Maandag 21/06/2021

OpiniePaul Borghs

Holebi’s zullen steeds een minderheid vormen en moeten blijvend opkomen voor hun rechten

De lgbti-gemeenschap komt samen in Brussel, na de dood van David Polfliet. Beeld ISOPIX
De lgbti-gemeenschap komt samen in Brussel, na de dood van David Polfliet.Beeld ISOPIX

Paul Borghs is auteur van het boek Holebipioniers. Een geschiedenis van de holebi- en transgenderbeweging in Vlaanderen en van het hoofdstuk over haatmisdrijven in het boek Recht en gender in België - 10 jaar later.

De gruwelijke feiten van vorige week in Beveren, waarvan het homofobe karakter momenteel wordt onderzocht, wekken overal beroering en roepen verschillende vragen op. Zoals deze: is er meer homofoob geweld dan vroeger? Of is de bereidheid om dat geweld te melden toegenomen? Voor beide stellingen valt wellicht wat te zeggen.

Een van de factoren die de agressie tegenover holebi’s voeden, zo blijkt uit onderzoek, is de zichtbaarheid van homoseksualiteit. Laten we even in de geschiedenis duiken. Lange tijd was homoseksualiteit zo goed als onzichtbaar in de samenleving. Nog steeds staat de coming-out van Will Ferdy in 1970 gegrift in het collectieve geheugen. Pas vanaf de jaren zeventig nam, samen met de opkomst van de militantere homobeweging, de zichtbaarheid van homoseksualiteit geleidelijk toe.

Een van de eerste spraakmakende en gemediatiseerde rechtszaken over homofoob geweld in België had dan ook te maken met die visibiliteit. In 1985 waren homomilitanten pamfletten met een roze driehoek gaan uitdelen aan een school. Ze werden opgewacht door leden van het Vlaams Belang. Xavier Buisseret van het VB deelde enkele klappen uit. Daarvoor werd hij later veroordeeld. Naarmate homoseksualiteit zichtbaarder werd, doken steeds meer getuigenissen op over homofoob geweld. Schrijver Mario Danneels verhuisde bijvoorbeeld in het begin van de jaren 2000 naar Ierland na een gewelddadige homofobe aanval. In dezelfde periode werd Sébastien Nouchet overgoten met benzine en in brand gestoken.

Lange tijd namen politie en gerecht een repressieve houding aan tegenover holebi’s. Oudere holebi’s kunnen nog verhalen vertellen over de razzia’s in kroegen, het ficheren door de rijkswacht of de discriminatie in artikel 372bis van het Strafwetboek. Rechtbanken stelden homoseksualiteit gelijk met ontucht. In 1984 viel de politie binnen in een homosauna en de uitbaters, Rudy Haenen en Michel Vincineau, werden gevangengezet. Er zou sprake zijn geweest van het uitbaten van een huis van ontucht. Na een lange procedureslag volgde een vrijspraak. Het resultaat van dat alles was een quasi-structureel wantrouwen tegenover politie en gerecht.

In 2012 werd België opgeschrikt door twee homofobe moorden, op Ishane Jarfi en Jacques Kotnik, waarna er actieplannen kwamen en er meer werd ingezet op het verbeteren van de relatie tussen holebi’s en politie en gerecht. Er is wellicht nog een weg af te leggen, maar toch zijn er signalen dat steeds krachtdadiger wordt opgetreden. Zo werd vorig jaar een politieagent van de zogenaamde Bende van Mega Toby en Sproetje, die onder meer ‘pédé’ en ‘gay’ had geroepen naar een transgender sekswerker, veroordeeld voor discriminatie.

"Nieuw is de toenemende zichtbaarheid van holebi’s in een steeds diversere samenleving."Beeld ISOPIX

Toenemende zichtbaarheid, en daarmee toenemende kwetsbaarheid, vraagt een adequate reactie van de wetgever. België kreeg pas in 2003 een antidiscriminatiewet die strafverzwaringen invoerde voor homofobe haatmisdrijven. Maar de strafverzwaringen gelden niet voor alle misdrijven. Diefstal met geweld is bijvoorbeeld geen haatmisdrijf, net zoals onterende behandeling.

Vorig jaar werden de ouders van een Turkse jongen veroordeeld die dreigden met conversietherapie nadat hun zoon zijn coming-out had gedaan. De rechtbank kon voor de onterende behandeling geen strafverzwaring toepassen voor het homofoob motief.

Problematisch is de regeling over haatspraak. Holebi’s rapporteren vaak verbaal geweld, maar mondelinge beledigingen tegenover gewone burgers zijn niet strafbaar in het Strafwetboek. De regeling rond drukpersmisdrijven verhindert dan weer dat kan worden opgetreden tegen schriftelijke homofobe haatspraak (ook die op de sociale media). Een gekend voorbeeld is het boek De grote zonden, waarin staat dat homo’s van gebouwen moeten worden gegooid. Artikel 150 van de Grondwet staat een mogelijke veroordeling door de correctionele rechtbank voor aanzetten tot geweld in de weg.

“We zijn er nog lang niet wat homofobie betreft”, is een veelgehoorde en terechte reactie vanuit de lgbti-wereld na de gruwel in Beveren. Homofoob geweld is geen nieuw verschijnsel. Wel nieuw is de toenemende zichtbaarheid van holebi’s in een steeds diversere samenleving. Gelukkig is ook de alertheid ten aanzien van homofobie toegenomen. Maar holebi’s zullen steeds een minderheid vormen en het is eigen aan minderheden dat ze blijvend moeten opkomen voor hun rechten. Net daarom kan het volop inzetten op gelijke kansen en diversiteit, en op een nultolerantie tegenover homofoob geweld, nooit stoppen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234