Donderdag 23/01/2020
Paul De Grauwe. Beeld rv

Opinie Regeringsformatie

Hopelijk zijn er politici te vinden die iets geven om het algemeen belang

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Het ziet er niet naar uit dat we snel een nieuwe regering zullen hebben. De kans dat we het record breken van langste regeringsonderhandelingen ooit – 541 dagen in 2011 – ligt in het verschiet. Er is nog een hele afstand af te leggen maar de liefhebbers van wereldrecords kunnen toch beginnen hopen op een goede afloop.

De oorzaak van de lange onderhandelingen in 2010-2011 had alles te maken met het feit dat er institutionele hervormingen op tafel lagen die een grondwetsherziening noodzakelijk maakten. Er was dus een tweederdemeerderheid nodig om tot een akkoord te komen. De lat van de onderhandelingen lag dus bijzonder hoog.

Dat is vandaag niet het geval. Wat is er dan wel aan de hand? Er is het feit dat de kiezers de kaarten zodanig geschud hebben dat het politiek landschap nu meer versnipperd is dan toen. Dat maakt coalitievorming moeilijker. Er is evenwel nog een tweede dynamiek die al een hele tijd aan het broeden is en nu zijn gevaarlijke kop opsteekt. Dit is de demonisering langs beide kanten van de taalgrens van de belangrijkste politieke partij aan de overkant.

In Wallonië wordt een verhaal verteld als zou de N-VA bestaan uit fascisten en racisten. Het gevolg van deze demonisering van de N-VA die door de Waalse socialisten nu al een aantal jaren wordt aangestookt, is dat in de ogen van nogal wat Franssprekenden de NV-A niet echt legitiem is om het land te besturen.

Iets gelijkaardig doet zich voor in Vlaanderen. Onder impuls van vooral het N-VA is het beeld ontstaan van een Waalse socialistische partij die erop uit is België om te vormen tot een rode burcht en dat met Vlaams geld nog wel. Deze demonisering is nu zo sterk geworden dat de Open Vld een revolte moet trotseren vanuit de basis van de partij. Daar klinkt het nu, zoals binnen de N-VA, dat een coalitie met de Waalse socialisten voor Vlaanderen onaanvaardbaar is omdat het ondemocratisch en volksvreemd zou zijn. Eenzelfde soort illegitimiteit dus maar in dit geval van de Waalse socialisten.

Het gevolg van het creëren van dergelijke verhalen is dat zowel de N-VA als de PS het zich niet meer kunnen veroorloven om met de andere in coalitie te gaan. De paradox is dat die hinderpalen die beide partijen hebben opgebouwd gebaseerd zijn op fictie en hersenspinsels. De feiten zijn dat het voor het economische gebeuren van het land nauwelijks een verschil maakt of de PS dan wel de N-VA in een federale coalitie zitten. Niet overtuigd? Laten we even naar de feiten kijken.

Tijdens de regering Di Rupo daalde het begrotingstekort met ongeveer 1,2 procent van het BBP. Die regering had een begrotingstekort geërfd van 4,3 procent dat vooral het resultaat was van de inzinking van de economie na de financiële crisis. Tijdens de regering Michel daalde het begrotingstekort van 3,1 naar 1,7 procent, een daling van 1,4 procent. Nauwelijks te onderscheiden van de daling tijdens de regeerperiode van de duivelse Waalse socialist Di Rupo. Je kan stellen dat de N-VA de regering een jaar eerder had verlaten en dat de stijging van het budgettaire tekort in 2019 van 0,7 naar 1,7 procent niet meer op het conto van die partij kan worden geschreven. Maar dat zou kort door de bocht zijn. Die stijging van het budgettaire tekort in 2019 heeft veel te maken met de belastingshift die onder druk van de N-VA werd doorgevoerd. Het ging eigenlijk niet om een belastingshift maar een Keynesiaans beleid van deficit spending door belastingverminderingen. Het gevolg was dat het budgettaire tekort onder de regering Michel nauwelijks sneller daalde dan onder Di Rupo, ondanks een gunstigere macro-economische situatie.

Dit is geen nieuw fenomeen. Ik heb in de loop van mijn academische carrière regelmatig het beleid van zogenaamde centrumrechtse en centrumlinkse regeringen onder de loep genomen. Zo constateerde ik in de jaren negentig dat tijdens periodes van centrumrechtse regeringen de belastingen en de budgettaire tekorten sneller stegen dan onder centrumlinkse regeringen. Dat was een leuke constatatie die zich nadien niet zo duidelijk meer heeft voorgedaan.

De algemene conclusie is dat er nauwelijks verschillen te ontdekken zijn in het economische beleid van centrumlinkse en centrumrechtse regeringen. Dat hoeft niet te verwonderen. Regeringen die aan de macht zijn, blijven graag aan de macht. Het zal dan in hun belang zijn om zich in het midden van het kiezerspubliek te positioneren.

De afstand tussen de grote demoniseringsverhalen en de feiten is groot. Als die afstand niet verkleint, wordt het land onbestuurbaar. Hopelijk zijn er politici te vinden die iets geven om het algemeen belang en die bereid zijn die verhalen in de prullenmand te gooien. Dan wordt het vinden van compromissen gemakkelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234