Donderdag 12/12/2019
Hugo Camps. Beeld Stephan Vanfleteren

Column

Holle woorden: nationale rouw, het is nooit eens echt

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps elke donderdag.

De dag na de door de Spaanse regering afgekondigde drie dagen van nationale rouw ging de Ronde van Spanje gewoon van start. En ja, met de klassieke minuut stilte voor de slachtoffers van Barcelona; de renners uiteraard met rouwband om de arm. Maar het vipdorp feestte als vanouds en de kleurrijke karavaan toeterde er als opdringerige reclamestoet vrolijk op los. Stilte was ver zoek in de Vuelta.

Nationale rouw, het is nooit eens echt. Het land valt helemaal niet stil, winkels en cafés blijven open, vrouwen krullen zich op op het strand en kinderen plonzen kraaiend in het zwembad. De stilte van Samuel Beckett doet niet mee. Vlaggen halfstok aan officiële gevels, meer is het niet. Dagen van nationale rouw zijn ceremoniële fake.

Je zou hopen dat ze achterwege blijven uit eerbied voor de slachtoffers en nabestaanden, maar zoveel goede smaak hebben de instanties niet. Hoe echt zijn ze nog, dagen van nationale rouw, stille optochten, een stoet van waxinelichtjes? De vraag wordt keer op keer verdrongen, niet gesteld. Verdriet is de individuele expressie van een individuele emotie, van overheidswege rouwen lijkt me dan moeilijk. En soms hypocriet. Stille optochten zijn vaak exhibitionisme ter bezwering van eigen wanhoop. De slachtoffers zijn bijzaak, of toch inwisselbaar.

Dagen van nationale rouw eindigen altijd in een leugen. De vlaggen hangen halfstok, maar de harten veel minder. Want: het leven moet doorgaan. Dat is ook altijd het officiële antwoord op de barbarij van terreur. De waarden van de samenleving laten we ons niet afnemen. Schieten de slachtoffers en de nabestaanden daar iets mee op? Laat een stad, een land ook eens even verdrietig zijn en zwijg over waarden, economie en welvaart. Drie dagen peinzend lanterfanten biedt meer ruimte voor medeleven dan al die holle retoriek over verlies en pijn van ministers en prelaten. In dagen van nationale rouw ga je ook geen uren in de file staan op weg naar zee. Dat was dezer dagen wel even anders.

Het is allemaal goed bedoeld, die proclamatie van nationale rouw, de stille optochten, een zee van bloemen op de plaats des onheil, maar substantieel is het niet. En dat hoort het wel te zijn uit eerbied voor de slachtoffers. Verdriet als maskerade is bijna schunnig.

Doe iets

Er zijn geen woorden en gebaren van troost voor het zinloze geweld op de Ramblas. Het is overbodig om nog eens te roepen dat we terroristen geen cadeau van onze rechten en vrijheden zullen doen. Dat weet ondertussen iedereen. Bespaar ons die grote woorden en ga achter de terroristen aan en gooi foute imams het land uit. Anders gezegd: doe iets.

In het verdriet staan we sowieso alleen – de handen van Michel en Jambon geven dan geen warmte af. Bidden helpt ook niet. Een overheid die de dood sentimentaliseert, mist waardigheid. Laat de wijn maar wenen aan de rand van het glas. Dat zijn tenminste geen krokodillentranen.

 De betekenis van dagen van nationale rouw wordt ook gehinderd door de mantra dat we moeten leren leven met terrorisme. Collectieve rouw zit dan gevangen in de nevelen van vergeefsheid. Ook daarom staan nabestaanden meestal niet te springen voor herdenkingen en optochten als het leed nog zo vers is. Ze willen liever alleen zijn in hun verdriet en doodstil blijven tot het verlies een beetje draaglijk wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234