Dinsdag 12/11/2019
Katrin Swartenbroux. Beeld rv

Column

Hoe vertel je een beest dat haar bestie niet meer thuiskomt?

Katrin Swartenbroux luistert gesprekken af op een Belgisch terras.

“Oké, wat drinken we?”

“Ne chat-eau-neuf?”

“Gast… too soon.”

“Dat beest haar naam wás een woord­speling, ik denk dat dit wel oké is.”

Special Belge, Antwerpen

Over de picknicktafels van het biercafé kijk ik naar de mensen die zonet alles hebben laten vallen om het glas te kunnen heffen op Mao. Mijn kat. Mijn kat die een uur geleden volledig onverwacht in mijn armen is gestorven.

Mijn hele kindertijd had ik gezeurd om een kitten. Pas toen ik een balorige puber werd, en ik dat zeuren en al de rest had opgegeven, kwamen er twee haarballen in mijn leven. Als onderpand. Mao en Mint werden mijn bedpartners en de reden om dat bed te verlaten tegelijkertijd. In de zestien jaar die erop volgden ben ik vijf keer verhuisd, maar kwam ik in iedere nieuwe buurt toch altijd thuis bij mijn stratiers. Elk met hun eigen karakter, elk met hun klauwtjes zo verankerd in mijn bestaan dat ze me prille relaties, meubilair, één laptopcase en ontelbaar veel badmatten hebben gekost. 

“Weet ge nog toen ze op dieet gezet werd en ze voor uw neus op de grond kakte terwijl ze u recht in de ogen bleef kijken? Dat beest was legend.”

Anekdotes rollen als kleingeld over tafel, ook al heb ik gezegd dat ik zou trakteren. Op haar… gezondheid. Shit.

De dierenarts zei dat ik alles had gedaan om haar een mooi, lang leven te gunnen. Dat niemand dit had kunnen zien aankomen. Haar hartje had het plots gehad en hoewel ik weet dat hier een melige metafoor in schuilt, krijg ik de krop in mijn keel niet weggeslikt. De zwart-witte dictator die op kousenvoeten door mijn appartement sloop, planten peuzelde, op mijn boekhouding ging liggen en haar sokken aanhield in bed had mij evenzeer gered als ik haar. Misschien zelfs nog meer.

Mensen rouwen niet op dezelfde manier als dieren, al ontsnapt er aan beide soorten wel eens een wolvenhuil. Doorgaans verliezen we ons echter in drank en nemen we afstand van het moeilijke moment door het te destilleren tot een lemma in het woordenboek. Welaan dan. Een huisdier is blijkbaar louter ‘een dier dat door de mens om het nut of de gezelligheid gehouden wordt’, alsof iemand zo’n gigantische hoeveelheid letterlijke en figuurlijke shit ook zou slikken van huisgenoten die géén volwaardig lid van het gezin zijn. Ik verscheur een bierviltje tot de scherven in mijn hart. 

Ik wil niet naar mijn appartement, waar er geenkat zich rond mijn benen zal weven, waar er geenkat in haastig geveinsde onschuld van het aanrecht zal springen en waar er geenkat met haar volle gewicht in mijn nek zal komen zitten wanneer ik nog een plaatje luister voor het slapengaan. Enkel het ­vragende gemiauw van haar zus. Hoe vertel je een beest dat haar bestie niet meer thuiskomt?

Het is goed dat ik bij vrienden ben die mijn antropomorf gewauwel aankunnen. Ik ben ervan overtuigd dat dieren beter zijn dan mensen, maar het volk aan tafel en mijn roodgloeiende inbox zijn sterke tegenargumenten voor die stelling. Uit de boxen meen ik ‘Everglow’ van Coldplay te herkennen.

“Amai. Mao had dit nummer zó hard ­gehaat.” 

“So-wie-so.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234