Dinsdag 15/10/2019

Opinie

Hoe zit het met ons Nederlands, collega’s-proffen?

Stijn Baert. Beeld rv

Stijn Baert is professor arbeidseconomie aan de Universiteit Gent.

Zelden zoveel instemming gezien bij collega’s als nadat De Morgen gisteren berichtte over het "desastreuze" Nederlands van onze studenten. Via likes, retweets en persoonlijke anekdotes toonden zij zich om ter hardst akkoord.

Ook ik voelde eerst de neiging om heel erg “akkoord” uit te schreeuwen. Jazeker, ook ik steek elk jaar meer tijd in studenten wijzen op elementaire taal- en stijlregels. Belangrijker echter dan de vaststelling dat er een probleem is met hun taalzorg, is evenwel de verklaring van het fenomeen. Opdat we klagen zouden kunnen inruilen voor aanpakken. En hoewel het analyseren van de problematiek vooral de taak is van pedagogen, kwam bij mij gisteren al snel een andere overtuiging op de voorgrond. Namelijk: het slechte Nederlands van studenten is ook onze schuld.

Goede voorbeeld

Te gemakkelijk wijzen we vanuit de universiteit met de beschuldigende vinger naar het lager en middelbaar onderwijs om de losse taalzeden van onze studenten te verklaren. Te weinig aandacht voor spelling en grammatica daar en geen training in zinsontleding meer, zo concludeerden collega’s gisteren op Twitter. Ik durf er niet aan twijfelen dat ze een punt hebben. Maar leggen we de lat zelf wel hoog genoeg? Schieten we zelf niet te laat in actie wanneer we studenten pas terechtwijzen bij het lezen van de hoofdstukken van hun masterproef? Zijn we niet te laks bij het quoteren van eerste papers? En moeten we assistenten examenantwoorden zonder enige structuur blijven laten ontcijferen of kunnen we hen laten volstaan met een rode streep?

Vier jaar geleden pleitten de assistenten aan de UGent voor een universiteitsbreed (keuze)vak Academisch Nederlands. Tegenstanders van een dergelijk vak verwezen ook toen naar “het middelbaar” om het idee naar de Griekse kalender te verplaatsen. Ik denk nochtans dat we eraan toe zijn. Studenten van bij de start van hun opleiding leren hoe we verwachten dat ze hun gedachten uiteenzetten aan de unief en hen de nodige handvaten bieden, daar kunnen we ons toch niet te goed voor voelen? Het kan ten andere de doorstroom van allochtonen in ons onderwijs enkel maar bespoedigen.

De vraag is ook of we vanuit de universiteit voldoende het goede voorbeeld geven. Ik zie hoe sommige collega’s samenstellingen in het Nederlands meer af dan aan elkaar schrijven in hun cursussen. Of weinig academische afkortingen gebruiken in hun presentaties. En wie weet welke fouten zagen zij (en onze studenten) al in mijn lesmateriaal? Maar we hebben niet de gewoonte om elkaar erop te wijzen. We laten studenten wel de kwaliteit van ons materiaal evalueren, maar verder is er weinig kwaliteitscontrole van het taalniveau van onze cursussen en presentaties.

Ook qua e-mailetiquette zie ik ons kansen missen om het goede voorbeeld te tonen. Sinds vorig academiejaar wijs ik studenten stelselmatig op taalproblemen in hun e-mails. Als arbeidseconoom weet ik immers hoe belangrijk die etiquette voor hen zal zijn bij het solliciteren later. Dit bijsturen van studenten is echter dweilen met de kraan open wanneer deze studenten nog dezelfde dag een e-mail krijgen vanuit de universiteit die start met het vreselijke “Geachte,”.

Collega Rik Torfs liet vorig jaar optekenen dat hij dergelijke e-mails in de toekomst gewoon links zou laten liggen. Ik kan me dat helaas nog niet permitteren. Wat ik volgend academiejaar wel zal doen – de lezers van De Morgen zijn mijn getuige – is studenten die zondigen tegen e-mailetiquette geen antwoord op hun vraag meer sturen, maar enkel een link naar de UGent-regels inzake deze etiquette. Na het herwerken van hun e-mail kunnen ze dan wel een antwoord ten gronde verwachten.

Mijn oproep aan de collega’s is dan ook tweeledig. Ten eerste, laat ons in het nieuwe academiejaar studenten vanaf de eerste dag meer sturen richting zorgvuldig Nederlands. Maar, bovenal, laat het dit academiejaar ook van onze kant iets meer zijn qua taalzorg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234