloze attesten moesten invullen, zoals bijvoorbeeld het ziekteattest van korte duur? Het zal bepaalde werknemersorganisaties misschien shockeren, maar het ziekte attest van één dag is compleet zinloos. Wanneer de patiënt bij zijn huisarts terecht kan (in het beste geval de dag zelf) is de patiënt de facto al niet naar zijn werk gegaan omwille van zijn ziekte. Dit attest is dan ook meer een vaststelling van een reeds voldongen feit, dan een advies van de behandelende arts. Dit leidt tot consultaties waarbij de enige hulpvraag van de patiënt is om een attest te krijgen of te verlengen. Consultaties die misschien beter besteed waren aan patiënten zonder huisarts maar mét een echte zorgnood. Het wordt tijd dat werkgevers hun werknemers gaan vertrouwen: immers in het buitenland blijkt dat het afschaffen van deze attesten niet tot meer absenteïsme leidt. Ofwel moet de overheid beslissen of ze de weinige middelen die er zijn, wil inzetten om de waakhond van deze werkgevers te betalen.

Hoeveel meer patiënten zouden we kunnen helpen per dag, als we konden terugvallen op een goed opgeleide verpleegkundige die ons ondersteunt? En vooral, hoeveel beter zou de zorg voor onze patiënten zijn? Uit verschillende wetenschappelijke studies blijkt, dat patiënten met chronische aandoeningen beter hun therapeutische doelen halen en minder gehospitaliseerd worden als ze verzorgd worden in een praktijk waar huisartsen samenwerken met verpleegkundigen. Bovendien zorgt deze samenwerking voor een betere patiëntentevredenheid, en gelukkigere huisartsen. Echter, in onze eerste lijn die voor de overgrote meerderheid betaalt wordt per prestatie, is er een enorme drempel voor artsen om zo’n verpleegkundige in dienst te nemen: het gebrek aan wettelijk kader rond de vergoeding van de geleverde prestaties van die verpleegkundige. Als de minister wilt dat we meer gaan samenwerken binnen de eerste lijn, dan dient dit dringend aangepakt te worden.

Maar bij al deze grote dromen, mogen we de realiteit van de huisartsen momenteel niet uit het oog verliezen. Velen willen wel, maar kunnen niet. Ze hebben geen ruimte over in hun praktijkgebouw om een secretariaat te installeren. Ze hebben geen tijd of financiële middelen om een nieuw gebouw te (ver)bouwen. Ze zijn niet opgeleid om een KMO te runnen, personeel te beheren, …

Opleiding

Ik denk dat bijna alle huisartsen bereid zijn om in te zetten op een betere organisatie en samenwerking, binnen en tussen de lijnen. Maar om dat te doen, moet de minister ook zorgen dat er aan bepaalde randvoorwaarden voldaan wordt. Er moet ondersteuning voorzien worden zodat alle huisartsen in staat zijn om secretariaatsmedewerkers aan te nemen. Er moeten middelen vrijgemaakt worden, zodat praktijken kunnen uitbreiden naar gebouwen waar ruimte is om met anderen samen te werken. Er moet een degelijk wettelijk kader komen, waarin verpleegkundigen taken kunnen opnemen in de niet-forfaitaire huisartsenpraktijken, zonder daarmee in een financiële schemerzone terecht te komen.

En huisartsen moeten opgeleid worden, zodat zij niet alleen medici zijn, maar ook managers van dergelijke praktijken.

Als we hier de komende jaren samen kunnen op inzetten, denk ik dat we een eerste lijn kunnen uitbouwen die laagdrempelig, kwalitatief en veerkrachtig is. Ik zie het alvast voor me, die nieuwe eerste lijn. De minister mag me gerust contacteren als hij inspiratie nodig heeft om zijn beleid te concretiseren.

Marieke Geijsels Beeld rv
Marieke GeijselsBeeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234