Zondag 20/09/2020

OpinieTom Daems

Hoe zou George Orwell naar de zogenaamd neutrale beschrijving van de feiten in het politieverslag kijken?

De hardhandige aanpak van Jozef Chovanec in Charleroi.Beeld AP

Tom Daems is hoofddocent aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Hoe zou George Orwell naar de beelden kijken van de Slowaakse man die het leven liet na een politie-interventie op de luchthaven van Charleroi? Lezers van 1984 denken mogelijk aan Big Brother en de alomtegenwoordige beeldschermen die de inwoners van Oceanië nauwgezet in de gaten houden. Wellicht maken ze daarbij meteen een kanttekening: camera’s hoeven niet enkel een instrument van overheidscontrole te zijn, ze kunnen ook een hulpmiddel vormen om diezelfde overheid in het oog te houden.

Maar camera’s zijn geen neutrale waarnemers: ze sturen onze aandacht. Beelden dragen ertoe bij dat de minister-president op het ene moment relschoppers in Blankenberge onomwonden brandmerkt als crapuleuze amokmakers en op een ander moment, ruim twee jaar na een fatale politie-interventie, verklaart dat hij niet de ernst van de situatie kon zien omdat het politieverslag de feiten slechts neutraal weergeeft, “zonder de vreselijke details die op de camerabeelden te zien waren”.

Op de persconferentie in Brasschaat wees de minister-president opnieuw met de vinger naar die gruwelijke camerabeelden: “Wat op die beelden te zien is, tart elke verbeelding. Maar wat ik op die beelden zag, dat was voor mij totaal, totaal nieuw.”

Het stemt tot nadenken – en tot ongerustheid. Zijn camerabeelden dan een noodzakelijke voorwaarde om de ernst van een situatie te kunnen inschatten en tot actie over te gaan?

Een neutrale beschrijving

Hoe zou Orwell naar die zogenaamde neutrale beschrijving van de feiten in het politieverslag kijken? Orwell was bijzonder gevoelig voor taal. Dat blijkt ook in 1984, waar een ministerie van Waarheid de geschiedenis vervalst en het regime een eigen taal (Newspeak) ontwikkelt. In een essay uit 1946, Politics and the English Language, belicht Orwell hoe taal gebruikt en misbruikt wordt: “Political language (…) is designed to make lies sound truthful and murder respectable, and to give an appearance of solidity to pure wind.”

Taal verbloemt, minimaliseert, verdraait, dekt toe. Orwell verwees naar enkele bedenkelijke ontwikkelingen uit zijn tijd: kolonialisme, communisme en het gebruik van de atoombom. Maar hij lijkt ook te suggereren dat beelden weleens zouden kunnen helpen om de ware toedracht bloot te leggen. Een dergelijk taalgebruik is er immers op gericht om de zaken op zo’n manier te benoemen dat we ze ons niet kunnen in-beelden. “Such phraseology is needed if one wants to name things without calling up mental pictures of them”, zo schrijft Orwell.

Eric Arthur Blair (1903-1950), beter bekend onder zijn pseudoniem George Orwell.Beeld www.bridgemanimages.com

Maar beelden hebben een beperkte bruikbaarheid. Dertig jaar geleden, ten tijde van de intifada, deden Stanley Cohen en Daphna Golan onderzoek naar folterpraktijken door Israëlische veiligheidsdiensten. In een uitgebreid verslag documenteerden ze nauwgezet een veertigtal casussen van foltering van Palestijnse gevangenen.

Cohen en Golan vreesden echter dat de beschrijvingen niet zouden volstaan. Ze voegden daarom potloodschetsen toe van de foltertechnieken die door de veiligheidsdiensten werden toegepast. Ze gaven hiermee uitdrukkelijk gehoor aan de waarschuwing van Orwell: de visuele voorstelling van de folterpraktijken moest helpen vermijden dat de wantoestanden zouden worden toegedekt.

Het mocht niet baten. De verontwaardiging onmiddellijk na het verschijnen van het rapport ebde al snel weg en liet geen blijvend spoor achter.

Het moeilijke midden

Beelden kunnen ons wakker schudden en mobiliseren, maar ze kunnen ook aanleiding geven tot kortstondige opstoten van verontwaardiging en steekvlampolitiek. De zaak-Chovanec illustreert andermaal hoe we soms zwalpen tussen overreageren en onderreageren, tussen morele paniek en ontkenning.

Het wijst op een dieperliggend probleem: het absorptievermogen van ons institutioneel raamwerk blijkt maar al te vaak ontoereikend. In een samenleving zijn instituties nodig om emoties te kanaliseren en op georganiseerde wijze en volgens scenario’s en rituelen gepaste antwoorden te formuleren. Dat geldt zowel voor repressieve reacties, wanneer wantoestanden aan het licht komen, als voor preventieve acties, zoals het investeren in een ethische infrastructuur, onafhankelijk toezicht en moreel leiderschap.

In een gezonde democratie is er een onafgebroken besef dat wantoestanden bij machtsuitoefening op elk moment mogelijk zijn, maar ook dat we ons daar collectief tegen kunnen en moeten wapenen. Ook wanneer de camera’s niet draaien, dient dat besef aanwezig te zijn: in een ideale samenleving, zo zou Orwell ongetwijfeld beamen, zijn camerabeelden overbodig.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234