Vrijdag 21/02/2020

Opinie

Hoog tijd om de opdracht van Kazerne Dossin weer in herinnering te brengen

Marnix Beyen.Beeld rv

Marnix Beyen is historicus aan de Universiteit Antwerpen.

Drie weken geleden bezocht ik met een groep geschiedenisstudenten van de Universiteit Antwerpen de tentoonstelling Auschwitz.camp in de Kazerne Dossin. Dat was een indrukwekkende ervaring. Met behulp van verbluffend materiaal wordt de centrale rol belicht die Auschwitz speelde in het koloniale project van het nationaalsocialisme.

De kolonies die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog was kwijtgeraakt, moesten volgens de nazi-elites worden gecompenseerd door Oost-Europa in bezit te nemen. De als minderwaardig beschouwde bevolking van die regio kon simpelweg als slaven worden ingezet bij de agrarische en industriële exploitatie van het land – een onderneming waarvoor Auschwitz als een laboratorium gold. Tegelijk boden deze Oost-Europese kolonies de mogelijkheid om Duitsland te verlossen van wat de nationaalsocialisten als het ‘Joodse probleem’ omschreven. Het volstond complexen zoals Auschwitz, vernietigingskampen, te bouwen om de ‘Endlösung’ te volbrengen. Dat een deel van de naar Oost-Europa verhuisde Joden nog een tijdlang kon worden ingeschakeld in het koloniale project was handig meegenomen.

De tentoonstelling confronteert de bezoeker dus enerzijds met de onwaarschijnlijk perverse en cynische logica die het lot van de Europese Joden bezegelde, maar toont anderzijds hoe deze intens verweven was met het project van het Duitse, en dus van het Europese kolonialisme. In een periode waarin Europese samenlevingen eindelijk rekenschap beginnen te geven van de wereldwijde schade die het kolonialisme heeft aangericht, is zo’n inzicht meer dan welkom. De genocide op de Joden was de meest grootschalige en de meest industrieel uitgevoerde volkerenmoord die de twintigste eeuw heeft gekend, en in die zin moet zij ook als iets uitzonderlijks worden herdacht. Toch kan zij slechts goed worden begrepen in het kader van een ruimer mechanisme, waarin alle West-Europese landen al sinds eeuwen waren betrokken. De judeocide wegzetten als een exces van één ideologie of één natie kan dus niet langer.

In dat koloniale mechanisme is ook het zionisme betrokken geraakt. Was het aanvankelijk een legitieme reactie tegen het toenemende antisemitische geweld in Europa, dan vervult het al sinds de Eerste Wereldoorlog een strategische rol in het imperialistische project van de West-Europese grootmachten. Morele overwegingen waren zeker niet afwezig bij de beslissing van de Britse regering om “een huis voor het Joodse volk” te creëren, en volgens de Balfour-verklaring van 2 november 1917 mocht geen schade worden berokkend aan de rechten van de niet-Joodse gemeenschappen in Palestina. Toch wilde Groot-Brittannië met zijn steun aan het zionisme vooral zijn greep verstevigen op dat deel van de Arabische wereld dat het zich anderhalf jaar eerder had toegeëigend in een cynisch pact met Frankrijk. Die verwevenheid met het kolonialisme is het zionisme nooit meer kwijtgeraakt, en is op een tragische manier zelfs versneld nadat de overlevenden van het nationaalsocialistische genocidaire project hun toevlucht waren gaan zoeken in de nieuwe staat Israël. De slachtoffers van het ene koloniale project waren zo pionnen geworden in een ander koloniaal project.

Uitgerekend dit maakt het zo bijzonder treurig dat diezelfde Kazerne Dossin de plaats is geworden waar de vredesprijs van Pax Christi werd ontzegd aan Midden-Oosten-specialiste Brigitte Herremans. In wezen voert zij namelijk strijd tegen al die krachten die mensen het recht op land, op vrijheid, op religie, op menselijkheid ontzeggen – tegen die krachten met andere woorden waarop zowel het kolonialisme als de judeocide waren gebaseerd. In die zin sluit haar engagement tegen een koloniale variant van het zionisme perfect aan bij de decretaal vastgelegde opdracht van de Kazerne Dossin, meer bepaald de herinneringseducatie, informatie en reflectie over de Jodenvervolging in België en mensenrechten in het algemeen.

Het wordt hoog tijd dat ook de Raad van Bestuur van de Kazerne Dossin deze decretale verplichting aanvaardt. Hopelijk draagt het donderdag door Bruno De Wever geuite dreigement om uit de wetenschappelijke raad te stappen daartoe bij. In dat geval zou het bestuur ook de bevlogen, maar in ongenade gevallen directeur Christophe Busch (niet toevallig de architect van Auschwitz.camp) opnieuw in de armen kunnen sluiten. Wie weet zou er zelfs een verzoening kunnen komen met de Gentse ethicus en judeocide-expert Gie Van den Berghe, die jaren geleden hetzelfde lot als Herremans en Busch moest ondergaan. Een dergelijke toenadering zou een enorme stap voorwaarts betekenen voor de strijd tegen het antisemitisme en andere vormen van racisme en onderdrukking. En ikzelf zou mensen weer volmondig kunnen aanmoedigen om Kazerne Dossin te bezoeken, het liefst vóór 26 juni 2020. Zo lang loopt namelijk nog de tentoonstelling Auschwitz.camp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234