Zondag 20/06/2021
Mark Elchardus. Beeld DM
Mark Elchardus.Beeld DM

OpinieMark Elchardus

Hoe wij tegenover die meedogenloze grootmacht China staan

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

In de jaren vijftig was het nog niet duidelijk dat kapitalisme beter werkt dan communisme. De Amerikaanse buitenlandelite vreesde dat militaire macht noch economische prestaties volstonden om het rode gevaar te weren. Psychologische oorlogsvoering was nodig, steunend op een wervende ideologie. Zij dachten daarvoor aan de mensenrechten. De segregatie in het zuiden van de VS, alsook de koloniale bezittingen van de Europese bondgenoten zetten evenwel een demper op hun enthousiasme.

Toen de burgerrechten van de Afro-Amerikanen er wat beter voorstonden en de Europeanen hun kolonies kwijt waren, werden mensenrechten kordaat ingezet voor psychologische oorlogsvoering. Onder het presidentschap van Jimmy Carter (1977-1981) werden ngo’s, stichtingen, think tanks, en academische leergangen rijkelijk betoelaagd om de mensenrechtenideologie uit te dragen. Vele idealistische jonge mensen schreven brieven en redden een aantal levens. Koudeoorlogspropaganda ging nu in de eerste plaats over vrijheid en mensenrechten. Carters opvolger, Ronald Reagan, omschreef zelfs de moedjahedien in Afghanistan als “vrijheidsstrijders”, en de absurditeit daarvan viel toen nog nauwelijks op.

Fast forward naar Trump. Boven op de economische en technologische concurrentie en bedreiging bracht de oud-president, of all people, ook de mensenrechten in stelling om een Koude Oorlog 2 tegen China te lanceren. Op de valreep kwam zijn minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo met een rapport waarin China werd beschuldigd van genocide. Samen met andere onzin leek dat een stuiptrekking van een onverantwoordelijke regering. Bidens kersverse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, bleek het evenwel volmondig eens met die beschuldiging. Anderen uit Bidens omgeving pleitten dan weer voor samenwerking met China. In een niet echt succesrijke poging om een klare lijn uit te zetten, zei Biden dat hij kiest voor intense competitie, niet voor conflict. Wat dat ook moge betekenen.

Ondertussen stapten heel wat Europese commentatoren, in naam van de mensenrechten, mee in het nieuwe koudeoorlogsnarratief. Nog niet zo lang geleden werden her en der Confuciusinstituten opgericht en Chinese technologie geïnstalleerd in de kern van onze communicatienetwerken. We nemen inderdaad beter doeltreffende maatregelen om ons te beschermen tegen deze nieuwe, meedogenloze grootmacht. Temeer daar zij geen democratie is en de mensenrechten schendt, bijvoorbeeld in de heikele kwestie rond de Oeigoeren. Maar dat is geen reden om als een kip zonder kop mee te lopen in het nieuwe rondje Amerikaanse psychologische oorlogsvoering.

De Chinese president Xi Jinping mocht vorige maand de bijeenkomst in Davos openen: “(…) geen twee bladeren zijn identiek (…) elk land is uniek, heeft een eigen geschiedenis. (…) Wat onheil brengt, is dat mensen hun geschiedenis, cultuur of maatschappijproject willen opdringen aan anderen.” Xi zou graag hebben dat we daarmee stoppen, ongeacht of we het doen met de zweep van de koloniaal, het kanon van de veroveraar of het vermanende vingertje van de mensenrechtenactivist. Hij heeft een punt. De zogeheten mensenrechtenrevolutie heeft weinig gedaan om het lot van de mensheid te verbeteren. In zijn boek Avondschemering van de mensenrechten uit 2014 laat Eric Posner zien dat in de vijf jaar nadat een mensenrechtenverdrag wordt ondertekend de vrijheid van meningsuiting in de betrokken landen afneemt, het folteren en standrechtelijk executeren toenemen. China, veroordeeld voor schendingen van de mensenrechten, lichtte ondertussen bij het miljard mensen uit de armoede. Vanuit Europa is het makkelijk moraliseren, maar wat zit iemand dwars die bijvoorbeeld het drugsgeweld in Honduras ontvlucht: de standrechtelijke executie van een drugsdealer of het gebrek aan toekomst voor zijn kinderen?

Natuurlijk, in dat grote land van Xi heeft niet iedereen hetzelfde maatschappijproject voor ogen als de communistische partij, en het stuit ons tegen de borst hoe andersdenkenden daar worden behandeld. Dus best te begrijpen dat we onze omgang met China afhankelijk willen maken van mensenrechten. Maar wat hebben wij daarvoor dan over? Laten we die grote en groeiende markt links liggen? Zijn we bereid een deel van onze welvaart op te offeren om economisch van China te ontkoppelen? Kunnen we China missen in de strijd tegen de opwarming van het klimaat?

Ik kan me niet voorstellen dat iedereen in dit land van oordeel is dat mensenrechten ons China- of Rusland-beleid moeten bepalen en dat we het eens zijn over wat we bereid zijn daarvoor op te geven. Een ernstig debat over de vraag welke rol mensenrechten precies kunnen spelen, dringt zich op. Dat zou veel zinvoller zijn dan het loze gemoraliseer van de koudeoorlogsretoriek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234